Bij de geboorte van 'zijn internet', dertig jaar geleden, benadrukte Berners-Lee dat zijn geesteskind gratis en vrij te gebruiken moest zijn. 'Dit is voor iedereen', sprak hij destijds. Tegenwoordig gebruiken miljarden mensen zijn uitvinding, maar is het web ook gastheer van autoritaire onderdrukking door antidemocratische regeringen en werkt het in het voordeel van de rijkste en machtigste bedrijven op aarde.

Controle terugwinnen

Het huidige internet, waarnaar verwezen wordt als Web 2.0, wordt door regeringen en bedrijven gebruikt om op grote schaal data te verzamelen. In een poging het internet weer te laten functioneren zoals in de gouden eeuw vóór de komst van Web 2.0 heeft Berners-Lee een plan bedacht om zijn uitvinding te redden.

Een van de speerpunten in dit plan is datasoevereiniteit. Daarmee bedoelt hij dat hij gebruikers zelf de macht geeft over hun data: de controle terugwinnen over de persoonlijke gegevens die we jaren geleden aan grote technologiebedrijven gaven.

De nieuwste uitvinding van Berners-Lee komt op een moment waarop steeds meer mensen de onlinewereld zien als een landschap gedomineerd door een paar techgiganten, die gedijen op surveillancekapitalisme of spionagekapitalisme. Dat wil zeggen dat onze persoonlijke data verzameld worden door grote internetbedrijven, die ons vervolgens gericht advertenties voorschotelen als we surfen op het web.

Rechtbanken in de VS en de EU hebben zaken aangespannen tegen big tech, als onderdeel van een zogenoemde techlash tegen hun groeiende macht. Maar het antwoord van Berners-Lee op de reikwijdte van big tech is veel eenvoudiger: geef individuen de macht zelf te bepalen wat ze met hun data doen.

Data-extractie

Het idee van datasoevereiniteit heeft zijn wortels in de claims van inheemse groepen wereldwijd, die het concept gebruikten om het intellectuele eigendomsrecht op hun culturele erfenis te beschermen. Als je dat concept toepast op alle internetgebruikers, betekent datasoevereiniteit dat individuen volledige zeggenschap krijgen over hun persoonlijke data. Dit betekent ook dat we zelf bepalen welke elementen van onze persoonlijke data verzameld mogen worden en of we toestemming geven voor analyse, opslag, bezit en gebruik ervan.

Dit zou een sterk contrast zijn met de huidige praktijk, waar big tech zijn businessmodellen op heeft gebaseerd. Data-extractie, bijvoorbeeld, verwijst naar persoonlijke informatie die deze bedrijven verzamelen over mensen die op het web surfen, zonder dat ze daarvoor duidelijk toestemming hebben gegeven of een eerlijke compensatie voor ontvangen. In deze situatie wordt ervan uitgegaan dat je zelf geen eigenaar bent van je persoonlijke gegevens.

Monopolie doorbreken

Wetenschappers beweren dat data-extractie tot monopolies leidt wanneer het gecombineerd wordt met zogenaamde 'netwerkeffecten'. Een netwerkeffect komt voor als een platform dominant wordt. Het krijgt zo nog meer mogelijkheden om data te verzamelen en die te gebruiken voor betere dienstverlening. In ruil daarvoor trekken deze verbeterde diensten opnieuw meer gebruikers. Dit versterkt doorgaans de macht van dominante bedrijven en omvang van hun database, ten koste van kleinere bedrijven.

Deze monopoliseringstendens verklaart waarom het landschap van data-extractie en eigendom gedomineerd wordt door GAFAM (Google, Apple, Facebook, Amazon en Microsoft in de VS) en BAT (Baidu, Alibaba en Tencent in China). Naast deze bedrijven hebben ook overheden monopolistische macht over data van hun burgers.

Datasoevereiniteit wordt genoemd als veelbelovend middel om deze monopoliseringstendens te keren. Het debat hierover klinkt al enige tijd in de marge van het internet, maar het feit dat Tim Berners-Lee dit concept steunt, betekent dat er meer aandacht voor is.

Datakluizen

Berners-Lee staat niet alleen achter datasoevereiniteit, hij bouwt ook de technologie om dat mogelijk te maken. Recentelijk lanceerde hij Inrupt, een bedrijf met het uitdrukkelijke doel om te komen tot een wereldwijd web zoals de uitvinder het zich ooit had voorgesteld. Inrupt wil dat gaan doen via een nieuw systeem met de naam pods: personal online data stores.

Pods functioneren als een kluis voor persoonlijke data. Door die gegevens op te slaan in een pod, worden individuen er opnieuw eigenaar van en kunnen ze hun gegevens beheren, in plaats van ze over te dragen aan digitale platforms. Onder dit systeem kunnen bedrijven toegang vragen tot de pod van een individu en daarvoor bepaalde diensten leveren. Wat niet kan, is de data verzamelen of doorverkopen.

Inrupt bouwde deze pods als onderdeel van zijn Solid-project, een Silicon Valley start-up met het uitdrukkelijke doel pods voor iedereen toegankelijk te maken. Alle websites of apps die een gebruiker met een pod bezoekt, moeten geverifieerd worden door Solid voordat ze toestemming krijgen om te vragen naar de persoonlijke data van een individu. Als pods een soort kluis zijn, kan je Solid zien als de bank waarin de kluis is opgeslagen.

Een van de bezwaren tegen het idee van pods is dat gegevens op deze manier gezien worden als handelswaar. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over het concept datamarkten als een systeem dat het voor bedrijven mogelijk maakt microbetalingen te doen in ruil voor onze data. Het zwakke punt in dat systeem is dat data op zichzelf weinig waarde hebben als ze gekocht en verkocht worden. De waarde ontstaat pas in combinatie met veel andere data en analyse, verkregen via netwerkeffecten.

Gemeengoed

Een alternatief voor het verhandelbaar maken van data is het categoriseren van data als commons oftewel gemeenschappelijke voorraden. Het idee van commons werd voor het eerst gepopulariseerd door het werk van politieke wetenschapper en Nobelprijswinnaar Elinor Ostrom. De commons-benadering ziet data als niet als eigendom van individuen of bedrijven, maar van de samenleving. Data als commons is een opkomend idee waarmee de waarde van data als publiek goed kan worden ontsloten. Het eigendom van de data blijft dan in handen van de gemeenschap.

De interventie van Tim Berners-Lee in debatten over het lot van het internet is een welgekomen ontwikkeling. Regeringen en gemeenschappen beginnen zich te realiseren dat de datagedreven dominantie van big tech ongezond is voor de samenleving. Pods zijn een van de vele mogelijke antwoorden op de vraag hoe we hierop moeten reageren.

Dit artikel van Pieter Verdegem verscheen oorspronkelijk bij IPS-partner The Conversation. Verdegem is docent Mediatheorie aan de School of Media and Communication van de Westminster-universiteit in Londen.

Bij de geboorte van 'zijn internet', dertig jaar geleden, benadrukte Berners-Lee dat zijn geesteskind gratis en vrij te gebruiken moest zijn. 'Dit is voor iedereen', sprak hij destijds. Tegenwoordig gebruiken miljarden mensen zijn uitvinding, maar is het web ook gastheer van autoritaire onderdrukking door antidemocratische regeringen en werkt het in het voordeel van de rijkste en machtigste bedrijven op aarde.Het huidige internet, waarnaar verwezen wordt als Web 2.0, wordt door regeringen en bedrijven gebruikt om op grote schaal data te verzamelen. In een poging het internet weer te laten functioneren zoals in de gouden eeuw vóór de komst van Web 2.0 heeft Berners-Lee een plan bedacht om zijn uitvinding te redden.Een van de speerpunten in dit plan is datasoevereiniteit. Daarmee bedoelt hij dat hij gebruikers zelf de macht geeft over hun data: de controle terugwinnen over de persoonlijke gegevens die we jaren geleden aan grote technologiebedrijven gaven.De nieuwste uitvinding van Berners-Lee komt op een moment waarop steeds meer mensen de onlinewereld zien als een landschap gedomineerd door een paar techgiganten, die gedijen op surveillancekapitalisme of spionagekapitalisme. Dat wil zeggen dat onze persoonlijke data verzameld worden door grote internetbedrijven, die ons vervolgens gericht advertenties voorschotelen als we surfen op het web.Rechtbanken in de VS en de EU hebben zaken aangespannen tegen big tech, als onderdeel van een zogenoemde techlash tegen hun groeiende macht. Maar het antwoord van Berners-Lee op de reikwijdte van big tech is veel eenvoudiger: geef individuen de macht zelf te bepalen wat ze met hun data doen.Het idee van datasoevereiniteit heeft zijn wortels in de claims van inheemse groepen wereldwijd, die het concept gebruikten om het intellectuele eigendomsrecht op hun culturele erfenis te beschermen. Als je dat concept toepast op alle internetgebruikers, betekent datasoevereiniteit dat individuen volledige zeggenschap krijgen over hun persoonlijke data. Dit betekent ook dat we zelf bepalen welke elementen van onze persoonlijke data verzameld mogen worden en of we toestemming geven voor analyse, opslag, bezit en gebruik ervan.Dit zou een sterk contrast zijn met de huidige praktijk, waar big tech zijn businessmodellen op heeft gebaseerd. Data-extractie, bijvoorbeeld, verwijst naar persoonlijke informatie die deze bedrijven verzamelen over mensen die op het web surfen, zonder dat ze daarvoor duidelijk toestemming hebben gegeven of een eerlijke compensatie voor ontvangen. In deze situatie wordt ervan uitgegaan dat je zelf geen eigenaar bent van je persoonlijke gegevens.Wetenschappers beweren dat data-extractie tot monopolies leidt wanneer het gecombineerd wordt met zogenaamde 'netwerkeffecten'. Een netwerkeffect komt voor als een platform dominant wordt. Het krijgt zo nog meer mogelijkheden om data te verzamelen en die te gebruiken voor betere dienstverlening. In ruil daarvoor trekken deze verbeterde diensten opnieuw meer gebruikers. Dit versterkt doorgaans de macht van dominante bedrijven en omvang van hun database, ten koste van kleinere bedrijven.Deze monopoliseringstendens verklaart waarom het landschap van data-extractie en eigendom gedomineerd wordt door GAFAM (Google, Apple, Facebook, Amazon en Microsoft in de VS) en BAT (Baidu, Alibaba en Tencent in China). Naast deze bedrijven hebben ook overheden monopolistische macht over data van hun burgers.Datasoevereiniteit wordt genoemd als veelbelovend middel om deze monopoliseringstendens te keren. Het debat hierover klinkt al enige tijd in de marge van het internet, maar het feit dat Tim Berners-Lee dit concept steunt, betekent dat er meer aandacht voor is.Berners-Lee staat niet alleen achter datasoevereiniteit, hij bouwt ook de technologie om dat mogelijk te maken. Recentelijk lanceerde hij Inrupt, een bedrijf met het uitdrukkelijke doel om te komen tot een wereldwijd web zoals de uitvinder het zich ooit had voorgesteld. Inrupt wil dat gaan doen via een nieuw systeem met de naam pods: personal online data stores.Pods functioneren als een kluis voor persoonlijke data. Door die gegevens op te slaan in een pod, worden individuen er opnieuw eigenaar van en kunnen ze hun gegevens beheren, in plaats van ze over te dragen aan digitale platforms. Onder dit systeem kunnen bedrijven toegang vragen tot de pod van een individu en daarvoor bepaalde diensten leveren. Wat niet kan, is de data verzamelen of doorverkopen.Inrupt bouwde deze pods als onderdeel van zijn Solid-project, een Silicon Valley start-up met het uitdrukkelijke doel pods voor iedereen toegankelijk te maken. Alle websites of apps die een gebruiker met een pod bezoekt, moeten geverifieerd worden door Solid voordat ze toestemming krijgen om te vragen naar de persoonlijke data van een individu. Als pods een soort kluis zijn, kan je Solid zien als de bank waarin de kluis is opgeslagen.Een van de bezwaren tegen het idee van pods is dat gegevens op deze manier gezien worden als handelswaar. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over het concept datamarkten als een systeem dat het voor bedrijven mogelijk maakt microbetalingen te doen in ruil voor onze data. Het zwakke punt in dat systeem is dat data op zichzelf weinig waarde hebben als ze gekocht en verkocht worden. De waarde ontstaat pas in combinatie met veel andere data en analyse, verkregen via netwerkeffecten.Een alternatief voor het verhandelbaar maken van data is het categoriseren van data als commons oftewel gemeenschappelijke voorraden. Het idee van commons werd voor het eerst gepopulariseerd door het werk van politieke wetenschapper en Nobelprijswinnaar Elinor Ostrom. De commons-benadering ziet data als niet als eigendom van individuen of bedrijven, maar van de samenleving. Data als commons is een opkomend idee waarmee de waarde van data als publiek goed kan worden ontsloten. Het eigendom van de data blijft dan in handen van de gemeenschap.De interventie van Tim Berners-Lee in debatten over het lot van het internet is een welgekomen ontwikkeling. Regeringen en gemeenschappen beginnen zich te realiseren dat de datagedreven dominantie van big tech ongezond is voor de samenleving. Pods zijn een van de vele mogelijke antwoorden op de vraag hoe we hierop moeten reageren.Dit artikel van Pieter Verdegem verscheen oorspronkelijk bij IPS-partner The Conversation. Verdegem is docent Mediatheorie aan de School of Media and Communication van de Westminster-universiteit in Londen.