"Wist je dat onze steden 20 jaar geleden vol lagen met hondenstront?", steekt Jan Adriaenssens van wal. Hij is directeur van het City of Things-programma bij imec, dat zich focust op smart cities. "En dat hebben we opgelost zonder technologie te gebruiken. We hebben mensen simpelweg opgevoed. Niettemin zijn er vandaag een heel aantal dingen die we als vanzelfsprekend beschouwen, maar waarbij technologie kan helpen. Denk maar aan vertragingen bij het openbaar vervoer of vuilnis in de stad. Dat soort problemen kunnen we oplossen met technologie."

Adriaenssens heeft het over smart cities, een mogelijk inzetgebied van 5G, maar ook een term die soms onduidelijkheid schept. "Er zijn heel veel definities van wat smart cities zijn", zucht Adriaenssens. "Maar voor mij gaat het over de inzet van technologie in het publieke domein om vraaggedreven dingen te doen." Nog steeds een vrij brede definitie. In essentie verwijst het gewoon naar het gebruik van digitale technologie door steden en gemeenten.

Het stereotiepe voorbeeld van een smart city-project is bijvoorbeeld om sensoren te installeren in vuilnisbakken zodat de afhaaldiensten exact weten wanneer ze vol zitten. "Maar er zijn ook een reeks andere toepassingen", stelt Adriaenssens. "Denk maar aan het gebruik van drones bij hulpverlening." Het kan ook gaan over modellen die kijken hoe mensen rondwandelen in de stad, het inzetten van slimme verkeerslichten om het verkeer beter te doen lopen of het gebruiken van sensoren om waterniveaus te meten. En daar kan 5G een rol in spelen.

Het nieuwe netwerk zou bijvoorbeeld ideaal zijn om drones voor hulpdiensten te ondersteunen. Zulke drones hebben namelijk een lage latency en hoge datasnelheden nodig, zodat ze in realtime beelden kunnen doorsturen. Maar tegelijk moet het netwerk erg betrouwbaar zijn, en niet uitvallen wanneer het onder druk staat, wanneer bijvoorbeeld heel wat mensen beginnen te bellen of video's door te sturen na een ramp. 5G kan dat bijvoorbeeld oplossen door aan network slicing te doen, en een extra betrouwbare slice te geven aan de hulpdiensten.

"Het doel is steeds om een stad beter te maken"

Network slicing heeft ook een reeks andere voordelen voor steden. In Lucca, een middeleeuws stadje in Italië, bouwde het stadsbestuur zelf een eigen telecomnetwerk uit binnen het Europese project 5GCity. Het was voor operatoren namelijk moeilijk om antennes te bouwen in het stadscentrum, omwille van de historische gebouwen, en tijdens piekperiodes zorgde dat voor problemen met de verbinding. Daarom legde de stad zelf antennes aan en verhuurde die aan de operatoren. Elke operator kon zo een eigen slice bekomen.

De stad Lucca hield daarnaast ook een slice voor zichzelf, en gebruikte die om smart camera's te verbinden. Met die camera's hield de stad vuilnisbakken in de gaten, en stuurden ze automatisch een team eropaf wanneer er te veel vuilnis in zat. Niettemin is niet elke smart city-toepassing geschikt voor 5G. "Sensoren die weinig energie en lage connectiviteit nodig hebben zijn minder het terrein van 5G. Als we sensoren in een ruraal gebied zoals de Westhoek installeren om het waterniveau te meten, doen we dat niet met 5G, maar kijken we eerder naar netwerken zoals Sigfox, LoRa of narrowband IoT", stelt Adriaenssens, verwijzend naar andere netwerken die doorgaans voor sensoren gebruikt worden."Data-intensieve toepassingen zoals video, of gebieden zoals mobiliteit en drones, halen dan weer wel nut uit 5G."

5G moet steeds concurreren met andere netwerken. Voor sensoren zijn er bijvoorbeeld een reeks alternatieven die een lage intensiteit van connectiviteit bieden, zoals Sigfox en LoRa. Die netwerken zenden misschien maar één keer per uur informatie uit, maar verbruiken tegelijk erg weinig energie. Belangrijk, want als je duizenden sensoren inzet in een regio of stad, wil je niet constant batterijen vervangen. 5G is dan nuttiger voor de heel intensieve applicaties, waar er veel data moeten verstuurd worden, of waar er enorme hoeveelheden sensoren bestaan in een klein gebied. "Het doel is steeds om een stad beter te maken", besluit Adriaenssens. "We vertrekken dus altijd van de noden van burgers, en kijken dan pas welke technologie daar het beste bij past. We zullen dus met 5G experimenteren, maar de gebruiker komt altijd eerst. Als er een toepassing is die geen 5G nodig heeft, dan zullen we het ook niet gebruiken."

5G van Tom Cassauwers is een uitgave van Pelckmans Pro, en ligt volgende week in de winkel.

Het boek kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek. Info: www.fondspascaldecroos.org

"Wist je dat onze steden 20 jaar geleden vol lagen met hondenstront?", steekt Jan Adriaenssens van wal. Hij is directeur van het City of Things-programma bij imec, dat zich focust op smart cities. "En dat hebben we opgelost zonder technologie te gebruiken. We hebben mensen simpelweg opgevoed. Niettemin zijn er vandaag een heel aantal dingen die we als vanzelfsprekend beschouwen, maar waarbij technologie kan helpen. Denk maar aan vertragingen bij het openbaar vervoer of vuilnis in de stad. Dat soort problemen kunnen we oplossen met technologie." Adriaenssens heeft het over smart cities, een mogelijk inzetgebied van 5G, maar ook een term die soms onduidelijkheid schept. "Er zijn heel veel definities van wat smart cities zijn", zucht Adriaenssens. "Maar voor mij gaat het over de inzet van technologie in het publieke domein om vraaggedreven dingen te doen." Nog steeds een vrij brede definitie. In essentie verwijst het gewoon naar het gebruik van digitale technologie door steden en gemeenten.Het stereotiepe voorbeeld van een smart city-project is bijvoorbeeld om sensoren te installeren in vuilnisbakken zodat de afhaaldiensten exact weten wanneer ze vol zitten. "Maar er zijn ook een reeks andere toepassingen", stelt Adriaenssens. "Denk maar aan het gebruik van drones bij hulpverlening." Het kan ook gaan over modellen die kijken hoe mensen rondwandelen in de stad, het inzetten van slimme verkeerslichten om het verkeer beter te doen lopen of het gebruiken van sensoren om waterniveaus te meten. En daar kan 5G een rol in spelen.Het nieuwe netwerk zou bijvoorbeeld ideaal zijn om drones voor hulpdiensten te ondersteunen. Zulke drones hebben namelijk een lage latency en hoge datasnelheden nodig, zodat ze in realtime beelden kunnen doorsturen. Maar tegelijk moet het netwerk erg betrouwbaar zijn, en niet uitvallen wanneer het onder druk staat, wanneer bijvoorbeeld heel wat mensen beginnen te bellen of video's door te sturen na een ramp. 5G kan dat bijvoorbeeld oplossen door aan network slicing te doen, en een extra betrouwbare slice te geven aan de hulpdiensten.Network slicing heeft ook een reeks andere voordelen voor steden. In Lucca, een middeleeuws stadje in Italië, bouwde het stadsbestuur zelf een eigen telecomnetwerk uit binnen het Europese project 5GCity. Het was voor operatoren namelijk moeilijk om antennes te bouwen in het stadscentrum, omwille van de historische gebouwen, en tijdens piekperiodes zorgde dat voor problemen met de verbinding. Daarom legde de stad zelf antennes aan en verhuurde die aan de operatoren. Elke operator kon zo een eigen slice bekomen. De stad Lucca hield daarnaast ook een slice voor zichzelf, en gebruikte die om smart camera's te verbinden. Met die camera's hield de stad vuilnisbakken in de gaten, en stuurden ze automatisch een team eropaf wanneer er te veel vuilnis in zat. Niettemin is niet elke smart city-toepassing geschikt voor 5G. "Sensoren die weinig energie en lage connectiviteit nodig hebben zijn minder het terrein van 5G. Als we sensoren in een ruraal gebied zoals de Westhoek installeren om het waterniveau te meten, doen we dat niet met 5G, maar kijken we eerder naar netwerken zoals Sigfox, LoRa of narrowband IoT", stelt Adriaenssens, verwijzend naar andere netwerken die doorgaans voor sensoren gebruikt worden."Data-intensieve toepassingen zoals video, of gebieden zoals mobiliteit en drones, halen dan weer wel nut uit 5G."5G moet steeds concurreren met andere netwerken. Voor sensoren zijn er bijvoorbeeld een reeks alternatieven die een lage intensiteit van connectiviteit bieden, zoals Sigfox en LoRa. Die netwerken zenden misschien maar één keer per uur informatie uit, maar verbruiken tegelijk erg weinig energie. Belangrijk, want als je duizenden sensoren inzet in een regio of stad, wil je niet constant batterijen vervangen. 5G is dan nuttiger voor de heel intensieve applicaties, waar er veel data moeten verstuurd worden, of waar er enorme hoeveelheden sensoren bestaan in een klein gebied. "Het doel is steeds om een stad beter te maken", besluit Adriaenssens. "We vertrekken dus altijd van de noden van burgers, en kijken dan pas welke technologie daar het beste bij past. We zullen dus met 5G experimenteren, maar de gebruiker komt altijd eerst. Als er een toepassing is die geen 5G nodig heeft, dan zullen we het ook niet gebruiken."