Het opstartverhaal van Google leest als dat van een Amerikaanse droom: gestart in een garage door twee whizzkids met een goed idee en bijna geen geld. Larry Page en Sergey Brin werkten er aan een geavanceerde methode om informatie op het internet te vinden.
...

Het opstartverhaal van Google leest als dat van een Amerikaanse droom: gestart in een garage door twee whizzkids met een goed idee en bijna geen geld. Larry Page en Sergey Brin werkten er aan een geavanceerde methode om informatie op het internet te vinden.Voor wie zich moelijk kan voorstellen hoe dat internet er twintig jaar geleden uitzag, stappen we even terug in de tijd. In de beginjaren van het internet zócht je nog niet naar websites: je tikte het webadres volledig in de adresbalk van de browser -Netscape was toen één van de populaire browsers. Surfen was een ontdekkingstocht. Je begon op een website en je klikte alsmaar dieper door op hyperlinks tot wanneer je gevonden had wat je zocht. Via webportalen kon je bladeren door categorieën. Er waren ook tientallen zoekmachines, maar die werkten allemaal om het slechtst.Larry Page en Sergei Brin zagen in dat wie betere zoekresultaten kon bieden, de sleutel tot succes in handen had. The Anatomy of a Large-Scale Hypertextual Web Search Engine was de titel van hun thesis. Daar waren ze al sinds maart 1996 mee bezig, onder de projectnaam BackRub. Wat later besloten ze die naam te veranderden naar 'Googolplex', de aanduiding voor een 1 met honderd nullen (10 tot de honderste). Page, gefascineerd door wiskunde, wilde met de verwijzing naar dit getal de bedrijfsmissie weerspiegelen: alle informatie ter wereld toegankelijk maken. Uiteindelijk werd de naam afgekort tot 'Googol' en toen Sean Anderson, een studiegenoot van Page, wilde controleren of die domeinnaam nog beschikbaar was, typte hij per ongeluk 'Google'. Page vond die naam nog beter klinken, en zo geschiedde. Op 15 september 1997 registreerden ze de domeinnaam Google.com. Een jaar later, op 4 september 1998, registreerden ze de naam van hun bedrijf als Google Inc.In 1998 introduceerden Page en Brin een systeem om hun zoekresultaten te ordenen. Dat PageRank-systeem was geniaal in zijn eenvoud. Ze vertrokken van het idee van een surfer die willekeurig op hyperlinks zit te klikken. Hoe groter de kans dat de surfer daarmee op een bepaalde webpagina komt, hoe een hogere score ze op die webpagina plakten: de PageRank. Concreet krijgt een pagina een hogere PageRank als er meer hyperlinks van andere pagina's naar verwijzen, waarin de PageRank van die andere pagina's op zijn beurt ook belang heeft. En hoe hoger de PageRank, hoe hoger de pagina in de resultatenlijst terecht kwam.Volgens Google heeft de 'Page' in 'PageRank' trouwens niets te maken met het Engelse woord voor 'pagina'. Het bedrijf claimt dat de term enkel refereert aan de achternaam van Larry Page - wellicht om haar intellectuele eigendomsrecht op het merk 'PageRank' te versterken.PageRank is natuurlijk maar één van de parameters waarop het Google-zoekmodel is gebaseerd. Destijds hielden ze ook al rekening met de technische structuur van de pagina, en met hoeveel keywords en meta-tags er werden opgenomen. In de afgelopen twintig jaar is het algoritme bovendien voortdurend aangepast en zijn er steeds meer factoren gaan meetellen.Samen met die evolutie heeft Google ook een hele nieuwe sector mee vormgegeven: die van Search Engine Optimization (SEO). Bedrijven hebben er alle belang bij om zo hoog mogelijk te scoren en huren consultants in om ervoor te zorgen dat hun website minstens op de eerste pagina van Google's zoekresultaten terug te vinden is. Al snel verdrong Google haar concurrent AltaVista en werd het 's werelds populairste zoekmachine. Op drie jaar tijd had Google al meer dan één miljard webdocumenten geïndexeerd; twee jaar later waren dat er al drie miljard. Vandaag zoekt Google door 47 miljard geïndexeerde webpagina's.De zoekmachine breidde ook alsmaar uit. Sinds 2001 konden niet enkel webpagina's, maar ook afbeeldingen gezocht worden. Een jaar later kwam er een versie in het Nederlands. Waar aanvankelijk enkel gezocht kon worden op tekst, kunnen nu ook afbeeldingen en video's doorzocht worden. Google kwam met extra diensten, zoals Google Maps, Google Docs, Google Adwords & Adsense, Blog (Blogger) en Video (YouTube). In 2004 werd Gmail gelanceerd. Die e-maildienst werd meteen populair, onder meer omdat ze gebruikers quasi onbeperkte opslag gaf. Het mailarchief wordt nu door Google gebruikt om je interesses te leren kennen en te profileren. Gaandeweg evolueerde Google tot een soort geïntegreerd aanbod van online diensten met je Google-account als rode draad. Sinds twee jaar heeft Google een nieuwe structuur opgezet, met Alphabet als overkoepelend moederbedrijf waartoe naast Google ook aparte zijprojecten horen (software voor zelfrijdende wagens, digitalisering van de gezondheidszorg, projecten rond aflevering van pakjes via drones, enzovoort). Zo kan Google (inclusief Gmail, YouTube, Gmail, etc.) gewaardeerd worden afzonderlijk van die nieuwe activiteiten.Het basisprincipe van Google is wel steeds hetzelfde gebleven: gratis zinvolle informatie aan de gebruikers bezorgen. En die gebruikersprofielen vervolgens aanbieden aan adverteerders. Wat ook steeds hetzelfde gebleven is, is de eenvoud van de zoekbalk. Er zijn maar weinig webpagina's die er zo kaal uitzien en toch dagelijks door iedereen gebruikt worden als Google.com.Door iedereen? Dat is niet helemaal waar. Hoewel Google in heel wat landen incontournable is geworden - In Europa vindt 90 procent van alle zoekopdrachten via Google plaats - wordt het in andere markten helemaal niet gebruikt. Zo heeft China Baidu.com en gebruikt men in Rusland vooral Yandex. Ook Yahoo en Bing zijn in sommige markten (Japan, Taiwan en US) meer ingeburgerd dan hier. Intussen zijn we hier wel steeds afhankelijker geworden van de diensten van Google. Dat kan ons blind maken voor de hoeveelheid info die Google ondertussen over ons heeft. Via onze smartphone kent Google onze locatie en via de mailbox kent het onze persoonlijke interesses. Net omdat Google je beter en beter leert kennen, krijg je ook steeds vaker dezelfde resultaten te zien die misschien gekleurd zijn met je eigen persoonlijke opinie: we komen in een filterbubbel terecht. Google ademt marktdominantie en dan dreigt al snel een clash met Europa, iets waar in het verleden ook Microsoft al mee te maken kreeg. Wanneer je een product zoekt, verschijnen de eigen Google Shopping resultaten bovenaan de zoekresultaten. Daardoor worden zowel andere aanbieders als de consument benadeeld, stelde de Europese Commissie vast na zeven jaar onderzoek. In juni vorig jaar kreeg Google hiervoor een boete van 2,42 miljard euro van EU-commissaris voor Mededinging Margrethe Vestager. Ook met zijn mobiele besturingssysteem Android heeft Google volgens de EU haar dominante marktpositie misbruikt. Google zou fabrikanten en operatoren ertoe verplichten apps te installeren die door Google ontwikkeld zijn, zoals Google Play en Google Chrome. In juli raakte bekend dat het bedrijf de EU daarvoor een boete van 4,34 miljard euro moet betalen. Google gaat in beroep tegen de uitspraak, die haar Europese strategie op de helling kan zetten.Na de boete suggereerde Google-CEO Sundar Pichai dat Android in de toekomst misschien niet langer gratis zal zijn. Dat zou een breuk betekenen met de strategie die Google de voorbije twintig jaar gevolgd heeft en waaraan het haar succes te danken heeft. Maar zulke strategiewijziging lijkt onwaarschijnlijk. Google heeft er baat bij dat het 85 procent van de smartphonemarkt bedient. Google weet perfect waar ter wereld Android wordt gebruikt, hoe het wordt gebruikt, welke apps er op worden geïnstalleerd en zelfs wie die gebruikers zijn, want ze hebben bijna allemaal een Google-account. Idem voor browsers: Google weet als geen ander welke websites populair zijn en naar wat u surft. Als advertentieverkoper is dat de heilige graal. Hoe heilig? De omzet van moederbedrijf Alphabet lag vorig jaar op 110,85 miljard dollar, 84 procent daarvan komt van advertenties. Hoe populairder de Google-diensten, hoe luider de kassa rinkelt.