Het datacenter is voor bedrijven het kloppend hart van hun digitale infrastructuur. Zonder datacenter geen 24/7 beschikbaarheid van applicaties, geen telewerk, en ook niet eindeloos schalen om pieken op te vangen. Maar dat kloppend hart is in constante evolutie. 15-20 jaar geleden sprak u waarschijnlijk over een data room of 'het serverkot' in de kelders van uw bedrijf. Sindsdien is er een grote opkomst van datacenteraanbieders die u naar 'de cloud' willen trekken. Een mooi woord voor 'doe het niet zelf, maar huur onze infrastructuur'.

Veel wolken

Maar die cloud komt in verschillende smaken. Bovenaan de markt zitten de zogenaamde hyperscalers. Bedrijven zoals Amazon Web Services, Microsoft Azure en Google Cloud Platform zijn de bekendste. Maar ook IBM, Oracle, Alibaba, Huawei en anderen willen maar al te graag dat uw applicaties in hun state-of-the-art infrastructuur draaien. Het grote voordeel is dat ze grotendeels geautomatiseerd en wereldwijd werken. Als u weet wat u wil, dan volstaat een kredietkaart en u bent vertrokken. Heeft u vooral klanten in West-Europa maar komt er plots een piek vanuit de VS, dan kan zo'n hyperscaler de werklast vlot verplaatsen naar haar Amerikaans datacenter. Wat ook van pas komt bij een panne.

'We zijn niet duurder dan AWS, of een Proximus of Telenet' Manu Drieghe (Unix-Solutions)

Daar onder zitten de datacenterspelers die door hun omvang of internationale positie ook in meerdere landen actief zijn. Ook zij maken het mogelijk om een bepaalde dienst zowel in Brussel als in Singapore performant te laten draaien.

Maar we focussen ons in dit artikel op de lokale spelers. Hoe boksen zij op tegen de grote en zeer grote jongens? Wat is in een relatief klein land de meerwaarde van lokale datacenters tegenover grote spelers met datacenters in Londen, Frankfurt, Parijs of Amsterdam?

Concurreren of co-innoveren?

Data News spreekt met vier lokale spelers: Unix Solutions, LCL, Proximus en Cegeka. Alle vier hanteren ze een andere aanpak of bedienen ze een andere markt, maar alle vier hebben ze wel een antwoord als we hen vragen wat hun infrastructuur nog te bieden heeft wanneer eindeloze computerkracht bij een wereldspeler binnen handbereik ligt.

Unix-Solutions is de kleinste van de vier. Het bedrijf heeft een datacenter in Zaventem en in Leuven, samen goed voor 326 racks of 805 vierkante meter aan datacenterinfrastructuur. Wat begon als een hostingbedrijf is sinds 2013 een datacenteraanbieder die gestaag groeit, maar zich bewust focust op de kmo-markt, doorgaans tot 250 werknemers.

"We zien die grote spelers niet als concurrentie," zegt managing partner Manu Drieghe. "De klanten die naar ons komen doen dat voor een persoonlijke en flexibele aanpak terwijl je bij een grote speler, hoe je het ook draait of keert, doorgaans belt naar een helpdesk, een menu doorloopt en een reeks standaardantwoorden krijgt. Bel je naar ons, dan komen we je de dag zelf uit de nood helpen."

., GETTY IMAGES
. © GETTY IMAGES

Ook de prijzen waarmee de hyperscalers hun klanten lokken maken weinig indruk bij Drieghe. "We zijn niet duurder dan AWS, of een Proximus of Telenet. We zien het soms bij klanten dat ze iets bij AWS draaien, dat is fijn en heel controleerbaar in een ontwikkelaarsomgeving, maar dan gaat het live, het aantal gebruikers en het dataverkeer gaat omhoog en de rekening volgt. Soms is dat per megabit (de hoeveelheid bandbreedte, nvdr.), soms per hoeveelheid data. Maar vaak gaat het dan van honderd euro per maand naar een paar duizend euro per maand. Wij hebben niet die one-click-shop maar we werken heel persoonlijk en zijn heel transparant over die prijzen."

"Bij ons betaal je ook meer als je meer capaciteit dan gepland verbruikt, maar dan gaan we klanten daar proactief over contacteren," zegt oprichter Steven Bens. "We kijken ook niet naar ons verkeer per gigabyte maar wel naar het gemiddelde doorheen de maand. Bij AWS kan ik er vaak zelf niet aan uit. Zodra je toepassing boomt, kan de prijs alle kanten uitgaan."

Ook bij LCL, dat zopas een vierde datacenterlocatie in Huizingen overnam, plaatsen ze de hyperscalers in een andere categorie. LCL biedt zelf geen servers aan, maar wel colocation, de ruimte om servers te plaatsen, inclusief de connectiviteit met de voornaamste telecomspelers en rechtstreekse lijnen naar de grote cloudproviders. De focus ligt daarmee voor een groot deel op kwaliteit van die ondersteunende diensten; zo zijn alle datacenters van tier 3 niveau.

"We onderscheiden ons met die connectiviteit," zegt Laurens Van Reijen van LCL. "Er komen veertig telecomoperatoren bij ons binnen. Onze nabijheid en aanspreekbaarheid vinden we belangrijk, maar we zien de zeer grote spelers vooral als partners. We hebben met ECX Fabric een platform om rechtstreeks naar hen te connecteren en dat is interessant voor bedrijven: ze kunnen hun eigen serverroom uitbesteden aan een partij als de onze, maar van daaruit ook naadloos aansluiten op andere cloudproviders omdat de latency tussen hun eigen servers en de hyperscalers zeer laag is."

Proximus, dat naast telecom/connectiviteit ook clouddiensten aanbiedt via twee datacenters (plus twee in Luxemburg), stelt het nog iets explicieter: "We willen helemaal geen product hebben dat in concurrentie gaat met Azure," zegt Gaetan Willems, head of hybrid cloud bij Proximus. Ook zijn bedrijf kijkt liever naar een samenwerking waarbij een workload afhankelijk van de noden bij Proximus of bij een grotere cloudprovider draait. "We willen een one-stop-shop zijn voor connectiviteit, datacenters en infrastructuur in de Benelux, maar we willen daarbij ook samenwerken zodat we de infrastructuur van een hyperscaler kunnen aanbieden aan onze klant." Zo heeft Proximus sinds april een samenwerking met Azure rond Azure Edge Zones. "Daarmee brengen we Azure dicht bij de klant, in ons eigen datacenter, on-premise of elders," zegt Willems.

Cegeka hanteert een gelijkaardige filosofie. Het bedrijf biedt geen losse datacenterdiensten aan, maar levert ze wel als onderdeel van outsourcingcontracten. "Soms gaan we de private cloud van een klant van op afstand beheren, soms zit de infrastructuur bij ons, waar we net zoals een hyperscaler elasticiteit kunnen leveren. In praktijk is het vaak een hybride oplossing," zegt CEO Stijn Bijnens. "Maar als het in een hyperscaler kan, waarom zou je het dan niet doen?" Zelf is hij een enorme voorstander van wat de grote cloudspelers vandaag bieden. Al nuanceert hij dat niets zaligmakend is. "De public cloud is zoals een hamburger van McDonalds. Je weet hoe het wordt gemaakt, maar je kan niet vragen om er eentje te krijgen met twee augurken en geen kaas." Wie specifieke noden heeft, komt dus al snel uit bij lokale, vaak flexibelere, spelers.

"Ben je een start-up met een nieuwe digitale toepassing, ontwikkel die dan in Azure of AWS. Maar onze klanten zitten vaak met een erfenis, zoals applicaties van twintig jaar geleden die we moderniseren en klaarmaken voor de cloud. Tegelijk wordt cloud vaak eenvoudig voorgesteld, maar het omvat ook change management, cybersecurity, beheer... We hebben klanten die grotendeels in Azure zitten, maar waarvoor wij dat beheer uit handen nemen. Die totaaloplossingen aanbieden is onze sweet spot," zegt Bijnens.

'We willen helemaal geen product hebben dat in concurrentie gaat met Azure.' Gaetan Willems (Proximus)

De lat ligt hoger

De impact van hyperscalers heeft het IT-landschap grondig veranderd, maar vooral in positieve zin, zo lijkt het. "Ze hebben vooral de gebruikservaring beter gemaakt en dat maakt dat ook wij voor onze oplossingen investeren in het verbeteren van die ervaring," zegt Gaetan Willems van Proximus. "Ze leggen de lat hoog, onder meer voor hun klantenportaal. Maar ook qua prijszetting," vult Stijn Bijnens van Cegeka aan. "Vroeger zei je 'we beheren het voor die prijs', nu zegt elke speler wat ze aanrekenen voor rekenkracht, wat kost een container, een cluster, een back-up... Vandaag is er veel meer transparantie in die prijzen, wat in het voordeel van de klanten is."

Manu Drieghe (Unix-Solutions): "Wij zien vooral dat er meer besef is rond datacenters. De GDPR heeft klanten meer laten nadenken over waar hun data effectief staat en bij grote spelers is dat in Parijs, Frankfurt of Amsterdam. Bij ons is dat Zaventem of Leuven en sommige klanten vinden het belangrijk dat hun data binnen België blijft." Maar dat die grote spelers hun cloud wereldwijd kunnen aanbieden, jaagt klanten niet noodzakelijk weg bij lokale spelers, zegt zijn collega Steven Bens: "Zolang je bedrijf mee gaat met de technologie, zien klanten niet de nood om naar een grotere speler te gaan. We zijn nu bijvoorbeeld bezig om Kubernetes aan te bieden. Daarnaast kan je bij ons evenzeer schalen in capaciteit en blijven de systemen ook 24/7 draaien."

Hardware vs. software

De groei van de cloud zorgde de afgelopen tien jaar ook voor een toename aan software om die cloud te beheren. In die mate dat sommige spelers al een tijdje zeggen dat de pure hardware nu minder belangrijk is dan de software die het allemaal moet optimaliseren. Dat klopt, deels.

"Voor shared services is dat inderdaad minder belangrijk," zegt Gaetan Willems. Maar als je klant specifieke noden heeft, bijvoorbeeld voor een specifieke applicatie, dan zijn hardware en de prestaties ervan wel belangrijk. Dat kan dan gaan over bijvoorbeeld specifieke opslagcapaciteit of hyperconverged infrastructuur."

Laurens Van Reijen van LCL is iets genuanceerder. "Het is even belangrijk, maar we kijken er vandaag anders naar. Een server kan nu tien of twintig keer meer kosten dan tien jaar geleden, maar je kan er veel meer mee doen. Tegelijk blijft het wel belangrijk hoeveel RAM en opslag je hebt."

Bij Unix-Solutions ziet men het anders. "Dankzij software kunnen we blijven innoveren," zegt Bens. "We proberen minder afhankelijk te zijn van specifieke hardware. Heel onze clusteromgeving is gebouwd op componenten die kunnen blijven draaien als er een server of een switch faalt. Ook als we ooit op één locatie alles zouden verliezen bij een panne of een brand, dan zorgt software er voor dat alles verder blijft draaien vanop een andere locatie. De afhankelijkheid van specifieke hardware is kleiner geworden, maar dat lukt pas wanneer je virtualisatielaag en bijhorende software daar ook op voorzien zijn."

Ook Stijn Bijnens van Cegeka volgt die redenering. "Ik ben een grote aanhanger van het idee dat alles naar general purpose hardware gaat, maar ik zeg er ook bij dat ik als software-ingenieur geen hardwareman ben. Software defined networking komt sterk op en hardware wordt op termijn bijna onzichtbaar voor een ontwikkelaar. Dat maakt het soms ook moeilijker. Vroeger kon je bij een netwerkprobleem een kabel uittrekken en je wist of daar het probleem lag. Bij software-defined is dat moeilijker, maar in principe zou het beter moeten werken."

Corona

We spreken onze vier datacenterspelers in volle quarantaineperiode. Een moment dat het netwerkverkeer piekt en sommige bedrijven zich zeer snel moeten aanpassen om applicaties van op afstand toegankelijk te maken. Ook dat is merkbaar bij hen. "Voor zaken als VPN's, een digitale werkplek, Skype zien we meer vraag," zegt Gaetan Willems van Proximus. Ook bij Unix-Solutions zijn er klanten die hun capaciteit in het datacenter hebben vergroot.

"De meeste zaken zijn vrij onzichtbaar," zegt Laurens Van Reijen van LCL. "Je hebt klanten die hun 1 Gbps-verbinding verhogen naar 5 of 10 Gbps. Wel horen we van operatoren dat hun klanten aan het upgraden zijn. Maar het mooie aan onze sector is dat alles schaalbaar is. De omvang van het internet verdubbelt ongeveer elke achttien maanden en infrastructuur wordt ook met dat in het achterhoofd gebouwd. Dat maakt dat je in een situatie als deze snel kan schakelen."

., Getty Images
. © Getty Images

Al blijft IT niet volledig buiten schot. Gartner voorspelt dat er dit jaar wereldwijd acht procent minder aan IT zal worden uitgegeven dan in 2019. De marktanalist ging begin dit jaar nog uit van een groei van 3,4 procent. Het verschil tussen de schatting in januari en vandaag bedraagt 409 miljard dollar. (sinds de publicatie van dit artikel heeft Gartner haar verwachting wel bijgesteld naar een daling van 7,3 procent)

"Straks volgt er waarschijnlijk een recessie en dat houdt klanten tegen om nieuwe projecten te starten. Maar tegelijk is IT zo belangrijk geworden dat bedrijven ook beseffen dat te veel besparen geen goede keuze is," zegt Van Reijen van LCL. Ook Gaetan Willems van Proximus bekijkt het relatief positief. "Sommige projecten zullen vertraagd worden. Maar in plaats van grote investeringen zullen velen kijken naar een huurmodel, dus zaken als managed services op ons platform of in de public cloud zullen belangrijker worden. In dit geval niet hoofdzakelijk om een applicatie beter te laten draaien, maar wel voor de kostprijs."

"Ik ben vandaag heel blij dat ik in IT werk en niet in een ander sector," zegt Stijn Bijnens van Cegeka. "Maar fundamenteel denk ik dat dit de digitalisering zal versnellen. Plots hebben twee miljard mensen van op afstand leren werken en dan merk je het belang van digitaal werkplekbeheer. Alles samen zullen de cloudconcepten versnellen. Je kan daar makkelijk upscalen, maar ook weer downscalen en dat maakt het argument om naar de cloud te gaan alleen maar beter."

Datacenters voor dummies

U weet wat een datacenter is, maar toch zijn er een hoop vaktermen en buzzwords waarbij u het mogelijk in Keulen hoort donderen. Geen nood, Data News legt een aantal vaktermen eenvoudig uit zodat u mee bent, de volgende keer dat u met een datacenterspeler aan tafel zit.

Blade (server)

Een server specifiek ontworpen voor een datacenter, zodat hij zo weinig mogelijk plaats inneemt in een rack en er dus meer servers in één rack passen. Qua omvang denkt u best aan een zwarte pizzadoos.

Colocation (colo)

Een datacenter waar u geen server huurt, maar waar u wel uw eigen apparatuur kan plaatsen. Het datacenter biedt u stroom en connectiviteit met verschillende telecomaanbieders of grote cloudaanbieders. U bent verantwoordelijk voor uw hardware maar alles errond wordt door het datacenter geleverd.

Containers

Vergelijkbaar met een virtuele machine die toelaat om een applicatie in meerdere omgevingen te zetten, maar bij containers wordt een applicatie enkel 'verpakt'. Dat maakt ze lichter dan bij een virtuele machine. Ook is een applicatie in een container makkelijk verplaatsbaar van de ene server naar de andere, bijvoorbeeld van een testomgeving naar een productieomgeving.

Disaster recovery

Een reeks maatregelen om in het geval van een incident (brand, overstroming, panne) nog steeds verder te kunnen. Voor een datacenter wil dat onder meer zeggen dat er een noodgenerator is om bij een stroompanne lange tijd verder te kunnen, of een duplicaat van de data en applicaties in een tweede of derde datacenter op minstens 20 kilometer afstand.

Hyperscale datacenter

Hyperscalers zijn de zeer grote datacenters, doorgaans in handen van technologiebedrijven. In eerste instantie moet u denken aan AWS, Google en Azure, maar ook Facebook of Apple, die niet rechtstreeks rekenkracht aan anderen aanbieden, vallen hieronder.

Meet me room

Een plaats binnen een datacenter waar de connecties van verschillende telecomaanbieders worden gelegd. Een fysiek knooppunt voor de dataverbindingen.

On-premise

Wanneer uw server of datacenter op het eigen bedrijfsterrein staat, dan spreken we van on-premise.

Public, private, hybrid en multi-cloud

Wanneer uw data in de publieke cloud zit, dan draait ze op servers die worden gedeeld met andere bedrijven of gebruikers. Uw data zit (normaliter) weliswaar gescheiden van anderen, maar u deelt de infrastructuur. Bij een private cloud is de hardware waar uw data op draait enkel voor u. Dat kan op de server in uw eigen bedrijf zijn, maar het is ook mogelijk om een private cloud in een extern datacenter te hebben. Een hybride cloud is een combinatie van public en private cloud. Bij multi-cloud worden meerdere cloudleveranciers gecombineerd. De ene applicatie draait bij Amazon, de andere bij Cegeka, nog een ander project bij Oracle enzovoort.

PUE

Power Usage Effectiveness. Het totale energieverbruik van een datacenter, gedeeld door het energieverbruik van het IT-materiaal in een datacenter. Kortweg een getal, meestal tussen 1,4 en 2,4, dat aangeeft hoe zuinig een datacenter is. Hoe hoger het getal, hoe meer energie naar onder meer koeling gaat, en dus hoe hoger het stroomverbruik (en de kosten daarvan).

Rack

Een serverkast waarin de hardware, vaak meerdere servers, zit.

Redundantie/ontdubbelen

Er voor zorgen dat een bepaald systeem kan terugvallen op een alternatieve verbinding of capaciteit wanneer het fout gaat. Voor datacenters betekent dit onder meer dat er minstens twee internetverbindingen van verschillende leveranciers aanwezig zijn, dat er twee aansluitingen op het stroomnet werden voorzien en dat een kopie van de data ook op een andere locatie draait.

Tier 1, 2, 3...

Een vrij universele norm voor hoe goed een datacenter is uitgerust. Zo vereist 'tier 1' één pad voor stroom en koeling en hoort een datacenter 99,671 procent uptime per jaar te garanderen (28,8 uur downtime per jaar). Voor Tier 3 moeten er meerdere paden zijn voor stroom en koeling. Hier wordt een uptime van 99,982 procent gegarandeerd, ofwel amper 94,6 minuten downtime per jaar).Tier 4 bestaat ook, maar is in België lastig. Die vereist namelijk een aansluiting op twee verschillende stroomnetten terwijl België wel meerdere leveranciers, maar slechts één stroomnet heeft. In theorie kan het echter wel in combinatie met een tweede permanente stroombron, zoals een eigen waterkrachtcentrale.

Virtuele machine

Een virtuele versie van een computer of server. Zo kunnen op één fysieke server meerdere virtuele machines (VM's) draaien. Dat is handig om bijvoorbeeld verschillende besturingssystemen te combineren of om meerdere gebruikers of klanten elk hun virtuele server te geven.

Het datacenter is voor bedrijven het kloppend hart van hun digitale infrastructuur. Zonder datacenter geen 24/7 beschikbaarheid van applicaties, geen telewerk, en ook niet eindeloos schalen om pieken op te vangen. Maar dat kloppend hart is in constante evolutie. 15-20 jaar geleden sprak u waarschijnlijk over een data room of 'het serverkot' in de kelders van uw bedrijf. Sindsdien is er een grote opkomst van datacenteraanbieders die u naar 'de cloud' willen trekken. Een mooi woord voor 'doe het niet zelf, maar huur onze infrastructuur'. Maar die cloud komt in verschillende smaken. Bovenaan de markt zitten de zogenaamde hyperscalers. Bedrijven zoals Amazon Web Services, Microsoft Azure en Google Cloud Platform zijn de bekendste. Maar ook IBM, Oracle, Alibaba, Huawei en anderen willen maar al te graag dat uw applicaties in hun state-of-the-art infrastructuur draaien. Het grote voordeel is dat ze grotendeels geautomatiseerd en wereldwijd werken. Als u weet wat u wil, dan volstaat een kredietkaart en u bent vertrokken. Heeft u vooral klanten in West-Europa maar komt er plots een piek vanuit de VS, dan kan zo'n hyperscaler de werklast vlot verplaatsen naar haar Amerikaans datacenter. Wat ook van pas komt bij een panne. Daar onder zitten de datacenterspelers die door hun omvang of internationale positie ook in meerdere landen actief zijn. Ook zij maken het mogelijk om een bepaalde dienst zowel in Brussel als in Singapore performant te laten draaien. Maar we focussen ons in dit artikel op de lokale spelers. Hoe boksen zij op tegen de grote en zeer grote jongens? Wat is in een relatief klein land de meerwaarde van lokale datacenters tegenover grote spelers met datacenters in Londen, Frankfurt, Parijs of Amsterdam? Data News spreekt met vier lokale spelers: Unix Solutions, LCL, Proximus en Cegeka. Alle vier hanteren ze een andere aanpak of bedienen ze een andere markt, maar alle vier hebben ze wel een antwoord als we hen vragen wat hun infrastructuur nog te bieden heeft wanneer eindeloze computerkracht bij een wereldspeler binnen handbereik ligt. Unix-Solutions is de kleinste van de vier. Het bedrijf heeft een datacenter in Zaventem en in Leuven, samen goed voor 326 racks of 805 vierkante meter aan datacenterinfrastructuur. Wat begon als een hostingbedrijf is sinds 2013 een datacenteraanbieder die gestaag groeit, maar zich bewust focust op de kmo-markt, doorgaans tot 250 werknemers. "We zien die grote spelers niet als concurrentie," zegt managing partner Manu Drieghe. "De klanten die naar ons komen doen dat voor een persoonlijke en flexibele aanpak terwijl je bij een grote speler, hoe je het ook draait of keert, doorgaans belt naar een helpdesk, een menu doorloopt en een reeks standaardantwoorden krijgt. Bel je naar ons, dan komen we je de dag zelf uit de nood helpen." Ook de prijzen waarmee de hyperscalers hun klanten lokken maken weinig indruk bij Drieghe. "We zijn niet duurder dan AWS, of een Proximus of Telenet. We zien het soms bij klanten dat ze iets bij AWS draaien, dat is fijn en heel controleerbaar in een ontwikkelaarsomgeving, maar dan gaat het live, het aantal gebruikers en het dataverkeer gaat omhoog en de rekening volgt. Soms is dat per megabit (de hoeveelheid bandbreedte, nvdr.), soms per hoeveelheid data. Maar vaak gaat het dan van honderd euro per maand naar een paar duizend euro per maand. Wij hebben niet die one-click-shop maar we werken heel persoonlijk en zijn heel transparant over die prijzen." "Bij ons betaal je ook meer als je meer capaciteit dan gepland verbruikt, maar dan gaan we klanten daar proactief over contacteren," zegt oprichter Steven Bens. "We kijken ook niet naar ons verkeer per gigabyte maar wel naar het gemiddelde doorheen de maand. Bij AWS kan ik er vaak zelf niet aan uit. Zodra je toepassing boomt, kan de prijs alle kanten uitgaan." Ook bij LCL, dat zopas een vierde datacenterlocatie in Huizingen overnam, plaatsen ze de hyperscalers in een andere categorie. LCL biedt zelf geen servers aan, maar wel colocation, de ruimte om servers te plaatsen, inclusief de connectiviteit met de voornaamste telecomspelers en rechtstreekse lijnen naar de grote cloudproviders. De focus ligt daarmee voor een groot deel op kwaliteit van die ondersteunende diensten; zo zijn alle datacenters van tier 3 niveau. "We onderscheiden ons met die connectiviteit," zegt Laurens Van Reijen van LCL. "Er komen veertig telecomoperatoren bij ons binnen. Onze nabijheid en aanspreekbaarheid vinden we belangrijk, maar we zien de zeer grote spelers vooral als partners. We hebben met ECX Fabric een platform om rechtstreeks naar hen te connecteren en dat is interessant voor bedrijven: ze kunnen hun eigen serverroom uitbesteden aan een partij als de onze, maar van daaruit ook naadloos aansluiten op andere cloudproviders omdat de latency tussen hun eigen servers en de hyperscalers zeer laag is." Proximus, dat naast telecom/connectiviteit ook clouddiensten aanbiedt via twee datacenters (plus twee in Luxemburg), stelt het nog iets explicieter: "We willen helemaal geen product hebben dat in concurrentie gaat met Azure," zegt Gaetan Willems, head of hybrid cloud bij Proximus. Ook zijn bedrijf kijkt liever naar een samenwerking waarbij een workload afhankelijk van de noden bij Proximus of bij een grotere cloudprovider draait. "We willen een one-stop-shop zijn voor connectiviteit, datacenters en infrastructuur in de Benelux, maar we willen daarbij ook samenwerken zodat we de infrastructuur van een hyperscaler kunnen aanbieden aan onze klant." Zo heeft Proximus sinds april een samenwerking met Azure rond Azure Edge Zones. "Daarmee brengen we Azure dicht bij de klant, in ons eigen datacenter, on-premise of elders," zegt Willems. Cegeka hanteert een gelijkaardige filosofie. Het bedrijf biedt geen losse datacenterdiensten aan, maar levert ze wel als onderdeel van outsourcingcontracten. "Soms gaan we de private cloud van een klant van op afstand beheren, soms zit de infrastructuur bij ons, waar we net zoals een hyperscaler elasticiteit kunnen leveren. In praktijk is het vaak een hybride oplossing," zegt CEO Stijn Bijnens. "Maar als het in een hyperscaler kan, waarom zou je het dan niet doen?" Zelf is hij een enorme voorstander van wat de grote cloudspelers vandaag bieden. Al nuanceert hij dat niets zaligmakend is. "De public cloud is zoals een hamburger van McDonalds. Je weet hoe het wordt gemaakt, maar je kan niet vragen om er eentje te krijgen met twee augurken en geen kaas." Wie specifieke noden heeft, komt dus al snel uit bij lokale, vaak flexibelere, spelers. "Ben je een start-up met een nieuwe digitale toepassing, ontwikkel die dan in Azure of AWS. Maar onze klanten zitten vaak met een erfenis, zoals applicaties van twintig jaar geleden die we moderniseren en klaarmaken voor de cloud. Tegelijk wordt cloud vaak eenvoudig voorgesteld, maar het omvat ook change management, cybersecurity, beheer... We hebben klanten die grotendeels in Azure zitten, maar waarvoor wij dat beheer uit handen nemen. Die totaaloplossingen aanbieden is onze sweet spot," zegt Bijnens. De impact van hyperscalers heeft het IT-landschap grondig veranderd, maar vooral in positieve zin, zo lijkt het. "Ze hebben vooral de gebruikservaring beter gemaakt en dat maakt dat ook wij voor onze oplossingen investeren in het verbeteren van die ervaring," zegt Gaetan Willems van Proximus. "Ze leggen de lat hoog, onder meer voor hun klantenportaal. Maar ook qua prijszetting," vult Stijn Bijnens van Cegeka aan. "Vroeger zei je 'we beheren het voor die prijs', nu zegt elke speler wat ze aanrekenen voor rekenkracht, wat kost een container, een cluster, een back-up... Vandaag is er veel meer transparantie in die prijzen, wat in het voordeel van de klanten is." Manu Drieghe (Unix-Solutions): "Wij zien vooral dat er meer besef is rond datacenters. De GDPR heeft klanten meer laten nadenken over waar hun data effectief staat en bij grote spelers is dat in Parijs, Frankfurt of Amsterdam. Bij ons is dat Zaventem of Leuven en sommige klanten vinden het belangrijk dat hun data binnen België blijft." Maar dat die grote spelers hun cloud wereldwijd kunnen aanbieden, jaagt klanten niet noodzakelijk weg bij lokale spelers, zegt zijn collega Steven Bens: "Zolang je bedrijf mee gaat met de technologie, zien klanten niet de nood om naar een grotere speler te gaan. We zijn nu bijvoorbeeld bezig om Kubernetes aan te bieden. Daarnaast kan je bij ons evenzeer schalen in capaciteit en blijven de systemen ook 24/7 draaien." De groei van de cloud zorgde de afgelopen tien jaar ook voor een toename aan software om die cloud te beheren. In die mate dat sommige spelers al een tijdje zeggen dat de pure hardware nu minder belangrijk is dan de software die het allemaal moet optimaliseren. Dat klopt, deels. "Voor shared services is dat inderdaad minder belangrijk," zegt Gaetan Willems. Maar als je klant specifieke noden heeft, bijvoorbeeld voor een specifieke applicatie, dan zijn hardware en de prestaties ervan wel belangrijk. Dat kan dan gaan over bijvoorbeeld specifieke opslagcapaciteit of hyperconverged infrastructuur." Laurens Van Reijen van LCL is iets genuanceerder. "Het is even belangrijk, maar we kijken er vandaag anders naar. Een server kan nu tien of twintig keer meer kosten dan tien jaar geleden, maar je kan er veel meer mee doen. Tegelijk blijft het wel belangrijk hoeveel RAM en opslag je hebt." Bij Unix-Solutions ziet men het anders. "Dankzij software kunnen we blijven innoveren," zegt Bens. "We proberen minder afhankelijk te zijn van specifieke hardware. Heel onze clusteromgeving is gebouwd op componenten die kunnen blijven draaien als er een server of een switch faalt. Ook als we ooit op één locatie alles zouden verliezen bij een panne of een brand, dan zorgt software er voor dat alles verder blijft draaien vanop een andere locatie. De afhankelijkheid van specifieke hardware is kleiner geworden, maar dat lukt pas wanneer je virtualisatielaag en bijhorende software daar ook op voorzien zijn." Ook Stijn Bijnens van Cegeka volgt die redenering. "Ik ben een grote aanhanger van het idee dat alles naar general purpose hardware gaat, maar ik zeg er ook bij dat ik als software-ingenieur geen hardwareman ben. Software defined networking komt sterk op en hardware wordt op termijn bijna onzichtbaar voor een ontwikkelaar. Dat maakt het soms ook moeilijker. Vroeger kon je bij een netwerkprobleem een kabel uittrekken en je wist of daar het probleem lag. Bij software-defined is dat moeilijker, maar in principe zou het beter moeten werken." We spreken onze vier datacenterspelers in volle quarantaineperiode. Een moment dat het netwerkverkeer piekt en sommige bedrijven zich zeer snel moeten aanpassen om applicaties van op afstand toegankelijk te maken. Ook dat is merkbaar bij hen. "Voor zaken als VPN's, een digitale werkplek, Skype zien we meer vraag," zegt Gaetan Willems van Proximus. Ook bij Unix-Solutions zijn er klanten die hun capaciteit in het datacenter hebben vergroot. "De meeste zaken zijn vrij onzichtbaar," zegt Laurens Van Reijen van LCL. "Je hebt klanten die hun 1 Gbps-verbinding verhogen naar 5 of 10 Gbps. Wel horen we van operatoren dat hun klanten aan het upgraden zijn. Maar het mooie aan onze sector is dat alles schaalbaar is. De omvang van het internet verdubbelt ongeveer elke achttien maanden en infrastructuur wordt ook met dat in het achterhoofd gebouwd. Dat maakt dat je in een situatie als deze snel kan schakelen." Al blijft IT niet volledig buiten schot. Gartner voorspelt dat er dit jaar wereldwijd acht procent minder aan IT zal worden uitgegeven dan in 2019. De marktanalist ging begin dit jaar nog uit van een groei van 3,4 procent. Het verschil tussen de schatting in januari en vandaag bedraagt 409 miljard dollar. (sinds de publicatie van dit artikel heeft Gartner haar verwachting wel bijgesteld naar een daling van 7,3 procent)"Straks volgt er waarschijnlijk een recessie en dat houdt klanten tegen om nieuwe projecten te starten. Maar tegelijk is IT zo belangrijk geworden dat bedrijven ook beseffen dat te veel besparen geen goede keuze is," zegt Van Reijen van LCL. Ook Gaetan Willems van Proximus bekijkt het relatief positief. "Sommige projecten zullen vertraagd worden. Maar in plaats van grote investeringen zullen velen kijken naar een huurmodel, dus zaken als managed services op ons platform of in de public cloud zullen belangrijker worden. In dit geval niet hoofdzakelijk om een applicatie beter te laten draaien, maar wel voor de kostprijs." "Ik ben vandaag heel blij dat ik in IT werk en niet in een ander sector," zegt Stijn Bijnens van Cegeka. "Maar fundamenteel denk ik dat dit de digitalisering zal versnellen. Plots hebben twee miljard mensen van op afstand leren werken en dan merk je het belang van digitaal werkplekbeheer. Alles samen zullen de cloudconcepten versnellen. Je kan daar makkelijk upscalen, maar ook weer downscalen en dat maakt het argument om naar de cloud te gaan alleen maar beter."