Een eerste grote conclusie uit het onderzoek is geen grote verrassing. De onderzoekers zagen tijdens het coronajaar een stevige digitale versnelling, met extra tijd en geld die geïnvesteerd werden in slimme schermen en digitale platformen. Nu we meer thuis werken en les volgen, en ook al onze vrije tijd en cultuurbeleving grotendeels naar de huiselijke kring zijn verschoven, is het logisch dat daar meer schermtijd bij komt. Vlamingen gebruikten hun mobiele schermen vorig jaar nu gemiddeld 3 uur en 5 minuten per dag, een stijging met 37 minuten tegenover een jaar eerder. En die stijging gaat dan vooral om sociale media, die dagelijks 73 minuten innemen, tegenover 49 minuten in 2019.

Dat technologie een deel van de sociale interacties en uitstapjes moet vervangen, zie je overigens overal. Zo geeft nu de helft van de Vlamingen aan dat ze maandelijks een keer videobellen, een stijging van 25% tegenover een jaar eerder. Ook het gebruik van betalende streamingplatformen is toegenomen tot 46 procent van de respondenten. '9 procent van de Vlamingen ging in 2020 één of meerdere streamingabonnementen aan als direct gevolg van de lockdowns,' duidt professor Lieven De Marez, die het onderzoek mee voerde, aan Data News. Nog eentje? Het gebruik van wearables is dan weer - omhoog gegaan naar 37 procent (+7%). Als wandelen en streamen zowat het enige is dat je mag doen, dan doen we dat dus ook massaal.

Meer schermen

Een en ander heeft ook gevolgen voor de hardware. Zowat elke Vlaming heeft al jaren minstens één slim toestel in huis, maar vijf procent van de ondervraagden kwam vorig jaar tot de conclusie dat ze niet genoeg schermen in huis hadden om vlot van thuis uit te werken. 'Eigenlijk is bijna iedereen in Vlaanderen geconnecteerd. Maar minstens één slim toestel in huis hebben en connecteren was in 2020 niet genoeg om iedereen te laten functioneren', zegt De Marez.

En in die veelheid aan toestellen blijkt de smartphone aan belang te winnen. Het toestel was al het meest geprefereerde scherm, maar ondertussen geeft 51% van de correspondenten aan dat ze dat scherm het belangrijkst vinden. De Marez: 'We gebruiken dat ook niet langer uitsluitend voor sociale media, maar voor allerlei andere taken: om te winkelen, te betalen enzovoort.'

Attitudes en lacunes

Met technologie als grote troost in lockdowntijden valt het ook op dat Vlamingen nu positiever staan tegenover die technologie. De coronapandemie zorgde bij 38 procent van de Vlamingen voor een positievere attitude ten opzichte van digitale technologie, staat in het onderzoek. Zo'n 64 procent zegt dat technologie hun leven aangenamer maakte tijdens die lockdown, bij jongeren ligt dat zelfs op 81 procent. 'Mensen die vroeger twijfelden over technologie, geven technologie nu eerder het voordeel van de twijfel. Maar er blijven techparadoxen', zegt De Marez.

Zo zijn er ook een hoop Vlamingen die achterlopen en geen toegang krijgen tot digitale technologie. En dat is in een jaar als het vorige, waarin zowel lessen als veel jobs naar de thuisvloer zijn verhuisd, een stevig probleem. 'In de metaforische race zijn er enkelen gelost', legt De Marez uit. 'Maar een reeks Vlamingen zijn ook op hun digitale adem getrapt. Die volgen nog wel maar daarvoor wordt het wat veel.' Zo zijn er de vijf procent die niet genoeg schermen in huis hadden, maar vier procent van de ondervraagden, vaak uit gezinnen met lage inkomens, geeft ook aan niet te beschikken over de nodige connectiviteit. 'Voor corona kon je bij buren of vrienden even online gaan. Maar nu lukt dat niet meer', aldus De Marez.

Daarnaast zijn er ook de vaardigheden. '24% zegt te sukkelen om te doen wat ze moeten doen. Voor 26% lukt online shoppen niet zoals ze zouden willen. Dat zijn vooral ouderen, maar er is ook een deel van de jongeren die daar niet de vaardigheden toe hebben.' Denk dan bijvoorbeeld aan jongere mensen die wel perfect met sociale media omgaan, maar niet per se weten hoe ze digitaal kunnen solliciteren of hun belastingen in orde moeten brengen.

Technologie en de toekomst

In totaal voelt 80 procent zich niet klaar voor de technologie van de toekomst. Zo is er een grote groep Vlamingen die zich bezorgd tonen over aspecten als digitaal welzijn, fake news en privacy. 'Vlamingen maken zich zorgen over hun afhankelijkheid van sociale media. We weten ons daar geen goeie houding in te geven. Zeker wanneer werk en privé erg verweven geraken, is het een digitaal welzijnsprobleem', zegt De Marez.

Daarnaast maken we ons ook zorgen om 'fake news'. 'Mensen zijn door corona zelf op zoek gegaan naar info. We zien bijvoorbeeld het gebruik van nieuwsapps met 34% stijgen. Tegelijk zijn we ons nog nooit zo bewust geweest van valse informatie.' Wil Vlaanderen een volgende stap zetten in digitalisering, dan moeten die vragen voor een deel beantwoord worden.

Privacy

En dan is er nog wat imec de 'data paradox' noemt. 'We hangen af van data, van technologie, maar we hebben nog nooit zo weinig vertrouwen gehad in wat techmerken doen met onze data', legt De Marez uit. We weten al langer dat grote techbedrijven als Google en Facebook allerlei gegevens over ons bijhouden, maar sinds de invoering van de GDPR en de constante pop-ups die daarbij horen, is ook het bewustzijn groter geworden dat er iets met die data gebeurt.

'Maar mensen zelf meer controle geven over wat er met hun data gebeurt, dat zien we nog niet. Als overheid moet je niet alleen een GDPR-verplichting opleggen aan bedrijven, maar ook de burger helpen om het heft in eigen hand te nemen. Burgers willen zelf hun schermtijd controleren, en ze willen ook zelf controle hebben over hun data.'

Ieder zijn kluisje

Hoe doe je zoiets? De Marez geeft het voorbeeld van algoritmetransparantie, waarbij je klanten meer keuze geeft, bijvoorbeeld over welke algoritmes gebruikt worden om hun newsfeed te bedienen. 'Dat soort initiatieven kan helpen om burgers over die haat-liefde verhouding heen te krijgen', zegt hij.

Daarnaast wordt er ook reikhalzend gekeken naar de mogelijkheden van Solid, de persoonlijke datakluis die door Tim Berners-Lee werd voorgesteld, en waar ook de Vlaamse regering plannen mee heeft. Zo zou er bijvoorbeeld een datanutsbedrijf kunnen komen voor burgers, waarmee ze zelf kunnen kiezen welke diensten en eventueel commerciële bedrijven toegang krijgen, in ruil voor wat. 'Ik geloof erg in Solid', zegt De Marez. 'Techbedrijven hebben nu een dictaat over wat er met je data gebeurt omdat zij die beheren. Solid is interessant omdat je die data teruggeeft aan de burger.'

Plannen voor de toekomst

'Vlaanderen wil voorop lopen in data-economie', zegt De Marez. 'De overheid wil inclusieve, digitale transformatie, ze willen alle burgers meekrijgen, maar je hebt 18% die in een digitale kloof zit en daarnaast nog een 60% van de Vlamingen die daar balanceert. Die hebben wel de vaardigheden, maar zoeken meer controle. Wil je hen mee krijgen, dan moet je hen eerst helpen om die paradoxen rond welzijn, rond vertrouwen en data onder controle te krijgen.'

Imec onderzoekt sinds 2009 hoe Vlamingen media gebruiken. In de Digimeter houdt het onderzoekscentrum bij hoe Vlamingen zich voelen ten opzichte van technologie, welke toestellen we hebben en hoe we die gebruiken. Het 2020 rapport is gebaseerd op een enquête bij 2.981 Vlamingen van zestien of ouder, met zelfrapportering en ook het (vrijwillig) bijhouden van schermgebruik via een app.

Een eerste grote conclusie uit het onderzoek is geen grote verrassing. De onderzoekers zagen tijdens het coronajaar een stevige digitale versnelling, met extra tijd en geld die geïnvesteerd werden in slimme schermen en digitale platformen. Nu we meer thuis werken en les volgen, en ook al onze vrije tijd en cultuurbeleving grotendeels naar de huiselijke kring zijn verschoven, is het logisch dat daar meer schermtijd bij komt. Vlamingen gebruikten hun mobiele schermen vorig jaar nu gemiddeld 3 uur en 5 minuten per dag, een stijging met 37 minuten tegenover een jaar eerder. En die stijging gaat dan vooral om sociale media, die dagelijks 73 minuten innemen, tegenover 49 minuten in 2019. Dat technologie een deel van de sociale interacties en uitstapjes moet vervangen, zie je overigens overal. Zo geeft nu de helft van de Vlamingen aan dat ze maandelijks een keer videobellen, een stijging van 25% tegenover een jaar eerder. Ook het gebruik van betalende streamingplatformen is toegenomen tot 46 procent van de respondenten. '9 procent van de Vlamingen ging in 2020 één of meerdere streamingabonnementen aan als direct gevolg van de lockdowns,' duidt professor Lieven De Marez, die het onderzoek mee voerde, aan Data News. Nog eentje? Het gebruik van wearables is dan weer - omhoog gegaan naar 37 procent (+7%). Als wandelen en streamen zowat het enige is dat je mag doen, dan doen we dat dus ook massaal.Een en ander heeft ook gevolgen voor de hardware. Zowat elke Vlaming heeft al jaren minstens één slim toestel in huis, maar vijf procent van de ondervraagden kwam vorig jaar tot de conclusie dat ze niet genoeg schermen in huis hadden om vlot van thuis uit te werken. 'Eigenlijk is bijna iedereen in Vlaanderen geconnecteerd. Maar minstens één slim toestel in huis hebben en connecteren was in 2020 niet genoeg om iedereen te laten functioneren', zegt De Marez. En in die veelheid aan toestellen blijkt de smartphone aan belang te winnen. Het toestel was al het meest geprefereerde scherm, maar ondertussen geeft 51% van de correspondenten aan dat ze dat scherm het belangrijkst vinden. De Marez: 'We gebruiken dat ook niet langer uitsluitend voor sociale media, maar voor allerlei andere taken: om te winkelen, te betalen enzovoort.' Met technologie als grote troost in lockdowntijden valt het ook op dat Vlamingen nu positiever staan tegenover die technologie. De coronapandemie zorgde bij 38 procent van de Vlamingen voor een positievere attitude ten opzichte van digitale technologie, staat in het onderzoek. Zo'n 64 procent zegt dat technologie hun leven aangenamer maakte tijdens die lockdown, bij jongeren ligt dat zelfs op 81 procent. 'Mensen die vroeger twijfelden over technologie, geven technologie nu eerder het voordeel van de twijfel. Maar er blijven techparadoxen', zegt De Marez. Zo zijn er ook een hoop Vlamingen die achterlopen en geen toegang krijgen tot digitale technologie. En dat is in een jaar als het vorige, waarin zowel lessen als veel jobs naar de thuisvloer zijn verhuisd, een stevig probleem. 'In de metaforische race zijn er enkelen gelost', legt De Marez uit. 'Maar een reeks Vlamingen zijn ook op hun digitale adem getrapt. Die volgen nog wel maar daarvoor wordt het wat veel.' Zo zijn er de vijf procent die niet genoeg schermen in huis hadden, maar vier procent van de ondervraagden, vaak uit gezinnen met lage inkomens, geeft ook aan niet te beschikken over de nodige connectiviteit. 'Voor corona kon je bij buren of vrienden even online gaan. Maar nu lukt dat niet meer', aldus De Marez. Daarnaast zijn er ook de vaardigheden. '24% zegt te sukkelen om te doen wat ze moeten doen. Voor 26% lukt online shoppen niet zoals ze zouden willen. Dat zijn vooral ouderen, maar er is ook een deel van de jongeren die daar niet de vaardigheden toe hebben.' Denk dan bijvoorbeeld aan jongere mensen die wel perfect met sociale media omgaan, maar niet per se weten hoe ze digitaal kunnen solliciteren of hun belastingen in orde moeten brengen.In totaal voelt 80 procent zich niet klaar voor de technologie van de toekomst. Zo is er een grote groep Vlamingen die zich bezorgd tonen over aspecten als digitaal welzijn, fake news en privacy. 'Vlamingen maken zich zorgen over hun afhankelijkheid van sociale media. We weten ons daar geen goeie houding in te geven. Zeker wanneer werk en privé erg verweven geraken, is het een digitaal welzijnsprobleem', zegt De Marez. Daarnaast maken we ons ook zorgen om 'fake news'. 'Mensen zijn door corona zelf op zoek gegaan naar info. We zien bijvoorbeeld het gebruik van nieuwsapps met 34% stijgen. Tegelijk zijn we ons nog nooit zo bewust geweest van valse informatie.' Wil Vlaanderen een volgende stap zetten in digitalisering, dan moeten die vragen voor een deel beantwoord worden. En dan is er nog wat imec de 'data paradox' noemt. 'We hangen af van data, van technologie, maar we hebben nog nooit zo weinig vertrouwen gehad in wat techmerken doen met onze data', legt De Marez uit. We weten al langer dat grote techbedrijven als Google en Facebook allerlei gegevens over ons bijhouden, maar sinds de invoering van de GDPR en de constante pop-ups die daarbij horen, is ook het bewustzijn groter geworden dat er iets met die data gebeurt. 'Maar mensen zelf meer controle geven over wat er met hun data gebeurt, dat zien we nog niet. Als overheid moet je niet alleen een GDPR-verplichting opleggen aan bedrijven, maar ook de burger helpen om het heft in eigen hand te nemen. Burgers willen zelf hun schermtijd controleren, en ze willen ook zelf controle hebben over hun data.'Hoe doe je zoiets? De Marez geeft het voorbeeld van algoritmetransparantie, waarbij je klanten meer keuze geeft, bijvoorbeeld over welke algoritmes gebruikt worden om hun newsfeed te bedienen. 'Dat soort initiatieven kan helpen om burgers over die haat-liefde verhouding heen te krijgen', zegt hij.Daarnaast wordt er ook reikhalzend gekeken naar de mogelijkheden van Solid, de persoonlijke datakluis die door Tim Berners-Lee werd voorgesteld, en waar ook de Vlaamse regering plannen mee heeft. Zo zou er bijvoorbeeld een datanutsbedrijf kunnen komen voor burgers, waarmee ze zelf kunnen kiezen welke diensten en eventueel commerciële bedrijven toegang krijgen, in ruil voor wat. 'Ik geloof erg in Solid', zegt De Marez. 'Techbedrijven hebben nu een dictaat over wat er met je data gebeurt omdat zij die beheren. Solid is interessant omdat je die data teruggeeft aan de burger.' 'Vlaanderen wil voorop lopen in data-economie', zegt De Marez. 'De overheid wil inclusieve, digitale transformatie, ze willen alle burgers meekrijgen, maar je hebt 18% die in een digitale kloof zit en daarnaast nog een 60% van de Vlamingen die daar balanceert. Die hebben wel de vaardigheden, maar zoeken meer controle. Wil je hen mee krijgen, dan moet je hen eerst helpen om die paradoxen rond welzijn, rond vertrouwen en data onder controle te krijgen.'Imec onderzoekt sinds 2009 hoe Vlamingen media gebruiken. In de Digimeter houdt het onderzoekscentrum bij hoe Vlamingen zich voelen ten opzichte van technologie, welke toestellen we hebben en hoe we die gebruiken. Het 2020 rapport is gebaseerd op een enquête bij 2.981 Vlamingen van zestien of ouder, met zelfrapportering en ook het (vrijwillig) bijhouden van schermgebruik via een app.