De metaverse hoeft zich niet te beperken tot de virtuele wereld. Stel dat je renovaties of herstellingen aan je huis moet uitvoeren en daarvoor een loodgieter, een elektricien en een dakwerker nodig hebt. Nu moeten die alle drie ter plaatse komen. Maar met één robot die door deze vakmensen vanop afstand aangestuurd kan worden, kunnen de renovaties op een efficiëntere en meer gecoördineerde manier uitgevoerd worden. Waarom gaan we er altijd vanuit dat een robot autonoom moet kunnen werken met behulp van artificiële intelligentie? Kunnen we niet gewoon een échte mens een robotlichaam laten aansturen? Bijvoorbeeld bij chirurgie is dat soort scenario's al veel meer ingeburgerd. De Europese visies over industrie 4.0 en 5.0 beschrijven systematisch dat robots de repetitieve taken zullen uitvoeren en mensen de creatieve. Dat kan, maar ik zie niet in waarom ook repetitief of minder creatief werk vanop afstand niet boeiend kan blijven voor mensen.

De virtuele en reële wereld zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden en daarin liggen ook de mooiste kansen.

Momenteel zijn virtuele werelden vaak ook gedreven door de ambitie om een 'immersieve beleving' te creëren. Ze prikkelen meerdere zintuigen en proberen je zoveel mogelijk onder te dompelen. Bijvoorbeeld in een game, een concert of een sportwedstrijd vanuit je woonkamer. De beleving is echter maar één aspect; de universele technische oplossingen die zorgen voor totale immersie, maken ook tal van andere toepassingen mogelijk. Volgens mij liggen de meest impactvolle toepassingen voor de metaverse in de combinaties tussen automatisering en menselijke handelingen, tussen de volledig virtuele en reële wereld.

Geen virtuele wereld zonder reële technologie

Maar als techneut word ik in eerste plaats enthousiast van de technologie om deze belevingen te bouwen. Zo is iemand die een snelweg aanlegt ook niet noodzakelijk bezig met hoe we onze vakantie aan zee beleven. De voorbije decennia zijn, onder impuls van het Internet of Things (IoT), zowat overal sensoren uitgerold die gigantische hoeveelheden data genereren. In veel gevallen hebben we nog maar een beperkt idee van wat we met al die data kunnen doen.

Zo bouwen rijhulpsystemen en zelfrijdende wagens op dit moment elk voor zichzelf een beeld van de hen omringende werkelijkheid. Dat is verre van efficiënt, want ze bevinden zich allemaal in dezelfde realiteit. De metaverse maakt het in theorie mogelijk om met de data van diverse bronnen één wereldmodel te bouwen. Dan zouden weggebruikers actief gegevens uitsturen over wie ze zijn en waar ze naartoe bewegen. Waarop de metaverse ze vervolgens samenvoegt tot een coherent geheel. Maar als we dergelijk scenario vooropstellen, moeten de technologische ontwikkelingen hier ook op afgestemd worden.

Zo leunt vandaag onze hele gegevensuitwisseling nog heel erg op verbindingen met grote servers en 'de cloud'. De metaverse is anders omdat er niet noodzakelijk een centrale server is. Een vereiste is namelijk dat al deze gegevensuitwisseling heel snel gaat, in minder dan 50 milliseconden. En dan is lokale gegevensuitwisseling sowieso sneller dan de omweg via een cloudserver. Dat vereist lokaal (in de zogenaamde 'edge') ook wel meer rekenkracht, omdat je niet langer beroep doet op cloudservers om complexe berekeningen te maken. Als eventuele tussenstap kunnen thuisservers of basisstations op telecomtorens daarin een functie vervullen. Zeker met de komst van de vijfde en zesde generatie draadloze communicatie (5G en 6G) gaan er ruim voldoende van dergelijke tussenstations zijn. Maar er is meer. Om tot een vloeiende integratie te komen van de reële en virtuele wereld, moet de onderliggende technologie op meerdere niveaus nog substantiële vooruitgang boeken. Gaande van de interfaces met de gebruikers tot diep in de onderliggende computer- en communicatie-infrastructuur.

Om een geloofwaardige en relevante integratie te realiseren tussen de reële en virtuele wereld, moet de technologie op meerdere niveaus nog verder ontwikkeld en op elkaar afgestemd worden., imec
Om een geloofwaardige en relevante integratie te realiseren tussen de reële en virtuele wereld, moet de technologie op meerdere niveaus nog verder ontwikkeld en op elkaar afgestemd worden. © imec

Einddoel voorbij de tech-hypes van digital twins, blockchain en NFT

De manier waarop dat gaat gebeuren zal heel evolutionair zijn. Vergelijk het met wat in de gamesector al aan de gang is. Wat begon als consoles om alleen te spelen evolueerde tot massively multiplayer online games en VR-omgevingen. Hetzelfde zal gebeuren voor IoT. Momenteel lopen zowat alle toepassingen langs elkaar heen op basis van een eigen sensornetwerk (bijvoorbeeld verkeersinformatie en buienradar). Langzaam maar zeker ontstaan er meer geïntegreerde systemen, al dan niet op basis van een zogenaamde digital twin (om pakweg weervoorspellingen en verkeersinformatie aan elkaar te linken). Die digital twins zijn nu nog relatief tweedimensionale en cijfermatige dashboards, maar gaandeweg zullen ze evolueren naar 3D-omgevingen waarin je ook kan rondbewegen, reële objecten (zoals verkeerslichten) beïnvloeden, enzovoort. Bij elke stap verbetert de beschikbare technologie en neemt de hoeveelheid informatie toe, en worden toepassingen mogelijk die nu nog haast ondenkbaar zijn. Bijvoorbeeld het dynamisch aanpassen van de rijroutes van wagens, de snelheidsbeperkingen en verkeerslichten, rekening houdend met de geobserveerde en voorspelde verkeersdrukte, rijtijden van het openbaar vervoer, de luchtvervuiling en culturele en sportieve evenementen.

Digital twins - in dit geval van de stad Antwerpen - zijn nog relatief tweedimensionale en cijfermatige omgevingen, maar ongetwijfeld zullen deze evolueren naar 3D-omgevingen waarin je kan rondbewegen om op die manier te evolueren naar een meer volwassen metaverse. Meer info: digitaltwin.imec.be, imec
Digital twins - in dit geval van de stad Antwerpen - zijn nog relatief tweedimensionale en cijfermatige omgevingen, maar ongetwijfeld zullen deze evolueren naar 3D-omgevingen waarin je kan rondbewegen om op die manier te evolueren naar een meer volwassen metaverse. Meer info: digitaltwin.imec.be © imec

Maar ook al verloopt de ontwikkeling van de ultieme metaverse in stapjes, bij de technologieontwikkeling moeten we het einddoel al van bij de start voor ogen houden. Het volstaat al lang niet meer om elke component afzonderlijk te optimaliseren: het beste geheugen met de beste processor met het beste display. Want dan kom je in de problemen met bijvoorbeeld de beschikbare stroomvoorziening in je eindapplicatie. Ook moet je rekening houden met allerlei andere aspecten en randvoorwaarden. Denk aan identiteit en locatie: hoe gaan we weten met wie we in de metaverse communiceren en hoe gaan we elkaar vinden? Wat is 'echt' en wat is 'namaak' in de digitale wereld? Dit zijn aspecten waar de echte meerwaarde van non-fungible tokens (NFT's) ligt, voorbij de hype die er nu omheen ontstaat.

Op het moment dat we niet langer beroep doen op gecentraliseerde cloudservers, maar berekeningen laten uitvoeren door een veelheid aan kleinere toestellen in onze omgeving, dringt zich ook een nieuw businessmodel op. Dan wil je kunnen achterhalen welk toestel welk percentage van je berekeningen heeft uitgevoerd en de eigenaar ervan ook correct vergoeden. Blockchain-technologie kan hier een belangrijke rol spelen om al deze kleine virtuele transacties te beheren.

Kortom, een volledig virtuele wereld bestaat niet. Er zal altijd een heel echte en reële technologische voorziening nodig zijn. En, als we die reële wereld dan toch nodig blijven hebben, kunnen we ons maar beter richten op een en/en-scenario waarbij reëel en virtueel elkaar optimaal versterken in plaats van uitsluiten.

De metaverse hoeft zich niet te beperken tot de virtuele wereld. Stel dat je renovaties of herstellingen aan je huis moet uitvoeren en daarvoor een loodgieter, een elektricien en een dakwerker nodig hebt. Nu moeten die alle drie ter plaatse komen. Maar met één robot die door deze vakmensen vanop afstand aangestuurd kan worden, kunnen de renovaties op een efficiëntere en meer gecoördineerde manier uitgevoerd worden. Waarom gaan we er altijd vanuit dat een robot autonoom moet kunnen werken met behulp van artificiële intelligentie? Kunnen we niet gewoon een échte mens een robotlichaam laten aansturen? Bijvoorbeeld bij chirurgie is dat soort scenario's al veel meer ingeburgerd. De Europese visies over industrie 4.0 en 5.0 beschrijven systematisch dat robots de repetitieve taken zullen uitvoeren en mensen de creatieve. Dat kan, maar ik zie niet in waarom ook repetitief of minder creatief werk vanop afstand niet boeiend kan blijven voor mensen.Momenteel zijn virtuele werelden vaak ook gedreven door de ambitie om een 'immersieve beleving' te creëren. Ze prikkelen meerdere zintuigen en proberen je zoveel mogelijk onder te dompelen. Bijvoorbeeld in een game, een concert of een sportwedstrijd vanuit je woonkamer. De beleving is echter maar één aspect; de universele technische oplossingen die zorgen voor totale immersie, maken ook tal van andere toepassingen mogelijk. Volgens mij liggen de meest impactvolle toepassingen voor de metaverse in de combinaties tussen automatisering en menselijke handelingen, tussen de volledig virtuele en reële wereld. Maar als techneut word ik in eerste plaats enthousiast van de technologie om deze belevingen te bouwen. Zo is iemand die een snelweg aanlegt ook niet noodzakelijk bezig met hoe we onze vakantie aan zee beleven. De voorbije decennia zijn, onder impuls van het Internet of Things (IoT), zowat overal sensoren uitgerold die gigantische hoeveelheden data genereren. In veel gevallen hebben we nog maar een beperkt idee van wat we met al die data kunnen doen.Zo bouwen rijhulpsystemen en zelfrijdende wagens op dit moment elk voor zichzelf een beeld van de hen omringende werkelijkheid. Dat is verre van efficiënt, want ze bevinden zich allemaal in dezelfde realiteit. De metaverse maakt het in theorie mogelijk om met de data van diverse bronnen één wereldmodel te bouwen. Dan zouden weggebruikers actief gegevens uitsturen over wie ze zijn en waar ze naartoe bewegen. Waarop de metaverse ze vervolgens samenvoegt tot een coherent geheel. Maar als we dergelijk scenario vooropstellen, moeten de technologische ontwikkelingen hier ook op afgestemd worden.Zo leunt vandaag onze hele gegevensuitwisseling nog heel erg op verbindingen met grote servers en 'de cloud'. De metaverse is anders omdat er niet noodzakelijk een centrale server is. Een vereiste is namelijk dat al deze gegevensuitwisseling heel snel gaat, in minder dan 50 milliseconden. En dan is lokale gegevensuitwisseling sowieso sneller dan de omweg via een cloudserver. Dat vereist lokaal (in de zogenaamde 'edge') ook wel meer rekenkracht, omdat je niet langer beroep doet op cloudservers om complexe berekeningen te maken. Als eventuele tussenstap kunnen thuisservers of basisstations op telecomtorens daarin een functie vervullen. Zeker met de komst van de vijfde en zesde generatie draadloze communicatie (5G en 6G) gaan er ruim voldoende van dergelijke tussenstations zijn. Maar er is meer. Om tot een vloeiende integratie te komen van de reële en virtuele wereld, moet de onderliggende technologie op meerdere niveaus nog substantiële vooruitgang boeken. Gaande van de interfaces met de gebruikers tot diep in de onderliggende computer- en communicatie-infrastructuur. De manier waarop dat gaat gebeuren zal heel evolutionair zijn. Vergelijk het met wat in de gamesector al aan de gang is. Wat begon als consoles om alleen te spelen evolueerde tot massively multiplayer online games en VR-omgevingen. Hetzelfde zal gebeuren voor IoT. Momenteel lopen zowat alle toepassingen langs elkaar heen op basis van een eigen sensornetwerk (bijvoorbeeld verkeersinformatie en buienradar). Langzaam maar zeker ontstaan er meer geïntegreerde systemen, al dan niet op basis van een zogenaamde digital twin (om pakweg weervoorspellingen en verkeersinformatie aan elkaar te linken). Die digital twins zijn nu nog relatief tweedimensionale en cijfermatige dashboards, maar gaandeweg zullen ze evolueren naar 3D-omgevingen waarin je ook kan rondbewegen, reële objecten (zoals verkeerslichten) beïnvloeden, enzovoort. Bij elke stap verbetert de beschikbare technologie en neemt de hoeveelheid informatie toe, en worden toepassingen mogelijk die nu nog haast ondenkbaar zijn. Bijvoorbeeld het dynamisch aanpassen van de rijroutes van wagens, de snelheidsbeperkingen en verkeerslichten, rekening houdend met de geobserveerde en voorspelde verkeersdrukte, rijtijden van het openbaar vervoer, de luchtvervuiling en culturele en sportieve evenementen.Maar ook al verloopt de ontwikkeling van de ultieme metaverse in stapjes, bij de technologieontwikkeling moeten we het einddoel al van bij de start voor ogen houden. Het volstaat al lang niet meer om elke component afzonderlijk te optimaliseren: het beste geheugen met de beste processor met het beste display. Want dan kom je in de problemen met bijvoorbeeld de beschikbare stroomvoorziening in je eindapplicatie. Ook moet je rekening houden met allerlei andere aspecten en randvoorwaarden. Denk aan identiteit en locatie: hoe gaan we weten met wie we in de metaverse communiceren en hoe gaan we elkaar vinden? Wat is 'echt' en wat is 'namaak' in de digitale wereld? Dit zijn aspecten waar de echte meerwaarde van non-fungible tokens (NFT's) ligt, voorbij de hype die er nu omheen ontstaat.Op het moment dat we niet langer beroep doen op gecentraliseerde cloudservers, maar berekeningen laten uitvoeren door een veelheid aan kleinere toestellen in onze omgeving, dringt zich ook een nieuw businessmodel op. Dan wil je kunnen achterhalen welk toestel welk percentage van je berekeningen heeft uitgevoerd en de eigenaar ervan ook correct vergoeden. Blockchain-technologie kan hier een belangrijke rol spelen om al deze kleine virtuele transacties te beheren.Kortom, een volledig virtuele wereld bestaat niet. Er zal altijd een heel echte en reële technologische voorziening nodig zijn. En, als we die reële wereld dan toch nodig blijven hebben, kunnen we ons maar beter richten op een en/en-scenario waarbij reëel en virtueel elkaar optimaal versterken in plaats van uitsluiten.