Wie professioneel drone-piloot wil worden, moet medisch, theoretisch en praktisch examen afleggen

© Belga

Wie met een drone voor commercieel gebruik wil vliegen, zal een medisch en een theoretisch examen moeten afleggen en een praktische test moeten doen. Dat staat in het koninklijk besluit van Mobiliteitsminister Jacqueline Galant (MR), dat het privé- en commercieel gebruik van drones regelt.

België wordt het twintigste Europese land dat wetgeving over het privé- en commercieel gebruik van drones uitwerkt, zegt Galant. ‘Ik ben mij ervan bewust dat de sector continu evolueert en dat België mee moet zijn met deze evolutie.’

Voor het privégebruik van drones – op privédomein, tot op een hoogte van 30 meter – hebben piloten geen licentie nodig. Voor professioneel gebruik zullen kandidaat-dronespiloten een medisch examen moeten afleggen en kunnen aantonen dat ze een toereikende theoretische kennis hebben van de luchtvaartwereld. Van de kandidaten zal ook een praktische test worden afgenomen. Om daarna hun licentie te behouden, zullen de piloten minimum 2 uur per jaar (6 vluchten) moeten vliegen.

De professionele activiteiten worden in twee categorieën ingedeeld, op basis van hun risicograad. Er kunnen algemene toelatingen worden opgesteld, maar activiteiten die bepaalde goederen of personen in gevaar zouden kunnen brengen (zoals bij het overvliegen van een menigte) worden als ‘hoog risico’ bestempeld. Die zullen geval per geval afgehandeld worden door het directoraat-generaal Luchtvaart. Sowieso zullen professionele drones duidelijk moeten worden ingeschreven en geïdentificeerd.

De toegelaten maximale hoogte is vastgelegd op 300 voet (ongeveer 90 meter). Dit ‘garandeert de veiligheid van de bemande vluchten en biedt tegelijkertijd aan de drones de mogelijkheid om zowat 90 procent van de in het vooruitzicht gestelde opdrachten uit te voeren’, zegt Galant. Voor speciale opdrachten blijft het mogelijk een afwijking te vragen op de toegelaten vlieghoogte.

(Belga/MI)

Partner Content