Het Hof beantwoordt daarmee een vraag van een Litouwse rechtbank. Die had de kwestie aan het EU-Hof voorgelegd na een gruwelijk misdrijf in een buitenwijk van de Litouwse stad Paneve?ys. Op 21 september 2013 werd een Litouws 17-jarig meisje daar ontvoerd, verkracht en levend verbrand in de kofferbak van een auto. Terwijl ze in die kofferbak zat heeft het meisje ongeveer 10 keer het Europese noodnummer 112 gebeld om hulp te vragen. Het nummer van de gebruikte mobiele telefoon verscheen echter niet op de apparatuur van de alarmcentrale, waardoor niet kon worden bepaald waar zij was. Men heeft niet kunnen vaststellen of de gebruikte mobiele telefoon een simkaart bevatte en evenmin waarom haar nummer niet zichtbaar was bij de alarmcentrale.

Volgens het EU-Hof bepaalt de universeledienstenrichtlijn echter dat telecombedrijven "voor zover dit technisch haalbaar is" verplicht zijn om de locatiegevens van de beller altijd ter beschikking te stellen van de hulpdiensten. Dat geldt ook voor telefoons vanop een mobiele telefoon zonder simkaart, oordeelt het Hof. De Litouwse rechter vroeg het EU-Hof ook of lidstaten een beoordelingsmarge hebben wat betreft de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de locatiegegevens. Volgens het Hof bestaat er een zekere beoordelingsmarge maar wordt die marge beperkt "door de noodzaak ervoor te zorgen dat de verstrekte gegevens de daadwerkelijke plaatsbepaling van de beller, en dus de interventie van de hulpdiensten, mogelijk maken".