Facebook, dat al een tijdje belooft dat het meer zal doen aan inmenging, beïnvloeding en haatdragende boodschappen op zijn platform, heeft bijzonder veel moeite om de complexiteit van de wereldpolitiek bij te houden. Dat schrijft de krant The New York Times op basis van enkele van de gidsen die Facebook aan zijn moderatoren geeft.

Het zijn die gidsen, in veel gevallen chaotische PowerPoint presentaties, die de 15.000 moderatoren gebruiken om onder meer te beslissen of postjes haatberichten zijn, en al dan niet van het platform moeten worden geschrobd. Volgens het artikel moeten die gidsen soms erg complexe politieke en maatschappelijke situaties herleiden tot simpele ja-nee-regels.

De gidsen zijn volgens experten echter onvolledig, en in bepaalde gevallen onjuist of verouderd. Het artikel geef het voorbeeld van een administratieve fout die ervoor zorgde dat een extremistische groep kon blijven posten in Myanmar. Een document met regels voor de bijzonder complexe situatie in de Balkan lijst dan weer Ratko Mladic op als 'op de vlucht'. De toch vrij bekende Bosnische oorlogsmisdadiger werd in 2011 gearresteerd.

Daar komt bij dat Facebook veel van zijn moderering outsourcet, en dat moderatoren zich vaak moeten beroepen op Google Translate om te weten wat er in een post staat. Dan wordt het best lastig om te beslissen of iets een haatbericht is, dan wel sarcasme.

Politieke regulator

Het artikel komt er nadat een Facebook-medewerker 1.400 pagina's van die gidsen lekte aan de krant, naar eigen zeggen uit vrees voor de invloed die het platform uitoefent op de wereldwijde politieke meningsuiting. "In een poging om zijn zelfgemaakte problemen op te lossen [ ...], is Facebook een van 's werelds meest machtige politieke regulatoren geworden," aldus het NY Times verhaal.

Als een organisatie bijvoorbeeld als 'haatorganisatie' wordt opgelijst bij Facebook, is het gebruikers verboden die organisatie te prijzen, op een platform dat wordt gebruikt door twee miljard mensen. "Facebooks rol is zo hegemonisch, zo monopolistisch geworden dat het een macht op zich is", zegt Balkan-experte Jasmin Mujanovic aan de krant. "Geen enkele entiteit, zeker geen commercieel bedrijf zoals Facebook, zou dat soort macht mogen hebben om het openbare debat te beïnvloeden."

In Pakistan gaf Facebook bijvoorbeeld vlak voor de verkiezingen een document uit van veertig pagina's waarin het uitlegde hoe moderatoren moesten omgaan met politieke partijen. Daarbij moesten bepaalde partijen strenger worden behandeld dan anderen. Het document zou een stevige invloed kunnen hebben gehad op de conversaties rond die verkiezingen, maar Pakistani's zelf hebben het nooit onder ogen gekregen.

De moderatieregels van Facebook lijken bovendien een voorkeur te geven aan manieren om het platform zelf te beschermen tegen boetes en extra regulering. Zo zou het strenger optreden in Duitsland, waar er veel overheidscontrole is op bijvoorbeeld haatberichten, dan in landen die daar wat lakser mee omgaan. "De beslissingen lopen vaak in lijn met overheden, die Facebook kunnen beboeten of reguleren," aldus het artikel.