De standaard moet het concept van combimobiliteit en mobility-as-a-service ondersteunen. Dat wil zeggen dat zowel diensten van de overheid (zoals De Lijn) als van privépartners (taxi's, Uber, deelfietsen, deelsteps) achterliggend informatie op dezelfde manier kunnen uitwisselen.

Waarom is dat belangrijk? Om het eenvoudiger te maken om digitaal een reis te plannen en meteen, vanuit één app, te betalen. Maar ook om verschillende spelers in het vervoersaanbod te laten inspelen op elkaar.

Het idee komt er op initiatief van het departement Mobiliteit en Openbare Werken en de stad Antwerpen in samenwerking met de mobiliteitssector. De uitwerking gebeurde door Informatie Vlaanderen in samenwerking met Imec-IDLab en ITS.be, een vzw rond duurzame mobiliteit.

Fundamentele laag

De ontwikkeling duurde hooguit drie maanden. "Op die tijd formuleren we een standaard, dus wel nog zonder praktijktesten in echte omgevingen. Intussen zitten we aan onze 39e standaard dus dat is een vrij strak proces geworden," zegt Barbara Van Den Haute, administrateur-generaal van Informatie Vlaanderen. "Het is misschien wat nerdy, maar dit is een fundamentele laag die noodzakelijk is voor de mobiliteit van de toekomst."

De data-standaard wordt in eerste instantie uitgerold in de stad Antwerpen, specifiek voor deelsystemen zonder vaste stallingsinfrastructuur. Denk daarbij aan deelfietsen, deelsteps en deelscooters.

Ook spelers als Uber (dat naast taxidiensten ook de deelfietsen Jump aanbiedt) zaten van mee rond de tafel. Van Den Haute: "Dat is vrij goed gelukt omdat er vanuit Antwerpen duidelijk werd gezegd dat spelers met die standaarden moesten werken. Maar natuurlijk laten we onze standaard ook zo veel mogelijk samenlopen met andere standaarden, hetzij met een lokale semantische laag."

Open standaarden

De standaard past ook in het OSLO standaardenprogramma (Open Standaarden voor Linkende Organisaties), waar Vlaanderen al een tijdje op inzet om gegevens tussen verschillende spelers makkelijker te kunnen gebruiken. Intussen zijn er zo al 39 gepubliceerd rond milieu of hotels. Momenteel staat er ook een rond cultureel erfgoed in de steigers.

De standaard komt vanuit Vlaanderen, maar is daarom niet beperkt tot Vlaanderen of Vlaamse spelers "De standaarden zijn open. Iedereen kan ze overnemen en we werken ook interbestuurlijk samen om dat in zo veel mogelijk bestuurslagen te kunnen doen. Dus ze kan ook worden ingezet op het Brusselse, Waalse of federale niveau. Sommige van onze standaarden worden vandaag zelfs Europees gebruikt," vertelt Van Den Haute.

Wie als ontwikkelaar meer wil weten over de data-standaard voor mobiliteitsdiensten kan alle technische gegevens hier terugvinden of op data.vlaanderen.be voor alle andere standaarden van de Vlaamse overheid.

De standaard moet het concept van combimobiliteit en mobility-as-a-service ondersteunen. Dat wil zeggen dat zowel diensten van de overheid (zoals De Lijn) als van privépartners (taxi's, Uber, deelfietsen, deelsteps) achterliggend informatie op dezelfde manier kunnen uitwisselen.Waarom is dat belangrijk? Om het eenvoudiger te maken om digitaal een reis te plannen en meteen, vanuit één app, te betalen. Maar ook om verschillende spelers in het vervoersaanbod te laten inspelen op elkaar.Het idee komt er op initiatief van het departement Mobiliteit en Openbare Werken en de stad Antwerpen in samenwerking met de mobiliteitssector. De uitwerking gebeurde door Informatie Vlaanderen in samenwerking met Imec-IDLab en ITS.be, een vzw rond duurzame mobiliteit.De ontwikkeling duurde hooguit drie maanden. "Op die tijd formuleren we een standaard, dus wel nog zonder praktijktesten in echte omgevingen. Intussen zitten we aan onze 39e standaard dus dat is een vrij strak proces geworden," zegt Barbara Van Den Haute, administrateur-generaal van Informatie Vlaanderen. "Het is misschien wat nerdy, maar dit is een fundamentele laag die noodzakelijk is voor de mobiliteit van de toekomst."De data-standaard wordt in eerste instantie uitgerold in de stad Antwerpen, specifiek voor deelsystemen zonder vaste stallingsinfrastructuur. Denk daarbij aan deelfietsen, deelsteps en deelscooters.Ook spelers als Uber (dat naast taxidiensten ook de deelfietsen Jump aanbiedt) zaten van mee rond de tafel. Van Den Haute: "Dat is vrij goed gelukt omdat er vanuit Antwerpen duidelijk werd gezegd dat spelers met die standaarden moesten werken. Maar natuurlijk laten we onze standaard ook zo veel mogelijk samenlopen met andere standaarden, hetzij met een lokale semantische laag."De standaard past ook in het OSLO standaardenprogramma (Open Standaarden voor Linkende Organisaties), waar Vlaanderen al een tijdje op inzet om gegevens tussen verschillende spelers makkelijker te kunnen gebruiken. Intussen zijn er zo al 39 gepubliceerd rond milieu of hotels. Momenteel staat er ook een rond cultureel erfgoed in de steigers.De standaard komt vanuit Vlaanderen, maar is daarom niet beperkt tot Vlaanderen of Vlaamse spelers "De standaarden zijn open. Iedereen kan ze overnemen en we werken ook interbestuurlijk samen om dat in zo veel mogelijk bestuurslagen te kunnen doen. Dus ze kan ook worden ingezet op het Brusselse, Waalse of federale niveau. Sommige van onze standaarden worden vandaag zelfs Europees gebruikt," vertelt Van Den Haute.Wie als ontwikkelaar meer wil weten over de data-standaard voor mobiliteitsdiensten kan alle technische gegevens hier terugvinden of op data.vlaanderen.be voor alle andere standaarden van de Vlaamse overheid.