Nederlanders mochten zich in een referendum op woensdag uitspreken over de Wet op de Inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Die voorziet een stevige uitbreiding van bevoegdheden voor de inlichtingendiensten en laat hen ook online communicatie afluisteren, niet alleen van verdachten, maar ook van burgers die bijvoorbeeld in dezelfde gemeente als een verdachte wonen. De wet kreeg dan ook al snel de term 'Sleepwet' mee. De wet zou de inlichtingendiensten bovendien toestemming geven om mobiele apparaten te hacken en een DNA-databank aan te leggen.

Privacy-organisaties hebben felle kritiek op de wet, en bedongen een referendum. Volgens de laatste exitpoll, woensdagnacht, stemde 49 procent voor de wet, 48 procent tegen. De foutmarge is 5 procent. Het referendum is in ieder geval geldig, omdat de opkomst 48 procent was. Dat is ruim meer dan de drempel van 30 procent.

Of dat uitmaakt, is nog een andere zaak. Meerdere politieke partijen in Nederland, waaronder CDA, VVD en ChristenUnie hebben al laten weten dat de wet sowieso wordt ingevoerd en het kabinet een eventueel 'nee' bij het referendum naast zich neer zal leggen. Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken meldt in een brief aan de Tweede Kamer echter dat het kabinet de uitslag van het referendum zorgvuldig in overweging zal nemen.