ICNIRP staat voor de International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection en is een vereniging van stralingsdeskundigen en andere wetenschappers die nagaat vanaf hoeveel elektromagnetische straling er schade kan komen. Het is op de regels die de organisatie in 1998 publiceerde dat vandaag verschillende landen en ook de WHO haar aanbevelingen baseert.

Het duurde zeven jaar om de nieuwe normen vast te leggen. Dat gebeurde niet door eigen studies uit te voeren. Wel deden de wetenschappers een grondige analyse van de bestaande onderzoeken.

"Ze zijn ontwikkeld na het grondig bestuderen van alle relevante wetenschappelijke literatuur, wetenschappelijke workshops en een uitgebreid publiek consultatieproces. Ze voorzien bescherming tegen alle wetenschappelijk onderbouwde nadelige gezondheidseffecten door elektromagnetische frequenties tussen 100 KHz en 300 GHz." Aldus voorzitter Eric van Rongen.

Niet strenger, wel gedetailleerder

Wijken de normen van 2019 (die deze week formeel worden gepubliceerd) fel af van die uit 1998? Neen. Maar ze zijn wel genuanceerder. Ze houden bijvoorbeeld meer rekening met frequenties boven 6 GHz waar (sommige) 5G-toepassingen gebruik van zullen maken. Volgens ICNIRP bieden de normen van 1998 nog steeds een goed bescherming, al zijn ze eerder conservatief.

Data News sprak recent met ICNIRP-voorzitter Eric van Rongen over het al dan niet gevaarlijk zijn van gsm-signalen. Dat interview, samen met een overzicht van de frequenties van 5G en de stralingsnormen in België kan je hier nalezen.

De nieuwe normen zijn vooral gedetailleerder. Zo maakt de organisatie in de richtlijnen onderscheid tussen straling voor het hele lichaam, voor het hoofd en torso, maar ook voor ledematen. "Het belangrijkste is dat 5G-technologie geen schade zal toebrengen als deze richtlijnen in acht worden genomen," aldus Van Rongen.

Voor lage frequenties kijkt het bijvoorbeeld eerder naar de SAR (Specific Absorption Rate), voor hogere frequenties naar de power density. Dat maakt de richtlijnen iets complexer, maar ook accurater.

Wanneer heeft straling teveel impact? Wanneer de kerntemperatuur van het lichaam met meer dan een graad stijgt, of de weefseltemperatuur hoger dan 41 graden komt. Voor andere mogelijke schade zoals het veroorzaken van kanker, onvruchtbaarheid, elektrosensitiviteit of andere gezondheidseffecten is volgens ICNIRP geen wetenschappelijk bewijs.

Voor frequenties tussen 100 KHz en 300 GHz is dat met een SAR van 4W/kilo. Maar de richtlijnen liggen een stuk lager. ICNIRP neemt zelf een stevige veiligheidsmarge in acht, wat wil zeggen dat haar richtlijnen voor het brede publiek met een factor vijftig worden gedeeld tot 0,08W/kg. Voor werknemers die met straling werken ligt dat iets hoger (factor tien) op 0,4W/kg).

De volledige richtlijnen van ICNIRP en hun werkwijze kan je hier nalezen. De organisatie geeft ook een verkorte uitleg in een presentatie.

ICNIRP staat voor de International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection en is een vereniging van stralingsdeskundigen en andere wetenschappers die nagaat vanaf hoeveel elektromagnetische straling er schade kan komen. Het is op de regels die de organisatie in 1998 publiceerde dat vandaag verschillende landen en ook de WHO haar aanbevelingen baseert.Het duurde zeven jaar om de nieuwe normen vast te leggen. Dat gebeurde niet door eigen studies uit te voeren. Wel deden de wetenschappers een grondige analyse van de bestaande onderzoeken."Ze zijn ontwikkeld na het grondig bestuderen van alle relevante wetenschappelijke literatuur, wetenschappelijke workshops en een uitgebreid publiek consultatieproces. Ze voorzien bescherming tegen alle wetenschappelijk onderbouwde nadelige gezondheidseffecten door elektromagnetische frequenties tussen 100 KHz en 300 GHz." Aldus voorzitter Eric van Rongen.Wijken de normen van 2019 (die deze week formeel worden gepubliceerd) fel af van die uit 1998? Neen. Maar ze zijn wel genuanceerder. Ze houden bijvoorbeeld meer rekening met frequenties boven 6 GHz waar (sommige) 5G-toepassingen gebruik van zullen maken. Volgens ICNIRP bieden de normen van 1998 nog steeds een goed bescherming, al zijn ze eerder conservatief.De nieuwe normen zijn vooral gedetailleerder. Zo maakt de organisatie in de richtlijnen onderscheid tussen straling voor het hele lichaam, voor het hoofd en torso, maar ook voor ledematen. "Het belangrijkste is dat 5G-technologie geen schade zal toebrengen als deze richtlijnen in acht worden genomen," aldus Van Rongen.Voor lage frequenties kijkt het bijvoorbeeld eerder naar de SAR (Specific Absorption Rate), voor hogere frequenties naar de power density. Dat maakt de richtlijnen iets complexer, maar ook accurater. Wanneer heeft straling teveel impact? Wanneer de kerntemperatuur van het lichaam met meer dan een graad stijgt, of de weefseltemperatuur hoger dan 41 graden komt. Voor andere mogelijke schade zoals het veroorzaken van kanker, onvruchtbaarheid, elektrosensitiviteit of andere gezondheidseffecten is volgens ICNIRP geen wetenschappelijk bewijs.Voor frequenties tussen 100 KHz en 300 GHz is dat met een SAR van 4W/kilo. Maar de richtlijnen liggen een stuk lager. ICNIRP neemt zelf een stevige veiligheidsmarge in acht, wat wil zeggen dat haar richtlijnen voor het brede publiek met een factor vijftig worden gedeeld tot 0,08W/kg. Voor werknemers die met straling werken ligt dat iets hoger (factor tien) op 0,4W/kg).De volledige richtlijnen van ICNIRP en hun werkwijze kan je hier nalezen. De organisatie geeft ook een verkorte uitleg in een presentatie.