Het gaat volgens Reuters om een tiental zeer lokale operatoren. Zij bedienen elk zo'n vijftig tot honderdduizend klanten en bieden vaak een mobiel netwerk aan op plaatsen die de grote operatoren links laten liggen.

Volgens de Rural Wireless Association steunt een kwart van die operatoren op infrastructuur van Huawei of ZTE, twee Chinese spelers waartegen de Amerikaans overheid een verbod heeft ingesteld. Grote spelers zoals Verizon, AT&T of T-Mobile zijn al langer afgestapt van Chinees materiaal.

Reuters meldt dat zij nu gesprekken voeren met Nokia en Ericsson. Maar dat gaat niet noodzakelijk eenvoudig. De twee Scandinavische spelers zijn volgens bronnen van het persbureau duurder dan ZTE en Huawei. Bovendien gaat het telkens om kleine netwerken, waardoor er weinig schaalvoordeel te halen valt. Daar komt bij dat zulke kleine operatoren niet enorm winstgevend zijn en een vernieuwing van hun netwerk een kostelijke operatie is.

De VS bekijkt momenteel een pakket van 700 miljoen dollar aan subsidies. Dat moet de lokale spelers helpen om de overstap te maken. Al schat de Rural Wireless Association de kosten van een overstap op 800 miljoen tot één miljard dollar.