Volgens een jury in Dallas, Texas heeft Oculus gestolen code gebruikt om zijn virtual reality headset te maken. De zaak draait om John Carmack, de chief technology officer van Oculus. Die leidde eerder een gamestudio die door ZeniMax werd overgenomen. Carmack werkte voor ZeniMax onder meer aan games als Doom en Quake, en zou samen met de studio stevig vooruitgang hebben geboekt bij het uitdokteren van software en hardware voor virtual reality. Bij zijn overstap naar Oculus in 2013 heeft Carmack mails met computercodes van ZeniMax die te maken hebben met virtual reality meegenomen, zo erkende hij in zijn getuigenis.

De advocaat van ZeniMax hield de jury voor dat Oculus het ruwe prototype voor de Rift met behulp van innovaties die Carmack bij ZeniMax had uitgedokterd flink verbeterde. De advocaat van Facebook, dat Oculus in 2014 voor 2 miljard dollar aankocht, bracht daartegenin dat ZeniMax begin 2013 al het werk op het gebied van virtual reality staakte en Oculus nergens van beschuldigde, totdat Facebook in maart 2014 de overname bekendmaakte. De claim van ZeniMax zou voortkomen uit schaamte, jaloezie en woede.

Volgens de jury heeft Oculus geen bedrijfsgeheimen gestolen van ZeniMax, maar moet het wel 200 miljoen dollar betalen voor het breken van een geheimhoudingsovereenkomst. Daar komt nog 50 miljoen bij voor schending van auteursrecht en 50 miljoen voor het oneigenlijk gebruikt van ZeniMax' handelsmerk. Ook de twee andere Oculus-oprichters, Brendan Iribe en Palmer Luckey, kregen een schadevergoeding aan hun broek, respectievelijk voor 150 miljoen dollar, en 50 miljoen dollar. ZeniMax vroeg in zijn aanklacht om 2 miljard dollar compensatie.