In verschillende landen wordt zo'n app, die mensen kan informeren en kan waarschuwen voor gevaar op besmetting met het coronavirus, al gebruikt. Maar sommige landen nemen het niet zo nauw met de privacyregels en laten toe dat de app de overheid toelaat om burgers individueel te volgen.

Bij ons heeft de overheid nog niet beslist om een app te lanceren. Maar voor het geval die er komt, legt het resolutievoorstel van Jessika Soors (Groen) een aantal krijtlijnen vast die de privacy van burgers bij de ontwikkeling van een app voor ons land moet garanderen. 'De app dient ter bescherming, niet ter controle. Dit betekent dat het gebruik steeds op vrijwillige basis is, gegevensopslag niet op een centrale server gebeurt maar gedecentraliseerd en dat exacte en individuele tracking van locatie niet mogelijk zal zijn', zegt Soors.

Idealiter wordt er gewerkt met bluetoothtechnologie, zegt Soors. 'Enerzijds wordt zo vermeden dat een app iemands precieze locatie kan 'tracken', anderzijds is bluetooth ook het meest nauwkeurig om te meten in welke mate twee toestellen zich in mekaars nabijheid hebben bevonden', luidt de redenering.

De gegevensopslag gebeurt gedecentraliseerd: iemands eigen telefoon houdt de informatie over met welke toestellen er contact was voor bepaalde duur bij. Op die manier is er geen centrale server waarop iemands identiteit of gegevens worden opgeslagen. Indien iemand besmet geraakt, kan deze persoon zelf beslissen om deze gegevens in de app te delen. Gebruikers kunnen via de app vervolgens gewaarschuwd worden indien ze zich in de nabijheid van een besmet persoon bevonden.

Minister Philippe De Backer zei afgelopen week in de Kamer dat technologie een rol kan spelen in het zogeheten 'contact tracing', het opsporen van mensen met symptomen en hun contacten om zo de verspreiding van het virus tegen te gaan. Dat 'contact tracing' is eigenlijk een bevoegdheid van de gewesten, maar die bekijken samen met de federale regering hoe dat het best kan gebeuren. De apps die hiervoor bestaan worden bestudeerd, maar voor minister De Backer moet alles binnen het kader van de Europese privacyregels - de zogeheten GDPR-richtlijn - gebeuren.

In verschillende landen wordt zo'n app, die mensen kan informeren en kan waarschuwen voor gevaar op besmetting met het coronavirus, al gebruikt. Maar sommige landen nemen het niet zo nauw met de privacyregels en laten toe dat de app de overheid toelaat om burgers individueel te volgen. Bij ons heeft de overheid nog niet beslist om een app te lanceren. Maar voor het geval die er komt, legt het resolutievoorstel van Jessika Soors (Groen) een aantal krijtlijnen vast die de privacy van burgers bij de ontwikkeling van een app voor ons land moet garanderen. 'De app dient ter bescherming, niet ter controle. Dit betekent dat het gebruik steeds op vrijwillige basis is, gegevensopslag niet op een centrale server gebeurt maar gedecentraliseerd en dat exacte en individuele tracking van locatie niet mogelijk zal zijn', zegt Soors. Idealiter wordt er gewerkt met bluetoothtechnologie, zegt Soors. 'Enerzijds wordt zo vermeden dat een app iemands precieze locatie kan 'tracken', anderzijds is bluetooth ook het meest nauwkeurig om te meten in welke mate twee toestellen zich in mekaars nabijheid hebben bevonden', luidt de redenering. De gegevensopslag gebeurt gedecentraliseerd: iemands eigen telefoon houdt de informatie over met welke toestellen er contact was voor bepaalde duur bij. Op die manier is er geen centrale server waarop iemands identiteit of gegevens worden opgeslagen. Indien iemand besmet geraakt, kan deze persoon zelf beslissen om deze gegevens in de app te delen. Gebruikers kunnen via de app vervolgens gewaarschuwd worden indien ze zich in de nabijheid van een besmet persoon bevonden. Minister Philippe De Backer zei afgelopen week in de Kamer dat technologie een rol kan spelen in het zogeheten 'contact tracing', het opsporen van mensen met symptomen en hun contacten om zo de verspreiding van het virus tegen te gaan. Dat 'contact tracing' is eigenlijk een bevoegdheid van de gewesten, maar die bekijken samen met de federale regering hoe dat het best kan gebeuren. De apps die hiervoor bestaan worden bestudeerd, maar voor minister De Backer moet alles binnen het kader van de Europese privacyregels - de zogeheten GDPR-richtlijn - gebeuren.