Een Platform dat alles met alles combineert

Dit project kan een schoolvoorbeeld zijn voor andere steden en gemeenten die zich een 'smart city' willen noemen", luidt het lovende oordeel van de jury. Maar wat is dat Antwerp City Platform as a Service, kortweg ACPaaS, dan precies? Een platform dat een smart city technologisch mogelijk maakt op een schaalbare én - niet onbelangrijk - betaalbare manier.
...

Dit project kan een schoolvoorbeeld zijn voor andere steden en gemeenten die zich een 'smart city' willen noemen", luidt het lovende oordeel van de jury. Maar wat is dat Antwerp City Platform as a Service, kortweg ACPaaS, dan precies? Een platform dat een smart city technologisch mogelijk maakt op een schaalbare én - niet onbelangrijk - betaalbare manier. De Stad Antwerpen levert services aan meer dan een half miljoen burgers die alsmaar meer van die digitale diensten verwachten én eisen. Elke burger heeft een user interface voor de stad in zijn of haar zakken zitten, maar in het zogeheten City of Things is er ook plaats voor slimme, geconnecteerde objecten en plaatsen in de stad. De vraag naar - en mogelijkheden voor - nieuwe, innovatieve digitale diensten zijn zowat eindeloos. Maar met een traditionele software-ontwikkelingsmethodologie en de gekende procurement-procedures lukt dat niet langer. "Niemand wil nog een extra jaar wachten op een softwareoplossing die al achterhaald is op het moment dat ze opgeleverd wordt", gaf Peter Crombecq, CEO van Digipolis en CIO van de Stad Antwerpen de juryleden mee. Met stand-alone 'point solutions' blijft u op een te beperkte schaal werken, en de ontwikkeling volledig door externe partijen laten dragen is te kostelijk en tijdsintensief, lezen de andere argumenten die ACPaaS noodzakelijk maakten: een grootschalige 'urban IT infrastructure'. In 2015 startte Digipolis met de ontwikkeling van ACPaaS. Het platform biedt een aantal kant-en-klare 'engines' met back-end diensten. Die functionaliteit is via API's toegankelijk door alle mogelijke IT-platformen en -oplossingen die de stad rijk is. Denk dan aan zowel de Antwerpse inwoners, het OCMW, de Lokale Politie, bezoekers en bedrijven. Alle componenten zijn gebaseerd op open én duidelijk gedocumenteerde REST/JSON API's. Oftewel: alles kan met alles gecombineerd worden. Dat laat op zijn beurt ook kortere ontwikkelingscycli toe omdat nieuwe systemen kunnen profiteren van grote delen van eerder ontwikkelde componenten. Zo gebruikt de digitale beeldenbank van de Antwerpse musea bijvoorbeeld eenzelfde engine als de oplossing die met slimme camera's controleert of u met uw wagen de lage-emissiezone binnenkan. Momenteel telt het platform zo'n 60 componenten die diensten leveren zoals API management, het loggen van applicaties, web content management, het beheer van digitale handtekeningen enzovoort. De componenten worden door meer dan 100 applicaties en systemen gebruikt, met potentieel voor nog eens meer dan 300 extra applicaties. Niet allemaal rocket science trouwens: denk bijvoorbeeld ook aan een engine die pdf's genereert. "Vroeger hadden we dertig van zulke oplossingen naast elkaar, nu is er één enigine die ze allemaal vervangt", klonk het tijdens de jurering. Met ACPaaS heeft Antwerpen nu een eigen lokaal softwareplatform dat beantwoordt aan de vraag van de stad om oplossingen sneller, goedkoper en meer innovatief te maken. Maar wat voor Antwerpen kan, kan in principe ook voor andere steden. Voor de jury toont dit project hoe innovatie in een publieke sector er kan uitzien, en kan het zelfs een voorbeeld voor andere steden en gemeenten vormen."Uw aardappelen? Onze passie." Met die slogan ontwerpt en verkoopt het Roeselaarse bedrijf AVR gespecialiseerde landbouwmachines. Het ontwerp gebeurt met hoogtechnologische 3D-systemen en de volledige productie van nieuwe machines gebeurt ook binnenshuis. De missie? Zorgen dat de klanten met minder input toch meer verkoopbaar product in hun schuur krijgen. En dat is waar AVR Connect verder op doorborduurt. Het gaat om een klantgedreven project dat data verzamelt en verbindt in de aardappelrooimachines. AVR Connect is volgens de jury een innovatief IoT-project dat helemaal past in de trend naar smart farming die duidelijk speelt in de landbouwsector - ook in België. De nood aan meer data over aardappelen wordt voor een groot stuk gedreven door de consument. Die weet alsmaar meer over de soort aardappelen die hij of zij koopt en wil ook meer transparantie en informatie over de oorsprong van zijn of haar voedsel. Om de nodige info te kunnen bieden, werkt AVR Connect met sensoren. ACR installeert verschillende sensoren in de machines die gebruikt worden om aardappelen te planten en te rooien. Die verzamelen op het veld data over bijvoorbeeld de bodem en de grootte van de aardappelen. De gegevens worden vervolgens gestuurd naar het Microsoft Azure platform van AVR. Landbouwers die hun akkoord gaven, kunnen hun eigen data ook delen met anderen op het platform, om zo zelf te kunnen profiteren van kwaliteitsvolle data en de nodige vergelijkingspunten. Deze real-time gegevens en accurate inzichten leiden uiteindelijk tot een hogere opbrengst en betere processen. Voor klanten van AVR is het Connect-project een manier om dus meer opbrengsten te genereren, het landbouwbedrijf zelf toont zo dat het mee is met de trend naar smart farming. AVR liet zich in dit project begeleiden door Delaware. In totaal gaat het om een investering van 350.000 euro aan hardware, softwareontwikkeling en mankracht. Een relatief kleine investering, die voor een bedrijf als AVR wél significant is. Voor de jury een mooi voorbeeld van de impact van digitalisering op élke sector. AVR eindigt dus op een ex-aequo met de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. Het winnende Jobnet-project met een investering van 550.000 euro valt in de categorie kleine projecten, maar de potentiële impact kan wél groot zijn. Jobnet wilt vraag en aanbod op de arbeidsmarkt samenbrengen. Het project is de opvolger van Elise (WCC) dat de afgelopen jaren instond voor de 'matching' van vacatures met CV's. Jobnet is gegroeid vanuit een experiment dat vorig jaar moest nagaan hoe artificial intelligence en dan vooral deep learning die matching kon verbeteren. Of beter: de huidige regelgebaseerde oplossing kon aanvullen. VDAB had zelf niet de nodige expertise in huis wat deep learning betreft, en deed daarvoor beroep op de AI-start-up Radix. Om het model te kunnen trainen, was het meteen duidelijk dat er een andere infrastructuur nodig was: enter Amazon Web Services (AWS). Bijkomende moeilijkheid was dat alle data geanonimiseerd moest blijven. Dat maakt dat 80 procent van alle tijd en middelen ging naar de 'data preparation' fase in de back-end. Inclusief het embedden van Word2vec: een model om woorden om te zetten in vectors. Dat is nodig om bijvoorbeeld een Franstalige job toch te kunnen matchen met een Nederlandstalig CV zonder dat er een vertaalslag nodig is. De opensource software TensorFlow zorgt voor die technologie. Diezelfde technologie zorgt er bijvoorbeeld ook voor dat een truckbestuurder gematcht wordt aan vacatures waarvoor een C-rijbewijs nodig is, of dat een 'nanny' zowat hetzelfde betekent als een 'kinderoppas'. Het systeem wordt regelmatig opnieuw getraind, waardoor VDAB verwacht dat het sneller evoluties of trends in de arbeidsmarkt zal opmerken. Daarnaast is het de bedoeling dat de software ook permanent gevoed wordt met bijkomende datasets om de resultaten te blijven verfijnen. Naast TensorFlow op AWS en Radix.ai gebruikt de totaaloplossing ook Oracle Big Data Appliance en Datawarehouse, Kafka en Java-ontwikkeling. De eerste resultaten tonen duidelijke verbeteringen op het bestaande regelgebaseerde Elise-systeem. Dat betekent dat de dienstverlening van VDAB met andere woorden verbeterd is. Het project kan rekenen op volledige ondersteuning van het topmanagement, te beginnen met CEO Fons Leroy zelf.