VITO, het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek, werkt al een tijdje aan We Are, een platform waar burgers data kunnen uitwisselen met verschillende partijen. De focus ligt op gezondheidsdata, maar nu het platform technisch klaar is, gaat de organisatie kijken op welke manier het kan worden ingezet.

Dit jaar start een aantal pilootprojecten en wordt er gekeken naar schaling en interoperabiliteit. Nu de pilootprojecten eraan komen, investeert de Vlaamse regering 120.000 euro zodat VITO in kaart kan brengen welke businessmodellen interessant zijn voor het platform.

Verschil met Mijn Burgerprofiel en Mijngezondheid

We Are is niet te verwarren met Mijn Burgerprofiel, waar de data die de Vlaamse Overheid over je heeft beschikbaar zijn. 'Er is wel een beetje overlap, maar wij focussen vooral op gezondheidsdata en door de burger gegenereerde data', zegt projectleider Jef Hooybergs aan Data News. Het gaat bijvoorbeeld om data over een langere periode, zoals gegevens uit een (medische) wearable die je beweging of hartslag meet.

'We beseffen dat er meerdere dataplatformen bestaan en zijn daarover ook in overleg met Agentschap Informatie Vlaanderen, onder meer over de vraag hoe we dat in één portaal kunnen combineren.'

Er is ook een verschil met bijvoorbeeld Mijngezondheid (Personal Health Viewer) van de federale overheid. Daar gaat het vooral om interactie tussen de klassieke zorgspelers (huisartsen, hospitalen...). 'De burger kan er niet zelf data aanleveren, of die data delen met andere partijen', zegt Hooybergs.

Ethisch correct

Als voorbeeld geeft hij een project van huisartsenvereniging Domus Medica, waar je als burger een vragenlijst invult om een ruw profiel van je gezondheid te schetsen. 'Je krijgt advies op basis van je antwoorden en die data staan op het platform. In een volgende stap willen we dat koppelen aan een soort marktplaats.'

Hooybergs benadrukt wel dat het ethisch correct moet zijn. 'Het mag niet puur commercieel zijn.' Als voorbeeld wijst hij naar verzekeringen: 'Data op We Are kunnen nuttig zijn om bij een schadegeval een verzekeringsmaatschappij toegang te geven tot bepaalde gegevens. Daar ontzorg je de burger. Maar het kan niet zo zijn dat je toegang moet geven tot bepaalde gegevens om bijvoorbeeld een verzekering af te sluiten. We moeten over elke applicatie grondig nadenken wat ermee zal gebeuren.'

VITO, het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek, werkt al een tijdje aan We Are, een platform waar burgers data kunnen uitwisselen met verschillende partijen. De focus ligt op gezondheidsdata, maar nu het platform technisch klaar is, gaat de organisatie kijken op welke manier het kan worden ingezet.Dit jaar start een aantal pilootprojecten en wordt er gekeken naar schaling en interoperabiliteit. Nu de pilootprojecten eraan komen, investeert de Vlaamse regering 120.000 euro zodat VITO in kaart kan brengen welke businessmodellen interessant zijn voor het platform.We Are is niet te verwarren met Mijn Burgerprofiel, waar de data die de Vlaamse Overheid over je heeft beschikbaar zijn. 'Er is wel een beetje overlap, maar wij focussen vooral op gezondheidsdata en door de burger gegenereerde data', zegt projectleider Jef Hooybergs aan Data News. Het gaat bijvoorbeeld om data over een langere periode, zoals gegevens uit een (medische) wearable die je beweging of hartslag meet.'We beseffen dat er meerdere dataplatformen bestaan en zijn daarover ook in overleg met Agentschap Informatie Vlaanderen, onder meer over de vraag hoe we dat in één portaal kunnen combineren.'Er is ook een verschil met bijvoorbeeld Mijngezondheid (Personal Health Viewer) van de federale overheid. Daar gaat het vooral om interactie tussen de klassieke zorgspelers (huisartsen, hospitalen...). 'De burger kan er niet zelf data aanleveren, of die data delen met andere partijen', zegt Hooybergs.Als voorbeeld geeft hij een project van huisartsenvereniging Domus Medica, waar je als burger een vragenlijst invult om een ruw profiel van je gezondheid te schetsen. 'Je krijgt advies op basis van je antwoorden en die data staan op het platform. In een volgende stap willen we dat koppelen aan een soort marktplaats.'Hooybergs benadrukt wel dat het ethisch correct moet zijn. 'Het mag niet puur commercieel zijn.' Als voorbeeld wijst hij naar verzekeringen: 'Data op We Are kunnen nuttig zijn om bij een schadegeval een verzekeringsmaatschappij toegang te geven tot bepaalde gegevens. Daar ontzorg je de burger. Maar het kan niet zo zijn dat je toegang moet geven tot bepaalde gegevens om bijvoorbeeld een verzekering af te sluiten. We moeten over elke applicatie grondig nadenken wat ermee zal gebeuren.'