Tijdens Facebook Connect kondigde Marc Zuckerberg eerder dit najaar met veel bombarie de nieuwe naam van zijn bedrijf aan: Meta. Het Griekse woord voor naast, boven of door de werkelijkheid. De rebranding is een overduidelijke knipoog naar de term metaverse - een virtuele 3D-omgeving die aan een steile opmars bezig is. De omgeving bestaat uit verschillende ruimtes waarin je door middel van een avatar kan rondkijken, bewegen en interageren met anderen. Je kan er onder meer met je vrienden rondhangen, samen gamen, concerten bijwonen of winkelen. In een werkomgeving vertaalt zich dat naar samen vergaderen.

De stap naar een nieuw soort digitale gevangenis is niet meer zo veraf.

De naamsverandering is vooral een strategische zet. En een slimme zet bovendien. Want het bedrijf claimt hiermee als eerste de naam meta. Zuckerberg creëert zo de perceptie dat Facebook de enige échte metaverse wordt en hoopt zo de andere grote spelers te overschaduwen. Dat weerwerk is broodnodig want Facebook staat onder zware druk. Tal van andere platformen winnen aan terrein. Zo spelen veel Facebookgebruikers Roblox, Fortnite of maken gebruik van op VR gebaseerde sociale netwerken zoals VRchat. COVID-19 speelt hierin een belangrijke rol. Mensen spenderen meer tijd thuis en zoeken afleiding in betere, virtuele werelden. Om de toekomst van zijn bedrijf te verzekeren doet Zuckerberg ons dus maar al te graag geloven dat de metaverse, en in het bijzonder zijn Meta, the next big thing is. Maar is het allemaal rozengeur en maneschijn in metaverse-land?

Neen, dat is het duidelijk niet. Zo probeert Facebook de introductie van nieuwe partijen in de markt te bemoeilijken om zo hun monopolie verder te versterken en uit te breiden. Bovendien kan het onder de naam Meta de privacygevoelige gezichtsherkenningstechnologie verder ingang laten vinden. Via experimentele VR-brillen zou men bijvoorbeeld nu al in staat zijn om gezichtsexpressies en emoties te capteren. Men wil niets liever dan dat we een volledige digital twin van onszelf maken en onze volledige fysieke leefwereld nabouwen in een virtuele wereld. En daar wringt het schoentje alweer want we zullen hen de data die vandaag ontbreekt op een dienblaadje aanleveren ten nadele van onze eigen privacy. Extra data die de bestaande inkomstenstromen garandeert en nieuwe advertentiemogelijkheden biedt. Denk maar aan metaverse billboards met gepersonaliseerde advertenties.

De stap naar een nieuw soort digitale gevangenis is niet meer zo veraf. Een omgeving met een quasi permanente online surveillance, gedirigeerd door een commercieel bedrijf. Een virtuele ruimte waar elke beweging wordt geregistreerd en waaruit het moeilijk ontsnappen wordt. Aan de inrichting van onze virtuele huiskamer en metaverse aanwezigheid zullen we immers aardig wat tijd gespendeerd hebben. En omwille van peer pressure zal het bovendien niet eenvoudig zijn om de vrienden, waarmee we naar events gaan en games spelen in de steek te laten. Net zoals in de echte wereld willen we er immers graag bij horen. De grens tussen online en offline zal nóg meer vervagen waardoor uitloggen bij de metaverse geen makkelijke opdracht wordt.

Willen we virtuele omgevingen de overhand laten nemen op onze primaire wereld met diep menselijke interacties?

Als digital innovation consultant is het mijn overtuiging dat technologie onze levenskwaliteit kan verbeteren. Deze metaverse-shift doet me nu en dan evenwel afglijden naar een technofobisch denken. Ik geloof dat de opkomst van virtuele werelden een bedreiging kan vormen voor ons fysiek en mentaal welzijn. De kans bestaat dat metaverses onze fysieke sociale vaardigheden en diepmenselijke relaties zullen verstoren. Als ik merk hoeveel gezinnen vandaag worstelen met de schermtijd van hun kinderen dan vrees ik dat metaverses ons nog meer verslaafd zullen maken. In China erkent men dit probleem al. Daar besliste de overheid deze zomer om jongeren onder de 18 jaar nog maar 3 uur per week te laten gamen. Metaverse-ontwikkelaars weten immers heel goed dat hun doelgroep de drang heeft om de - niet altijd even aangename - werkelijkheid te ontvluchten en hun identiteit te veranderen om zo anoniem hun gang te kunnen gaan. Daar wordt onder meer handig op ingespeeld met avatars waardoor we makkelijk andere rollen kunnen aannemen. Al schuilt het gevaar erin dat we onze echte identiteit langzaamaan verliezen.

Er wordt een wereld gecreëerd die volledig gemodelleerd wordt naar ons ideaalbeeld. Een wereld waarin alles kan zonder dat we daarvoor de consequenties hoeven te dragen. Ja, we kunnen er onze creativiteit kwijt, maar het kan ook onze verbeelding ernstig verstoren omdat alles kan en onze grenzen erdoor vervagen. Zo is het eerste geval van seksueel grensoverschrijdend gedrag al een feit in de metaverse.

Is dit de weg die we verder willen bewandelen? Willen we virtuele omgevingen de overhand laten nemen op onze primaire wereld met diep menselijke interacties? Zeker nu we weten dat die eerste nog moeilijker te reguleren vallen? Laat staan die controle over te laten aan slechts één bedrijf? Is dit wat we - rekening houdend met de nefaste gevolgen - écht willen?

In de toekomst zullen we moeten leren omgaan met deze bedreigingen. De uitdaging voor individuen en de overheid zal erin bestaan om van de metaverse een veilige omgeving te maken. Er dringt zich een debat op. Niet in het minst moeten we ervoor zorgen dat onze jongeren er zichzelf niet in verliezen en vervreemden.

Het leven is niet elke dag een feest. Leren omgaan met kleine of grote tegenslagen is eigen aan het leven. Vluchten in een vergankelijke virtuele ideaalwereld gedirigeerd door commerciële partijen is niet de oplossing. Naast het maken van een virtuele kopie van jezelf blijft het interessant en de moeite waard om als persoon te evolueren - met vallen en opstaan - naar een betere versie van jezelf die in het hier en nu leeft.

Tijdens Facebook Connect kondigde Marc Zuckerberg eerder dit najaar met veel bombarie de nieuwe naam van zijn bedrijf aan: Meta. Het Griekse woord voor naast, boven of door de werkelijkheid. De rebranding is een overduidelijke knipoog naar de term metaverse - een virtuele 3D-omgeving die aan een steile opmars bezig is. De omgeving bestaat uit verschillende ruimtes waarin je door middel van een avatar kan rondkijken, bewegen en interageren met anderen. Je kan er onder meer met je vrienden rondhangen, samen gamen, concerten bijwonen of winkelen. In een werkomgeving vertaalt zich dat naar samen vergaderen. De naamsverandering is vooral een strategische zet. En een slimme zet bovendien. Want het bedrijf claimt hiermee als eerste de naam meta. Zuckerberg creëert zo de perceptie dat Facebook de enige échte metaverse wordt en hoopt zo de andere grote spelers te overschaduwen. Dat weerwerk is broodnodig want Facebook staat onder zware druk. Tal van andere platformen winnen aan terrein. Zo spelen veel Facebookgebruikers Roblox, Fortnite of maken gebruik van op VR gebaseerde sociale netwerken zoals VRchat. COVID-19 speelt hierin een belangrijke rol. Mensen spenderen meer tijd thuis en zoeken afleiding in betere, virtuele werelden. Om de toekomst van zijn bedrijf te verzekeren doet Zuckerberg ons dus maar al te graag geloven dat de metaverse, en in het bijzonder zijn Meta, the next big thing is. Maar is het allemaal rozengeur en maneschijn in metaverse-land? Neen, dat is het duidelijk niet. Zo probeert Facebook de introductie van nieuwe partijen in de markt te bemoeilijken om zo hun monopolie verder te versterken en uit te breiden. Bovendien kan het onder de naam Meta de privacygevoelige gezichtsherkenningstechnologie verder ingang laten vinden. Via experimentele VR-brillen zou men bijvoorbeeld nu al in staat zijn om gezichtsexpressies en emoties te capteren. Men wil niets liever dan dat we een volledige digital twin van onszelf maken en onze volledige fysieke leefwereld nabouwen in een virtuele wereld. En daar wringt het schoentje alweer want we zullen hen de data die vandaag ontbreekt op een dienblaadje aanleveren ten nadele van onze eigen privacy. Extra data die de bestaande inkomstenstromen garandeert en nieuwe advertentiemogelijkheden biedt. Denk maar aan metaverse billboards met gepersonaliseerde advertenties. De stap naar een nieuw soort digitale gevangenis is niet meer zo veraf. Een omgeving met een quasi permanente online surveillance, gedirigeerd door een commercieel bedrijf. Een virtuele ruimte waar elke beweging wordt geregistreerd en waaruit het moeilijk ontsnappen wordt. Aan de inrichting van onze virtuele huiskamer en metaverse aanwezigheid zullen we immers aardig wat tijd gespendeerd hebben. En omwille van peer pressure zal het bovendien niet eenvoudig zijn om de vrienden, waarmee we naar events gaan en games spelen in de steek te laten. Net zoals in de echte wereld willen we er immers graag bij horen. De grens tussen online en offline zal nóg meer vervagen waardoor uitloggen bij de metaverse geen makkelijke opdracht wordt.Als digital innovation consultant is het mijn overtuiging dat technologie onze levenskwaliteit kan verbeteren. Deze metaverse-shift doet me nu en dan evenwel afglijden naar een technofobisch denken. Ik geloof dat de opkomst van virtuele werelden een bedreiging kan vormen voor ons fysiek en mentaal welzijn. De kans bestaat dat metaverses onze fysieke sociale vaardigheden en diepmenselijke relaties zullen verstoren. Als ik merk hoeveel gezinnen vandaag worstelen met de schermtijd van hun kinderen dan vrees ik dat metaverses ons nog meer verslaafd zullen maken. In China erkent men dit probleem al. Daar besliste de overheid deze zomer om jongeren onder de 18 jaar nog maar 3 uur per week te laten gamen. Metaverse-ontwikkelaars weten immers heel goed dat hun doelgroep de drang heeft om de - niet altijd even aangename - werkelijkheid te ontvluchten en hun identiteit te veranderen om zo anoniem hun gang te kunnen gaan. Daar wordt onder meer handig op ingespeeld met avatars waardoor we makkelijk andere rollen kunnen aannemen. Al schuilt het gevaar erin dat we onze echte identiteit langzaamaan verliezen. Er wordt een wereld gecreëerd die volledig gemodelleerd wordt naar ons ideaalbeeld. Een wereld waarin alles kan zonder dat we daarvoor de consequenties hoeven te dragen. Ja, we kunnen er onze creativiteit kwijt, maar het kan ook onze verbeelding ernstig verstoren omdat alles kan en onze grenzen erdoor vervagen. Zo is het eerste geval van seksueel grensoverschrijdend gedrag al een feit in de metaverse.Is dit de weg die we verder willen bewandelen? Willen we virtuele omgevingen de overhand laten nemen op onze primaire wereld met diep menselijke interacties? Zeker nu we weten dat die eerste nog moeilijker te reguleren vallen? Laat staan die controle over te laten aan slechts één bedrijf? Is dit wat we - rekening houdend met de nefaste gevolgen - écht willen? In de toekomst zullen we moeten leren omgaan met deze bedreigingen. De uitdaging voor individuen en de overheid zal erin bestaan om van de metaverse een veilige omgeving te maken. Er dringt zich een debat op. Niet in het minst moeten we ervoor zorgen dat onze jongeren er zichzelf niet in verliezen en vervreemden. Het leven is niet elke dag een feest. Leren omgaan met kleine of grote tegenslagen is eigen aan het leven. Vluchten in een vergankelijke virtuele ideaalwereld gedirigeerd door commerciële partijen is niet de oplossing. Naast het maken van een virtuele kopie van jezelf blijft het interessant en de moeite waard om als persoon te evolueren - met vallen en opstaan - naar een betere versie van jezelf die in het hier en nu leeft.