Was u ook zo euforisch - en da's nog zacht uitgedrukt - toen duidelijk werd dat we vanaf 1 september weer met 200 binnen konden afspreken? Voor de eerste keer weer zonder mondmasker, en zonder social distancing regels.

De eerste keer opnieuw een registratieformulier invullen. Bevestigen dat je zeker komt. De eerste keer opnieuw in een avondfile op weg naar het adres dat je even voordien in je gps invoerde. Voor de eerste keer sinds lang nog snel even de parkeerinstructies opzoeken. En voor het eerst sinds de coronapandemie ook weer je wagen in een veel te krappe ondergrondse parking proppen. Je kostuumvest aantrekken en zo ontdekken dat je je visitekaartjes vergeten bent. Sommige dingen veranderen kennelijk nooit, zelfs niet na een pauze van meer dan anderhalf jaar.

Wel veranderd: nog snel dat mondmasker meegrabbelen uit je wagen en in de binnenzak van je vest stoppen. En dan toch ietwat schoorvoetend naar de ingang. Bijna met het gevoel van een eerste schooldag. Je wil wel, maar het is spannend. Wie gaat er allemaal zijn? En hoe gaan de regels er uitzien? Ik zie andere gasten arriveren, lonken naar elkaar en allemaal hetzelfde denken: een mondmasker is precies écht niet nodig. "Dag mevrouw, mijn naam is Kristof Van der Stadt. In drie woorden en met dt." De vriendelijke hostess doorstreept mijn naam op de afgedrukte Excel-lijst met 181 gasten én ik scoor een badge. Hoe lang is dat geleden? Ze ziet het koordje van mijn mondmasker bengelen. "Dat heeft u vanavond niet nodig hoor, het hoeft niet op", terwijl ik mijn badge probeer op te spelden. Daar ben ik duidelijk nog altijd even klungelig in.

Het fameuze rijk der vrijheid opent zich met bubbels

"Een glaasje, mijnheer?" Het fameuze rijk der vrijheid opent zich met bubbels, zoveel is duidelijk. De sfeer blijkt goed, uitgelaten zelfs. Overal glimlachende mensen. Af en toe een bulderlach. Lekker geurende hapjes passeren en ik moet me al snel een eerste keer excuseren: "Sorry, ik ben mijn visitekaartjes vergeten, we vinden elkaar wel op LinkedIn." Ik kijk rond en zie volk. Veel volk. Dat is wennen. Heel even denk ik: ho, die zaal is misschien wat te klein voor 181 personen. Onbewust kijk ik of er wel vensters en deuren open staan. En zo valt mijn oog toch op een enkeling die wél nog een mondmasker op heeft. "Ik ben er nog niet aan toe om mijn mondmasker thuis te laten", vertelt hij. Niemand die het hem kwalijk lijkt te nemen.

Vijf minuten later zie ik een oude bekende breed glimlachend met een vastberaden tred naar me toe komen. "Kristof! Maar dat is lang geleden!" en enthousiast reikt hij me de hand. Ik twijfel niet en schud hem de hand. Een hand! Dat was mijn eerste keer. Mag dat echt? Heb ik niks fout gedaan? Moet ik nu ontsmetten? De man stelt zich ondertussen beleefd verder voor aan de rest van het gezelschap waar ik bij sta. De jongeman naast me houdt zijn champagneglas in de linkerhand, maar zijn rechterhand blijft wel in de broekzak: "Sorry, handen schudden, dat doe ik echt niet meer. Maar aangename kennismaking." Opnieuw, niemand die het hem kwalijk neemt.

Later op de avond passeren nog alle mogelijke nieuwerwetse begroetingen zoals de knullige elleboog of het geforceerde vuistje. Vluchtige kushandjes, dat ook, en soms eens échte, uiteraard zedige kussen. Maar toch vooral handdrukken. Netwerken in het nieuwe normaal ziet er voorlopig toch verdacht veel als het oude normaal uit. En dat is gewoon prima. Maar wat je wel nog voelt is onwennigheid omdat iedereen op een ander punt in de post-coronacurve zit. Sommigen dragen een spreekwoordelijk coronarugzakje mee, anderen komen dan weer compleet onbevreesd hun badge ophalen. En de meesten zweven daar ergens tussenin. Ik hoop dat dit uiteindelijk gaat uitmonden in een soort nieuwe etiquette waarbij iedereen elkaars grenzen en comfortzone respecteert. Dan wordt het nieuwe normaal vooral wat het oude altijd al had moeten zijn.

Was u ook zo euforisch - en da's nog zacht uitgedrukt - toen duidelijk werd dat we vanaf 1 september weer met 200 binnen konden afspreken? Voor de eerste keer weer zonder mondmasker, en zonder social distancing regels. De eerste keer opnieuw een registratieformulier invullen. Bevestigen dat je zeker komt. De eerste keer opnieuw in een avondfile op weg naar het adres dat je even voordien in je gps invoerde. Voor de eerste keer sinds lang nog snel even de parkeerinstructies opzoeken. En voor het eerst sinds de coronapandemie ook weer je wagen in een veel te krappe ondergrondse parking proppen. Je kostuumvest aantrekken en zo ontdekken dat je je visitekaartjes vergeten bent. Sommige dingen veranderen kennelijk nooit, zelfs niet na een pauze van meer dan anderhalf jaar. Wel veranderd: nog snel dat mondmasker meegrabbelen uit je wagen en in de binnenzak van je vest stoppen. En dan toch ietwat schoorvoetend naar de ingang. Bijna met het gevoel van een eerste schooldag. Je wil wel, maar het is spannend. Wie gaat er allemaal zijn? En hoe gaan de regels er uitzien? Ik zie andere gasten arriveren, lonken naar elkaar en allemaal hetzelfde denken: een mondmasker is precies écht niet nodig. "Dag mevrouw, mijn naam is Kristof Van der Stadt. In drie woorden en met dt." De vriendelijke hostess doorstreept mijn naam op de afgedrukte Excel-lijst met 181 gasten én ik scoor een badge. Hoe lang is dat geleden? Ze ziet het koordje van mijn mondmasker bengelen. "Dat heeft u vanavond niet nodig hoor, het hoeft niet op", terwijl ik mijn badge probeer op te spelden. Daar ben ik duidelijk nog altijd even klungelig in. "Een glaasje, mijnheer?" Het fameuze rijk der vrijheid opent zich met bubbels, zoveel is duidelijk. De sfeer blijkt goed, uitgelaten zelfs. Overal glimlachende mensen. Af en toe een bulderlach. Lekker geurende hapjes passeren en ik moet me al snel een eerste keer excuseren: "Sorry, ik ben mijn visitekaartjes vergeten, we vinden elkaar wel op LinkedIn." Ik kijk rond en zie volk. Veel volk. Dat is wennen. Heel even denk ik: ho, die zaal is misschien wat te klein voor 181 personen. Onbewust kijk ik of er wel vensters en deuren open staan. En zo valt mijn oog toch op een enkeling die wél nog een mondmasker op heeft. "Ik ben er nog niet aan toe om mijn mondmasker thuis te laten", vertelt hij. Niemand die het hem kwalijk lijkt te nemen. Vijf minuten later zie ik een oude bekende breed glimlachend met een vastberaden tred naar me toe komen. "Kristof! Maar dat is lang geleden!" en enthousiast reikt hij me de hand. Ik twijfel niet en schud hem de hand. Een hand! Dat was mijn eerste keer. Mag dat echt? Heb ik niks fout gedaan? Moet ik nu ontsmetten? De man stelt zich ondertussen beleefd verder voor aan de rest van het gezelschap waar ik bij sta. De jongeman naast me houdt zijn champagneglas in de linkerhand, maar zijn rechterhand blijft wel in de broekzak: "Sorry, handen schudden, dat doe ik echt niet meer. Maar aangename kennismaking." Opnieuw, niemand die het hem kwalijk neemt. Later op de avond passeren nog alle mogelijke nieuwerwetse begroetingen zoals de knullige elleboog of het geforceerde vuistje. Vluchtige kushandjes, dat ook, en soms eens échte, uiteraard zedige kussen. Maar toch vooral handdrukken. Netwerken in het nieuwe normaal ziet er voorlopig toch verdacht veel als het oude normaal uit. En dat is gewoon prima. Maar wat je wel nog voelt is onwennigheid omdat iedereen op een ander punt in de post-coronacurve zit. Sommigen dragen een spreekwoordelijk coronarugzakje mee, anderen komen dan weer compleet onbevreesd hun badge ophalen. En de meesten zweven daar ergens tussenin. Ik hoop dat dit uiteindelijk gaat uitmonden in een soort nieuwe etiquette waarbij iedereen elkaars grenzen en comfortzone respecteert. Dan wordt het nieuwe normaal vooral wat het oude altijd al had moeten zijn.