Volgens het onderzoek afgenomen in het najaar van 2019 bij 2.754 Vlamingen (16+), een combinatie van veldwerk en monitoring via een app, heeft inmiddels 75 procent minstens drie slimme toestellen in bezit. Een jaar eerder was dat 68 procent. Twaalf procent van de Vlamingen heeft vijf slimme toestellen. Bijna iedereen is bovendien geconnecteerd: 98 procent heeft thuis toegang tot het internet. Drieëntachtig procent heeft digitale televisie in huis.

Meer dan negen op de tien Vlamingen hebben intussen een flatscreentelevisie. Voor bijna de helft van de Vlamingen is dat een smart-tv. De klassieke beeldbuis doofde vorig jaar uit: in 2018 registreerde imec nog 4 procent gebruikers, vorig jaar nul procent.

Met dank aan de senioren won vooral de smartphone aan belang. Het smartphonegebruik klokt af op een gemiddelde schermtijd van 2 uur en 28 minuten. Bij de 16-24-jarigen is dat 3.13 uur. Gemiddeld ontgrendelen we 75 keer per dag de smartphone. Van die schermtijd gaat een derde (49 minuten) naar sociale media en chat.

Vooral Instagram ging er vorig jaar op vooruit. Bij de Vlaming jonger dan 45 daalt/stagneert het Facebook-gebruik, maar over alle groepen heen is er nog winst. Het bedrijf Facebook, dus ook met Whatsapp en Instagram is de slokop, met 22 procent van de dagelijkse schermtijd (33 minuten).

Netflix, Spotify en andere mediaplatforms breken door

2019 was het jaar waarin verschillende mediaplatforms voldoende gebruikers hebben bereikt om definitief door te breken. In 2020 zou het voor die platforms wel eens snel kunnen gaan. Voor de doorbraak van nieuwigheden is de kritische massa de belangrijkste graadmeter: volgen na de voorlopers voldoende mensen zodat het een succes wordt, of volgt dat succes niet, blijft de kloof en wordt het een flop? Om succes te behalen is een kritische massa van 12 tot 15 procent belangrijk, legt professor Lieven De Marez van imec en UGent uit. 'Heel veel platforms zijn er net over of staan op het punt om over de kloof te gaan.'

Volgens het onderzoek afgenomen in het najaar van 2019 bij 2.754 Vlamingen (16+) is 40 procent al gebruiker van streamingplatform Netlix, en 31 procent betaalt er zelfs voor. Hier is het kantelpunt al duidelijk voorbij. Anderen kunnen volgen: 'De rise of the platforms zou in 2020 wel eens de accelaration of platforms kunnen worden. Het zou wel eens snel kunnen gaan in 2020.' Zo steeg in 2019 het aantal betalende gebruikers van online videotheek Netflix 11 procentpunten tot 31 procent, muziekstreamingplatforms, denk bijvoorbeeld aan Spotify, wonnen 8 punten tot 21 procent gebruikers.

Maar daar blijft het niet bij. Het consumeren van televisie via sociale media klokte af op 16 procent gebruikers, een verdubbeling. Ook de podcasts en de persoonlijke nieuwsapps, waarin de gebruiker zelf de nieuwsbronnen kiest, bereikten een kritische massa.

De markt is opengebroken en de gewoontes van de Vlaming zijn veranderd. Indien de Vlaamse spelers nog iets willen betekenen dan is 'het momentum niet morgen maar vandaag'. Netflix maakte hongerig, maar zal de honger naar Vlaamse content zelf niet kunnen stillen, heet dat.

Hier heeft de actualiteit inmiddels het rapport ingehaald: vorige week kondigden telecombedrijf Telenet en mediaspeler DPG Media (onder meer VTM en Q2) aan dat ze samenwerken aan een 'Vlaamse Netflix', die in het najaar operationeel moet zijn. 'Een heel juiste en wijze beslissing van DPG en Telenet', zegt professor De Marez daarover. Hij verwijst daarbij naar de cijfers: zowel het gebruik van videostreamplatforms als van websites en apps van zenders en providers nam fors toe. Zo kwam het onderzoek uit op 53 procent gebruikers uit die maandelijks videocontent bekijkt via die sites en apps van zenders en providers (2018: 33 procent). En een pure Vlaamse Netflix, dus zonder bijvoorbeeld de internationale content van Telenets SBS-zenders (VIER, VIJF), zou niet rendabel zijn omdat voor slechts 8 procent Vlaamse content een hoofdcriterium is.

Voor Netflix dreigt wel kannibalisatie: het bedrijf brak de markt open, maar surfen anderen mee? Zo is een kwart van de Vlaamse Netflixers sterk geïnteresseerd in het toekomstige platform van Disney en de helft van hen overweegt zelfs het Netflixabonnement daarvoor op te zeggen.

Schuilt er tot slot een risico voor cord cutting of 'kabelknippers', consumenten die pakweg geen kabelabonnement nemen en enkel nog apps gebruiken? Dat risico wil De Marez temperen. 'Niet dramatiseren, maar ook niet negeren', zegt hij. Het stelt momenteel niet zoveel voor: bij het onderzoek 2019 heeft 6 procent enkel streamingdiensten (tegenover 5 procent in 2018) - 48 procent heeft enkel digitale televisie, 39 procent beide. De Vlaming cumuleert nieuwe met oude media. Bovendien anticipeert de Vlaamse Netflix ook op de groep die in aanmerking komt om de kabel door te knippen, de jongeren die alleen gaan wonen maar geen televisieabonnement meer nemen.

In 2018 was het aantal Vlamingen dat dagelijks live televisie kijkt al gedaald tot onder de helft. In het nieuwste rapport is er een verdere daling van het aantal dagelijkse lineaire kijkers tot 47 procent.

Volgens het onderzoek afgenomen in het najaar van 2019 bij 2.754 Vlamingen (16+), een combinatie van veldwerk en monitoring via een app, heeft inmiddels 75 procent minstens drie slimme toestellen in bezit. Een jaar eerder was dat 68 procent. Twaalf procent van de Vlamingen heeft vijf slimme toestellen. Bijna iedereen is bovendien geconnecteerd: 98 procent heeft thuis toegang tot het internet. Drieëntachtig procent heeft digitale televisie in huis. Meer dan negen op de tien Vlamingen hebben intussen een flatscreentelevisie. Voor bijna de helft van de Vlamingen is dat een smart-tv. De klassieke beeldbuis doofde vorig jaar uit: in 2018 registreerde imec nog 4 procent gebruikers, vorig jaar nul procent. Met dank aan de senioren won vooral de smartphone aan belang. Het smartphonegebruik klokt af op een gemiddelde schermtijd van 2 uur en 28 minuten. Bij de 16-24-jarigen is dat 3.13 uur. Gemiddeld ontgrendelen we 75 keer per dag de smartphone. Van die schermtijd gaat een derde (49 minuten) naar sociale media en chat. Vooral Instagram ging er vorig jaar op vooruit. Bij de Vlaming jonger dan 45 daalt/stagneert het Facebook-gebruik, maar over alle groepen heen is er nog winst. Het bedrijf Facebook, dus ook met Whatsapp en Instagram is de slokop, met 22 procent van de dagelijkse schermtijd (33 minuten). 2019 was het jaar waarin verschillende mediaplatforms voldoende gebruikers hebben bereikt om definitief door te breken. In 2020 zou het voor die platforms wel eens snel kunnen gaan. Voor de doorbraak van nieuwigheden is de kritische massa de belangrijkste graadmeter: volgen na de voorlopers voldoende mensen zodat het een succes wordt, of volgt dat succes niet, blijft de kloof en wordt het een flop? Om succes te behalen is een kritische massa van 12 tot 15 procent belangrijk, legt professor Lieven De Marez van imec en UGent uit. 'Heel veel platforms zijn er net over of staan op het punt om over de kloof te gaan.' Volgens het onderzoek afgenomen in het najaar van 2019 bij 2.754 Vlamingen (16+) is 40 procent al gebruiker van streamingplatform Netlix, en 31 procent betaalt er zelfs voor. Hier is het kantelpunt al duidelijk voorbij. Anderen kunnen volgen: 'De rise of the platforms zou in 2020 wel eens de accelaration of platforms kunnen worden. Het zou wel eens snel kunnen gaan in 2020.' Zo steeg in 2019 het aantal betalende gebruikers van online videotheek Netflix 11 procentpunten tot 31 procent, muziekstreamingplatforms, denk bijvoorbeeld aan Spotify, wonnen 8 punten tot 21 procent gebruikers. Maar daar blijft het niet bij. Het consumeren van televisie via sociale media klokte af op 16 procent gebruikers, een verdubbeling. Ook de podcasts en de persoonlijke nieuwsapps, waarin de gebruiker zelf de nieuwsbronnen kiest, bereikten een kritische massa. De markt is opengebroken en de gewoontes van de Vlaming zijn veranderd. Indien de Vlaamse spelers nog iets willen betekenen dan is 'het momentum niet morgen maar vandaag'. Netflix maakte hongerig, maar zal de honger naar Vlaamse content zelf niet kunnen stillen, heet dat. Hier heeft de actualiteit inmiddels het rapport ingehaald: vorige week kondigden telecombedrijf Telenet en mediaspeler DPG Media (onder meer VTM en Q2) aan dat ze samenwerken aan een 'Vlaamse Netflix', die in het najaar operationeel moet zijn. 'Een heel juiste en wijze beslissing van DPG en Telenet', zegt professor De Marez daarover. Hij verwijst daarbij naar de cijfers: zowel het gebruik van videostreamplatforms als van websites en apps van zenders en providers nam fors toe. Zo kwam het onderzoek uit op 53 procent gebruikers uit die maandelijks videocontent bekijkt via die sites en apps van zenders en providers (2018: 33 procent). En een pure Vlaamse Netflix, dus zonder bijvoorbeeld de internationale content van Telenets SBS-zenders (VIER, VIJF), zou niet rendabel zijn omdat voor slechts 8 procent Vlaamse content een hoofdcriterium is. Voor Netflix dreigt wel kannibalisatie: het bedrijf brak de markt open, maar surfen anderen mee? Zo is een kwart van de Vlaamse Netflixers sterk geïnteresseerd in het toekomstige platform van Disney en de helft van hen overweegt zelfs het Netflixabonnement daarvoor op te zeggen. Schuilt er tot slot een risico voor cord cutting of 'kabelknippers', consumenten die pakweg geen kabelabonnement nemen en enkel nog apps gebruiken? Dat risico wil De Marez temperen. 'Niet dramatiseren, maar ook niet negeren', zegt hij. Het stelt momenteel niet zoveel voor: bij het onderzoek 2019 heeft 6 procent enkel streamingdiensten (tegenover 5 procent in 2018) - 48 procent heeft enkel digitale televisie, 39 procent beide. De Vlaming cumuleert nieuwe met oude media. Bovendien anticipeert de Vlaamse Netflix ook op de groep die in aanmerking komt om de kabel door te knippen, de jongeren die alleen gaan wonen maar geen televisieabonnement meer nemen. In 2018 was het aantal Vlamingen dat dagelijks live televisie kijkt al gedaald tot onder de helft. In het nieuwste rapport is er een verdere daling van het aantal dagelijkse lineaire kijkers tot 47 procent.