Matthias Dobbelaere-Welvaert
Matthias Dobbelaere-Welvaert
Managing partner bij theJurists Europe en docent gespecialiseerd in privacy
Opinie

16/01/18 om 23:17 - Bijgewerkt op 18/01/18 om 15:55

'Mag u nog de trol uithangen op het internet?'

Het voorstel van Sabine de Bethune (CD&V) om fake news en trollen strafbaar te maken, is een slecht idee, zegt jurist Matthias Dobbelaere-Welvaert. 'Ze zet hiermee de deur open voor wetgeving die nooit meer stopt.'

'Mag u nog de trol uithangen op het internet?'

© iStock

Sabine de Bethune (CD&V) liet gisteren van zich horen in het Vlaams Parlement. Ze kwam met een meer dan opmerkelijk voorstel op de proppen. Als het aan haar ligt moet het 'fake news', maar ook trollen en onze anonimiteit op het internet, er binnenkort aan geloven. Ze maakte daarbij echter zowel denk- als juridische fouten. Leest (of kijkt) u even mee:

'Wat mij betreft denk ik dat we absoluut in de richting zullen moeten gaan van een wetgeving die fake news opspoort en bestraft. En dat we ook wetgeving nodig hebben om de zogenaamde trollen tegen te gaan. Wij kunnen niet dulden dat mensen hier in het Vlaams Parlement, op straat of elders, rondlopen met een boerka aan of een bivakmuts, en we niet weten wie ze zijn. We hebben niet het recht om de trein of het vliegtuig te nemen met verschillende identiteiten. Dat is totaal wederrechtelijk* (* een strafbaar feit, nvdr). En het is ook wederrechtelijk om dit op het internet en sociale media te doen. En dat moet ook strafbaar zijn.'

Zonder het wellicht zelf te beseffen, zet De Bethune hiermee de deur open voor wetgeving die nooit meer stopt. Wetgevers overreguleren nu al het internet, vaak zonder enig resultaat. U herinnert zich vast die glorieuze cookiewetgeving die door het overgrote deel van de Belgische bedrijven netjes genegeerd wordt. Het internet laat zich niet eenvoudig in wetten gieten, en de online anonimiteit aan banden leggen is zo goed als onmogelijk, juridisch én technisch.

Het probleem dat 'trollen' heet

Waar De Bethune gelijk in heeft, is dat er te veel anoniempjes op het internet rondzwerven die er hun dagdagelijkse taak van maken om achter de sluier van (relatieve) anonimiteit personen aan te vallen, te discrimineren of andere strafbare feiten te plegen. Daarbij halen ze gretig artikel 10 EVRM aan ('Het recht op vrije meningsuiting'), een mensenrecht dat tegenwoordig goed bekend is bij extreem-(vult u zelf naar eigen politieke smaak maar in) politieke militanten.

Delen

Mag u nog de trol uithangen op het internet?

Trollen zijn een probleem, en daar kunnen we moeilijk omheen. De kwalificatie 'trol' is misschien wat makkelijk gemaakt in uw hoofd, maar stelt u zich eens voor dat de wetgever straks een wettelijke definitie aan het begrip moet geven. Om een strafbaarheid te bekomen, dient immers altijd eerst een wettelijke definitie te worden gegeven van hetgeen men wil bestraffen, en dat moet - om onze rechtszekerheid niet in gevaar te brengen - best nogal specifiek. Hoe gaan we 'trollen' classificeren? Wanneer is iemand een 'trol'? Wanneer deze niet voldoet aan onze eigen filosofische, politieke of culturele normen? Wanneer iemand zich eenvoudig verbergt op Twitter achter een willekeurige foto van zijn of haar huisdier? Of wanneer deze persoon op consequente basis strafbare uitingen spuwt op sociale media?

Vergeeft u mij, maar ik moet nu al even glimlachen bij de interne paniek van de eerste rechters die gaan moeten uitmaken of iemand als 'trol' kan worden beschouwd. U begrijpt ook wel, met de vingervlugge sepotreflex van onze politionele diensten, dat het niet snel tot trol-rechtszaken zal komen.

We praten hier voor alle duidelijkheid wel over anoniempjes die daarbij niet de identiteit van een bestaande persoon overnemen. Dit maakt inderdaad een strafbaar feit uit, waar een aantal personen voor Belgische rechtbanken reeds werden voor veroordeeld (het ging in kwestie steeds over valse Facebook-accounts).

Fake news

Donald Trump verhief 'fake news' tot een begrip, wat meteen een lijdensweg inzette voor veel legitieme media. De situatie is nieuw. Vals nieuws kreeg vroeger vaak het licht niet te zien, en kranten en andere media plaatsten een rechtzetting wanneer er een fout was gebeurd. Aan de situatie waarbij personen opzettelijk legitiem uitziend vals nieuws gaan fabriceren, en dit zonder een speur van parodie of humor, is eenvoudigweg door de wetgever niet gedacht.

De bedoeling om dit nieuws aan banden te leggen, is vast nobel. Juridisch stellen zich echter grote, zo niet onmogelijke, uitdagingen. Opnieuw kadert dit perfect binnen artikel 10 EVRM, want een stuk geschreven door een auteur is vaak niets meer dan een meningsuiting. Wanneer is iets een parodie? Snapt die rechter de grap dan niet? Wanneer is een artikel 'grappig genoeg' om een plaats te krijgen op De Rechtzetting of De Speld?

'Fake news' moet bestreden worden waar het de plaats wil opeisen: in het publiek debat en in de tijdslijnen van verschillende sociale media. Het is aan ons en de legitieme media om een gedegen feitenonderzoek uit te voeren. We kunnen niet telkens van rechters verwachten dat zij de poortwachters van onze mediaconsumptie worden.

Anonimiteit, een vorm van privacybescherming?

Dan zijn we bij het laatste, maar ook meteen het meest gevaarlijke, punt aangekomen van De Bethune haar betoog. De vergelijking tussen anonimiteit op het internet en controles op de luchthaven of in de straat doet pijn aan de ogen en oren. Zij stelt terecht dat het niet is toegelaten om in de publieke sfeer een boerka of bivakmuts aan te hebben (Verbod op gezichtsbedekkende kledij, 2011, geen schending volgens EHRM), of dat men in de luchthaven met een vals paspoort zich geen toegang mag verschaffen (identiteitsfraude). Deze feiten zijn, inderdaad, wederrechtelijk.

Waar De Bethune de mist ingaat, is stellen dat dit ook een strafbaar feit uitmaakt op het internet. Dat is niet zo (fake news!). Er is geen enkel wetsartikel dat mensen zou verbieden om anoniem aan de slag te gaan op het internet (voor zover zij daarbij geen strafbare feiten plegen, zoals identiteitsdiefstal). Meer nog, men zou kunnen stellen dat online anonimiteit beschermd is door artikel 8 EVRM (recht op privacy). Het valt niet moeilijk te beargumenteren dat de sterke opmars van het bijhouden van gegevens door private bedrijven en publieke instellingen (tracking) het recht op privacy feitelijk buitenspel zet.

Dat is ook zo. Elke keer u iets bestelt op Amazon, spreekt met Alexa, iets opzoekt op Google, of een tweet of Facebook-bericht plaatst, verdwijnen deze gegevens niet, maar krijgen ze een knus plekje in de serverfarms van de bewuste bedrijven die ondertussen zijn uitgegroeid tot informatiehongerige wereldmastodonten.

Delen

Mevrouw de Bethune, het internet is geen luchthaven. Anonimiteit is niet gelijk aan strafbaarheid

Jezelf anoniem (proberen te) maken, zou dan ook allerminst strafbaar moeten zijn, maar daarentegen best practice moeten worden. Een goede VPN, surfen via Tor en communicatietools als Signal zorgen er (onder andere) voor dat de privacy van haar gebruikers op een bepaald niveau gegarandeerd wordt. Wanneer burgers de kans wordt ontnomen om via technische maatregelen hun privacy veilig te stellen, is dit niets meer dan een inbreuk op artikel 8 EVRM. Ironisch genoeg is een verbod op online anonimiteit dus mogelijkerwijs wél wederrechtelijk.

Krankzinnig

Het internet vergelijken met een luchthaven is krankzinnig. Dat zou betekenen dat terwijl u door de luchthaven loopt elk restaurant, café en vaak ook medepassagier uw identiteit zou kunnen controleren en volgen. Want dat is hetgeen wat het internet kan en doet. Vrijwel elke site en onlinedienst zal proberen van u een uitgebreid online profiel samen te stellen. Een geldige identiteit kunnen voorleggen bij het boarden, komt overeen dat Telenet en Belgacom weten wie er zich op het netwerk bevinden. Dit is toch al even het geval.

Mevrouw de Bethune, we hebben al regelgeving genoeg. Meer zelfs, we hebben wetgeving die op al uw zorgen inspeelt en vaak ook een passend antwoord kan bieden. Ik weet zeer goed dat we leven in een wildernis van wetten, maar u doet er wellicht goed aan om eerst door de rijke bestaande wetgeving te gaan, alvorens nieuwe te willen maken.

Matthias Dobbelaere-Welvaert is managing partner bij theJurists Europe (deJuristen/lesJuristes/theJurists). Hij doceert ook 'Copyright and Mediarights' aan de Erasmus Hogeschool Brussel en is gespecialiseerd in privacy, vrije meningsuiting en artificiële intelligentie.

Onze partners