Softwarecontainers zijn een snel groeiende technologie maar het systeem is niet het simpelste om te beheren. Dat zegt Drew Bradstock, product lead voor Google Kubernetes Engine (GKE). 'Ondanks zes jaar vooruitgang is Kubernetes nog altijd erg complex', schrijft hij bij de aankondiging van Autopilot, 'En wat we het voorbije jaar gezien hebben is dat veel bedrijven Kubernetes omarmen, maar dat ze dan tegen die complexiteit aanlopen.'

Het Kubernetes-platform, dat door Google ontwikkeld werd maar ondertussen openbron is, is de populairste van de containerplatformen. Daarbij worden apps in een 'container' ontwikkeld zodat ze zonder veel problemen op verschillende omgevingen en clouds kunnen worden uitgerold. Hoewel die 'zonder problemen' dus met een korrel zout moet worden genomen.

Er is managed en 'managed'

GKE is al voor een groot deel een 'managed service', maar Google komt nu ook met Autopilot, een deployment-dienst voor GKE die een ander laagje automatisch beheer toevoegt. Een van de verschillen tussen de twee zit onder meerop het beheerniveau. Kubernetes werkt met nodes (individuele servers), clusters (een reeks fysieke of virtuele servers), containers (waar de programma's op draaien) en pods (een groep van een of meer containers op een node). Waar GKE op clusterniveau beheert, neemt Autopilot ook de nodes en pods in zijn managementtool op.

Google legt het hele concept uit in zijn documentatie, en zoals de naam al wat aangeeft, betekent Autopilot vooral dat er heel wat instellingen vooraf geconfigureerd zijn, zodat de admins zelf minder werk hebben. Daarbij worden de best practices voor het draaien en beveiligen van die clusters en nodes ook meteen ingebouwd. Bedoeling is dat Autopilot alle zogenaamde 'day 2 operations', het eigenlijke draaien van de containers dus, voor zijn rekening neemt. Dat gaat dan over opschalen, upgrades en onderhoud, bijvoorbeeld. Voor de ontwikkelaars die nieuwe containers opzetten, verandert er niet veel.

Softwarecontainers zijn een snel groeiende technologie maar het systeem is niet het simpelste om te beheren. Dat zegt Drew Bradstock, product lead voor Google Kubernetes Engine (GKE). 'Ondanks zes jaar vooruitgang is Kubernetes nog altijd erg complex', schrijft hij bij de aankondiging van Autopilot, 'En wat we het voorbije jaar gezien hebben is dat veel bedrijven Kubernetes omarmen, maar dat ze dan tegen die complexiteit aanlopen.'Het Kubernetes-platform, dat door Google ontwikkeld werd maar ondertussen openbron is, is de populairste van de containerplatformen. Daarbij worden apps in een 'container' ontwikkeld zodat ze zonder veel problemen op verschillende omgevingen en clouds kunnen worden uitgerold. Hoewel die 'zonder problemen' dus met een korrel zout moet worden genomen. GKE is al voor een groot deel een 'managed service', maar Google komt nu ook met Autopilot, een deployment-dienst voor GKE die een ander laagje automatisch beheer toevoegt. Een van de verschillen tussen de twee zit onder meerop het beheerniveau. Kubernetes werkt met nodes (individuele servers), clusters (een reeks fysieke of virtuele servers), containers (waar de programma's op draaien) en pods (een groep van een of meer containers op een node). Waar GKE op clusterniveau beheert, neemt Autopilot ook de nodes en pods in zijn managementtool op. Google legt het hele concept uit in zijn documentatie, en zoals de naam al wat aangeeft, betekent Autopilot vooral dat er heel wat instellingen vooraf geconfigureerd zijn, zodat de admins zelf minder werk hebben. Daarbij worden de best practices voor het draaien en beveiligen van die clusters en nodes ook meteen ingebouwd. Bedoeling is dat Autopilot alle zogenaamde 'day 2 operations', het eigenlijke draaien van de containers dus, voor zijn rekening neemt. Dat gaat dan over opschalen, upgrades en onderhoud, bijvoorbeeld. Voor de ontwikkelaars die nieuwe containers opzetten, verandert er niet veel.