U bent burgerlijk ingenieur met een specialisatie in nanotechnologie, en ontwerpster van schoenen. Hoe komt u erbij om die twee te combineren?

Katrien Herdewyn: Elegnano is een passieproject. Ik was al van kleins af aan geboeid door schoenen. Mijn droomberoep was schoenverkoopster. Dat is er na verloop van tijd wat uitgegaan. Je hebt weinig musea of boeken over schoendesign, waardoor dat wat bleef liggen, en als je dan niet van thuis uit in die wereld zit, ga je andere dingen doen. Mijn ouders zijn apotheker dus was het een logische keuze om ook in die wetenschappelijke richting te gaan. Ik ben dan burgerlijk ingenieur geworden, maar ik wist niet echt wat ik met dat diploma zou doen. Ik wist niet of ik in dat beroep zou passen. Toen ik afstudeerde kreeg ik een doctoraatsbeurs aangeboden die ik heb aangenomen, omdat het onderwerp mij boeide. Ik heb vier jaar wetenschappelijk onderzoek in nanotechnologie gedaan terwijl ik 's avonds en in het weekend een opleiding schoenontwerpen volgde. Ik zat dus constant in die twee werelden: overdag was ik bezig in het lab met nanotechnologie en 's avonds ging ik met de hand schoenen maken.

Schoenen zijn nog altijd min of meer hetzelfde als honderd jaar geleden, terwijl nanotechnologie honderd jaar geleden nog niet bestond in die vorm

Geeft die combinatie een andere kijk op het vak?

Herdewyn: Als ingenieur was het voor mij vreemd om te zien hoe weinig evolutie er in schoenontwerp is. Schoenen zijn nog altijd min of meer hetzelfde als honderd jaar geleden. Ondertussen was ik overdag bezig met een studie die honderd jaar geleden nog niet bestond. De concepten van nanotechnologie bestonden al wel, maar ze werden zo niet genoemd of bestudeerd. Dat vormde voor mij een interessant contrast. Dus het kwam ook naar boven om die ingenieurskennis daar in zetten. Je zag al snel dat die wetenschap in mijn eigen ontwerpen begon binnen te dringen. Als ik een hak ontwierp begon ik te berekenen hoe dun die kon zijn of welke hoek die moest hebben om toch nog het gewicht juist te verdelen. Tijdens die vier jaar heb ik ook aan een wedstrijd van Vogue meegedaan waar ik een van de finalisten was. Daaruit bleek wel dat er interesse was om die twee werelden te integreren. Dus dacht ik 'dat kan wel werken', en heb ik een businessplan geschreven. Het was op dat moment, net na mijn afstuderen als schoenontwerpster, ook het juiste moment om dat te doen. Ik had nog geen job of kinderen. Moest het mis gaan, dan waren er weinig verplichtingen die daaronder konden lijden.

Een eigen bedrijf starten blijft hoe dan ook een grote stap. Was het moeilijk om die te nemen?

Herdewyn: Ik ben wel iemand die er gewoon voor gaat, eens een beslissing genomen is. Dus zodra ik besloot om Elegnano te starten, ben ik het ook gewoon gaan doen. Dan moet er een businessplan zijn en moet je zien dat het geld er komt.

Maar die beslissing is er niet van de ene dag op de andere gekomen. Ik was er al wel vier jaar mee bezig. Het idee had zich langzaam gevormd en had ik ook al getest, ik was al naar allerlei modebeurzen gegaan en had contacten gelegd zodat ik niet helemaal van nul moest beginnen. Maar ik stond er wel achter. Het zat in mij om het te doen. Ik wilde het proberen, ook al vanuit de insteek: 'wat is het ergste dat er kan gebeuren?'

Was het toen al het plan om internationaal te gaan?

Herdewyn: Van bij het begin wist ik dat het ontwerp niet heel Belgisch is. De doorsnee Belgische vrouw gaat niet voor de felle kleurtjes en stiletto's die in veel modellen van mijn collecties terugkomen. Dat is populairder in het Midden-Oosten, Azië en Zuid-Europa. We zijn dan ook gelanceerd op de modeweek in Milaan. Het was nooit mijn bedoeling om schoenen te maken die in elke schoenwinkel in België te vinden zijn. We zijn van bij het begin online gegaan, en internationaal.

Wat is er speciaal aan die schoenen?

Herdewyn: We gebruiken het lotus-effect. Dat is een bekend principe uit de fysica dat je ook in de natuur vindt. Je ziet daar verschillende manieren om water af te stoten, bijvoorbeeld bij vlinders of haaien, maar ook de lotusbloem doet dat. Het blad van die bloem is zacht en egaal maar als je op nano-niveau gaat kijken, zie je allemaal heel kleine paaltjes die op dat oppervlak staan. Water dat daarop terechtkomt vormt een bol die er weer afrolt, in plaats van in het blad te dringen. Wij hebben dat effect nagebootst op de vezels van het leer zelf. Daar zetten we miniatuurpaaltjes op, die ver genoeg van elkaar staan dat het leer kan ademen en flexibel blijft, maar dicht genoeg dat het water er niet in dringt. Zo wordt dat leer ook minder gevoelig voor slijtage.

© GERT HUYGAERTS

We gebruiken nanotechnologie dus als extra stap in leerlooiproces om ervoor te zorgen dat de schoenen water en vuil afstoten en langer meegaan. Mijn idee was in het begin vooral om dat te gebruiken voor schoenen in felle kleurtjes, waar je niet meteen schoensmeer voor vindt. Ik wilde die makkelijker maken in het onderhoud, zodat je ze ook vaker gaat dragen. Ik merkte dat bij mezelf, dat ik mijn mooiste schoenen soms niet durfde te dragen. Schoenen waarvoor je veel betaalt, doe je vaak minder aan omdat je je zorgen maakt dat er iets mee gebeurt. Met deze technologie willen we er eigenlijk voor zorgen dat mensen ze altijd durven dragen.

We bellen u in San Francisco. Wat brengt u daar?

Herdewyn: Ik geef advies aan bedrijven die technologie met design willen combineren. Designers kijken vaak in de eerste plaats naar hoe mooi iets is, hoe staat het op mijn gezicht of mijn lichaam, terwijl ingenieurs meer functioneel kijken en zich misschien iets minder aantrekken van het visuele. Omdat ik zelf in die twee werelden zit, vorm ik een brug om ze te helpen samen te werken. Ik spring tussen die twee groepen die mekaar niet altijd goed verstaan en help om dat beter te laten verlopen. Een van mijn klanten hier werkt bijvoorbeeld op architecturaal glas dat van kleur kan veranderen. Ik heb ook al met augmented reality en 3D printing gewerkt.

Met deze technologie willen we er eigenlijk voor zorgen dat mensen hun schoenen altijd durven dragen

Er zijn ondertussen redelijk wat campagnes om meer meisjes in STEM-richtingen te krijgen. Wat is uw perspectief daarop, als iemand die een 'vrouwelijke' sector als mode combineert met wetenschap?

Herdewyn: De belangrijkste reden dat er meer meisjes in STEM moeten komen, is voor mij dat producten en diensten dat perspectief nodig hebben. Ik heb er zelf langer over gedaan om mannenschoenen te ontwerpen, bijvoorbeeld. Bij vrouwenschoenen wist ik wat de problemen waren en hoe ik dat wilde aanpakken, maar voor mannenschoenen moest ik veel meer onderzoek doen. Dat zie je te weinig in technologie. Veel producten worden door een erg homogene groep van blanke mannen ontworpen, waarbij er geen of weinig aandacht wordt geschonken aan de diversiteit van het uiteindelijke doelpubliek - dat vaak voor de helft uit vrouwen bestaat.

Ik denk wel dat campagnes daar nut hebben. Het is uiteindelijk een wiskundig probleem. Als je meer vrouwen wilt overhouden aan het einde, dan moet je er veel binnenbrengen in het begin. En er zijn al weinig meisjes die in STEM-richtingen starten, de instroom is al klein, en dan vallen er nog af.

Daarom moet je ook jong beginnen met meisjes te stimuleren voor STEM te kiezen. Ik denk dat meisjes vaak afhaken omdat ze denken dat ze het niet kunnen als het niet meteen perfect is. Jongens gaan vaak beter om met falen. Ik krijg soms mailtjes van meisjes die de studie Burgerlijk Ingenieur niet aandurven omdat de richting bekend staat als moeilijk. Ze volgden het maximum aantal uren wiskunde en wetenschappen op school, maar missen die zelfzekerheid.

Het jammerlijke feit is bovendien dat veel vrouwen er uitstappen. Ik heb het zelf een beetje gedaan, maar ik zie ook bij vriendinnen dat ze op termijn vaak op zoek zijn naar een job in een wereld die iets minder op mannen georiënteerd is. Daar is dus zeker ook nog wel werk aan. Vrouwen voelen vaak dat ze zich altijd opnieuw dubbel zo hard moeten bewijzen en zich tegen hun natuur mannelijker moeten gedragen om gehoord te worden.

U bent ondertussen zes jaar met Elegnano bezig, hoe ziet de toekomst eruit?

Herdewyn: De pandemie heeft natuurlijk mijn plannen wat in de war gestuurd. Er zitten wel nieuwe ontwerpen in de pijplijn maar omdat we een permanente collectie hebben van bestaande modellen die jaar na jaar beschikbaar blijven, leek het me niet opportuun om die nieuwe ontwerpen in deze periode te lanceren. Ik wacht daarvoor liever tot we terug meer buiten kunnen komen. Ik heb zeker nog een pak ideeën, voor collecties en ook nieuwe technologieën.

U bent burgerlijk ingenieur met een specialisatie in nanotechnologie, en ontwerpster van schoenen. Hoe komt u erbij om die twee te combineren? Katrien Herdewyn: Elegnano is een passieproject. Ik was al van kleins af aan geboeid door schoenen. Mijn droomberoep was schoenverkoopster. Dat is er na verloop van tijd wat uitgegaan. Je hebt weinig musea of boeken over schoendesign, waardoor dat wat bleef liggen, en als je dan niet van thuis uit in die wereld zit, ga je andere dingen doen. Mijn ouders zijn apotheker dus was het een logische keuze om ook in die wetenschappelijke richting te gaan. Ik ben dan burgerlijk ingenieur geworden, maar ik wist niet echt wat ik met dat diploma zou doen. Ik wist niet of ik in dat beroep zou passen. Toen ik afstudeerde kreeg ik een doctoraatsbeurs aangeboden die ik heb aangenomen, omdat het onderwerp mij boeide. Ik heb vier jaar wetenschappelijk onderzoek in nanotechnologie gedaan terwijl ik 's avonds en in het weekend een opleiding schoenontwerpen volgde. Ik zat dus constant in die twee werelden: overdag was ik bezig in het lab met nanotechnologie en 's avonds ging ik met de hand schoenen maken. Geeft die combinatie een andere kijk op het vak? Herdewyn: Als ingenieur was het voor mij vreemd om te zien hoe weinig evolutie er in schoenontwerp is. Schoenen zijn nog altijd min of meer hetzelfde als honderd jaar geleden. Ondertussen was ik overdag bezig met een studie die honderd jaar geleden nog niet bestond. De concepten van nanotechnologie bestonden al wel, maar ze werden zo niet genoemd of bestudeerd. Dat vormde voor mij een interessant contrast. Dus het kwam ook naar boven om die ingenieurskennis daar in zetten. Je zag al snel dat die wetenschap in mijn eigen ontwerpen begon binnen te dringen. Als ik een hak ontwierp begon ik te berekenen hoe dun die kon zijn of welke hoek die moest hebben om toch nog het gewicht juist te verdelen. Tijdens die vier jaar heb ik ook aan een wedstrijd van Vogue meegedaan waar ik een van de finalisten was. Daaruit bleek wel dat er interesse was om die twee werelden te integreren. Dus dacht ik 'dat kan wel werken', en heb ik een businessplan geschreven. Het was op dat moment, net na mijn afstuderen als schoenontwerpster, ook het juiste moment om dat te doen. Ik had nog geen job of kinderen. Moest het mis gaan, dan waren er weinig verplichtingen die daaronder konden lijden. Een eigen bedrijf starten blijft hoe dan ook een grote stap. Was het moeilijk om die te nemen? Herdewyn: Ik ben wel iemand die er gewoon voor gaat, eens een beslissing genomen is. Dus zodra ik besloot om Elegnano te starten, ben ik het ook gewoon gaan doen. Dan moet er een businessplan zijn en moet je zien dat het geld er komt. Maar die beslissing is er niet van de ene dag op de andere gekomen. Ik was er al wel vier jaar mee bezig. Het idee had zich langzaam gevormd en had ik ook al getest, ik was al naar allerlei modebeurzen gegaan en had contacten gelegd zodat ik niet helemaal van nul moest beginnen. Maar ik stond er wel achter. Het zat in mij om het te doen. Ik wilde het proberen, ook al vanuit de insteek: 'wat is het ergste dat er kan gebeuren?' Was het toen al het plan om internationaal te gaan? Herdewyn: Van bij het begin wist ik dat het ontwerp niet heel Belgisch is. De doorsnee Belgische vrouw gaat niet voor de felle kleurtjes en stiletto's die in veel modellen van mijn collecties terugkomen. Dat is populairder in het Midden-Oosten, Azië en Zuid-Europa. We zijn dan ook gelanceerd op de modeweek in Milaan. Het was nooit mijn bedoeling om schoenen te maken die in elke schoenwinkel in België te vinden zijn. We zijn van bij het begin online gegaan, en internationaal. Wat is er speciaal aan die schoenen? Herdewyn: We gebruiken het lotus-effect. Dat is een bekend principe uit de fysica dat je ook in de natuur vindt. Je ziet daar verschillende manieren om water af te stoten, bijvoorbeeld bij vlinders of haaien, maar ook de lotusbloem doet dat. Het blad van die bloem is zacht en egaal maar als je op nano-niveau gaat kijken, zie je allemaal heel kleine paaltjes die op dat oppervlak staan. Water dat daarop terechtkomt vormt een bol die er weer afrolt, in plaats van in het blad te dringen. Wij hebben dat effect nagebootst op de vezels van het leer zelf. Daar zetten we miniatuurpaaltjes op, die ver genoeg van elkaar staan dat het leer kan ademen en flexibel blijft, maar dicht genoeg dat het water er niet in dringt. Zo wordt dat leer ook minder gevoelig voor slijtage. We gebruiken nanotechnologie dus als extra stap in leerlooiproces om ervoor te zorgen dat de schoenen water en vuil afstoten en langer meegaan. Mijn idee was in het begin vooral om dat te gebruiken voor schoenen in felle kleurtjes, waar je niet meteen schoensmeer voor vindt. Ik wilde die makkelijker maken in het onderhoud, zodat je ze ook vaker gaat dragen. Ik merkte dat bij mezelf, dat ik mijn mooiste schoenen soms niet durfde te dragen. Schoenen waarvoor je veel betaalt, doe je vaak minder aan omdat je je zorgen maakt dat er iets mee gebeurt. Met deze technologie willen we er eigenlijk voor zorgen dat mensen ze altijd durven dragen. We bellen u in San Francisco. Wat brengt u daar? Herdewyn: Ik geef advies aan bedrijven die technologie met design willen combineren. Designers kijken vaak in de eerste plaats naar hoe mooi iets is, hoe staat het op mijn gezicht of mijn lichaam, terwijl ingenieurs meer functioneel kijken en zich misschien iets minder aantrekken van het visuele. Omdat ik zelf in die twee werelden zit, vorm ik een brug om ze te helpen samen te werken. Ik spring tussen die twee groepen die mekaar niet altijd goed verstaan en help om dat beter te laten verlopen. Een van mijn klanten hier werkt bijvoorbeeld op architecturaal glas dat van kleur kan veranderen. Ik heb ook al met augmented reality en 3D printing gewerkt. Er zijn ondertussen redelijk wat campagnes om meer meisjes in STEM-richtingen te krijgen. Wat is uw perspectief daarop, als iemand die een 'vrouwelijke' sector als mode combineert met wetenschap? Herdewyn: De belangrijkste reden dat er meer meisjes in STEM moeten komen, is voor mij dat producten en diensten dat perspectief nodig hebben. Ik heb er zelf langer over gedaan om mannenschoenen te ontwerpen, bijvoorbeeld. Bij vrouwenschoenen wist ik wat de problemen waren en hoe ik dat wilde aanpakken, maar voor mannenschoenen moest ik veel meer onderzoek doen. Dat zie je te weinig in technologie. Veel producten worden door een erg homogene groep van blanke mannen ontworpen, waarbij er geen of weinig aandacht wordt geschonken aan de diversiteit van het uiteindelijke doelpubliek - dat vaak voor de helft uit vrouwen bestaat. Ik denk wel dat campagnes daar nut hebben. Het is uiteindelijk een wiskundig probleem. Als je meer vrouwen wilt overhouden aan het einde, dan moet je er veel binnenbrengen in het begin. En er zijn al weinig meisjes die in STEM-richtingen starten, de instroom is al klein, en dan vallen er nog af. Daarom moet je ook jong beginnen met meisjes te stimuleren voor STEM te kiezen. Ik denk dat meisjes vaak afhaken omdat ze denken dat ze het niet kunnen als het niet meteen perfect is. Jongens gaan vaak beter om met falen. Ik krijg soms mailtjes van meisjes die de studie Burgerlijk Ingenieur niet aandurven omdat de richting bekend staat als moeilijk. Ze volgden het maximum aantal uren wiskunde en wetenschappen op school, maar missen die zelfzekerheid. Het jammerlijke feit is bovendien dat veel vrouwen er uitstappen. Ik heb het zelf een beetje gedaan, maar ik zie ook bij vriendinnen dat ze op termijn vaak op zoek zijn naar een job in een wereld die iets minder op mannen georiënteerd is. Daar is dus zeker ook nog wel werk aan. Vrouwen voelen vaak dat ze zich altijd opnieuw dubbel zo hard moeten bewijzen en zich tegen hun natuur mannelijker moeten gedragen om gehoord te worden. U bent ondertussen zes jaar met Elegnano bezig, hoe ziet de toekomst eruit? Herdewyn: De pandemie heeft natuurlijk mijn plannen wat in de war gestuurd. Er zitten wel nieuwe ontwerpen in de pijplijn maar omdat we een permanente collectie hebben van bestaande modellen die jaar na jaar beschikbaar blijven, leek het me niet opportuun om die nieuwe ontwerpen in deze periode te lanceren. Ik wacht daarvoor liever tot we terug meer buiten kunnen komen. Ik heb zeker nog een pak ideeën, voor collecties en ook nieuwe technologieën.