Het was Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker die vorige week tijdens zijn State of the Union zei dat Europa nog steeds niet goed gewapend is tegen cyberaanvallen. Vijandige overheden en niet-statelijke organisaties proberen steeds meer om gegevens te stelen, fraude te plegen en regeringen te destabiliseren, schetst de Commissie de omvang van het probleem.

In 2016 waren er in Europa dagelijks meer dan 4.000 aanvallen met zogenaamde gijzelsoftware en kreeg 80 procent van de Europese bedrijven af te rekenen met minstens één incident op het vlak van cyberveiligheid. "Alleen al de voorbije vier jaar is de economische impact van cybercriminaliteit vervijfvoudigd", luidt het.

Nauwer samenwerken

Om zich te weren tegen de dramatische stijging van het aantal cyberaanvallen, moeten de EU-landen veel nauwer gaan samenwerken. "Geen land kan de uitdagingen op het gebied van cyberveiligheid alleen aan'', zei vicevoorzitter Andrus Ansip (Digitale Markt).

Daarom legt de Commissie een reeks nieuwe instrumenten op tafel. Meest in het oog springend is de oprichting van een EU-agentschap voor cyberbeveiliging, dat gebaseerd is op het bestaande agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa), waarvan het mandaat in 2020 afloopt. Enisa wordt omgevormd tot een dienst die de Europese cyberveiligheid robuust moet maken.

Certificaten voor veilige technologie

Het nieuwe agentschap zal certificaten uitreiken aan veilige digitale diensten en producten. Net zoals etiketten de voedselveiligheid garanderen, kunnen cyberveiligheidscertificaten de betrouwbaarheid van miljarden apparaten waarborgen. Het gaat om geconnecteerde auto's, maar evengoed om kritieke infrastructuur als energie- en vervoersnetwerken.

Daarnaast gaat het agentschap een 'blauwdruk' opstellen voor acties die lidstaten snel moeten nemen bij een grootschalige aanval.

Het was Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker die vorige week tijdens zijn State of the Union zei dat Europa nog steeds niet goed gewapend is tegen cyberaanvallen. Vijandige overheden en niet-statelijke organisaties proberen steeds meer om gegevens te stelen, fraude te plegen en regeringen te destabiliseren, schetst de Commissie de omvang van het probleem. In 2016 waren er in Europa dagelijks meer dan 4.000 aanvallen met zogenaamde gijzelsoftware en kreeg 80 procent van de Europese bedrijven af te rekenen met minstens één incident op het vlak van cyberveiligheid. "Alleen al de voorbije vier jaar is de economische impact van cybercriminaliteit vervijfvoudigd", luidt het.Om zich te weren tegen de dramatische stijging van het aantal cyberaanvallen, moeten de EU-landen veel nauwer gaan samenwerken. "Geen land kan de uitdagingen op het gebied van cyberveiligheid alleen aan'', zei vicevoorzitter Andrus Ansip (Digitale Markt). Daarom legt de Commissie een reeks nieuwe instrumenten op tafel. Meest in het oog springend is de oprichting van een EU-agentschap voor cyberbeveiliging, dat gebaseerd is op het bestaande agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa), waarvan het mandaat in 2020 afloopt. Enisa wordt omgevormd tot een dienst die de Europese cyberveiligheid robuust moet maken. Het nieuwe agentschap zal certificaten uitreiken aan veilige digitale diensten en producten. Net zoals etiketten de voedselveiligheid garanderen, kunnen cyberveiligheidscertificaten de betrouwbaarheid van miljarden apparaten waarborgen. Het gaat om geconnecteerde auto's, maar evengoed om kritieke infrastructuur als energie- en vervoersnetwerken.Daarnaast gaat het agentschap een 'blauwdruk' opstellen voor acties die lidstaten snel moeten nemen bij een grootschalige aanval.