U bent managing director en lead of Technology Resources Industry bij Accenture Belgium. Wat houdt dat in?
...

U bent managing director en lead of Technology Resources Industry bij Accenture Belgium. Wat houdt dat in? Rima Farhat: In de praktijk heb ik meerdere rollen. Als Technology Resources Industry Lead focus ik op klanten die onder 'resources' vallen. Dat gaat dan bijvoorbeeld om nutsbedrijven zoals elektriciteitsbedrijven, maar ook alles wat met natuurlijke bronnen te maken heeft. We gaan naar die klanten met topics en projecten die voor hen belangrijk kunnen zijn. Maar daarnaast draait mijn rol ook om het opbouwen van de juiste skills in mijn team. De mensen die die klanten van advies moeten voorzien, moeten wij rekruteren, coachen enzovoort. Ze moeten ook de onderwerpen leren die je voor dat soort klanten onder de knie moet hebben. Op dit moment zijn we bijvoorbeeld erg bezig met de circulaire economie, met elektrische wagens, alles met groene energie, cloud enzovoort. Op die manier denk ik dat ik een impact kan hebben op de samenleving, omdat we niet alleen projecten afleveren, maar ook proberen het verschil te maken in de projecten die we doen. Jullie stellen groenere projecten voor aan de klant? Farhat: Dat hoort erbij, ja. We focussen bijvoorbeeld op elektrische wagens. We hebben een voorstel voor een platform dat klanten kan helpen om elektrische opladers op meer plekken te zetten, bijvoorbeeld in verlichtingspalen. Over het algemeen proberen we bij elk project waaraan we werken de kleinst mogelijke milieuvoetafdruk te hebben. Daartoe delen we documenten in de cloud, we leren onze ontwikkelaars ook om efficiënter te coderen, zodat er bijvoorbeeld minder opslag of werkkracht nodig is om apps te runnen. Dat is ook waarom ik deze sector heb gekozen. De eerste negen jaar van mijn carrière werkte ik in de financiële sector, ik heb daar met fintech het einde gezien van bankieren zoals we dat kenden. Ondertussen kan zowat iedereen een bank uit de grond stampen. Ik zie iets gelijkaardigs gebeuren bij nutsbedrijven. Ook zij gaan steeds meer disruptie tegenkomen, in de vorm van nieuwe energiebronnen, bijvoorbeeld, maar ook qua groene oplossingen. U combineert die rol van Technology Resources Lead met die van managing director? Farhat: Daar ligt de focus op delivery. Mijn specialisatie ligt daar bij grote programma's. Op dit moment werk ik bijvoorbeeld aan een van de grootste projecten in de Belux, met meer dan 300 FTE's. Ik heb me altijd op die delivery gefocust omdat ik graag met de klanten praat, ik maak graag concrete dingen. Ik hou ook van de uitdaging. Ik zie zo de impact van wat we doen, samen met de klant. Daarnaast zijn er nog enkele initiatieven die ik op mij neem omdat ze gaan over onderwerpen die me nauw aan het hart liggen. Het gaat dan om de manier waarop we mensen aannemen, hoe we diversiteit in het bedrijf brengen. Ik probeer altijd een positieve invloed te hebben op het leven van mensen die een beetje zijn zoals ik vroeger. Dat betekent bijvoorbeeld dat ik de eerste was binnen Accenture die mensen aannam van BeCode, de organisatie die werklozen omschoolt tot IT'er. We hebben ook een programma gelanceerd om vrouwen in de organisatie aan te nemen die uit een andere achtergrond komen. Ik heb bijvoorbeeld een architecte in mijn team, en een fotografe die een nieuwe carrière wilde starten. In dat programma ondersteunen wij deze kandidaten door hen een contract te geven en de nodige opleiding te voorzien. Als ik het zo hoor bent u veel bezig met de impact die u kan hebben op anderen. Waar komt die drive vandaan? Farhat: Ik denk dat het uit mijn jeugd komt. Ik heb het gevoel dat ik veel verschuldigd ben aan anderen. In de eerste plaats mijn ouders, die veel hebben opgegeven voor ons. Als ik nu zie hoe mijn leven in België is, ik ben een moeder en ik heb mijn vrienden en mijn netwerk. Het zou zo moeilijk zijn als ze me op een dag vertelden dat ik alles moest achterlaten om naar een ander land te verhuizen, omdat het hier niet veilig meer is. Maar dat is een beslissing die mijn ouders genomen hebben toen ze met het hele gezin naar België verhuisden. Mijn vader was leraar filosofie, het is niet makkelijk om in die sector werk te vinden, dus ze hebben deels hun eigen leven opgeofferd om ons een beter leven te geven. Ik had dan ook altijd het gevoel dat ik ervoor moest zorgen dat ze trots op me zijn. Daarnaast is er ook het feit dat ik uit het Midden-Oosten kom. Mij is altijd gezegd 'je bent een vrouw en misschien vinden sommigen je minder belangrijk, maar je kan alles bereiken wat je wil'. Ik heb dat altijd gehoord van mijn vader en ik wilde bewijzen dat hij gelijk had. Ik wilde ondanks barrières en misschien moeilijkere omstandigheden bewijzen dat we dingen kunnen verwezenlijken. In uw presentatie zei u ook dat technologie onze manier van leven moet verbeteren. Farhat: Dat is iets dat ik zeg tegen mijn team en wanneer ik op scholen ga spreken om interesse te wekken in technologie. Ik probeer jongeren, en dan vooral meisjes, duidelijk te maken dat ze technologie niet moeten zien als iets nerdy. Het is iets dat een stempel kan drukken op onze manier van leven. En het kan zoveel dingen verbeteren als je dat op een ethische manier toepast. Neem bijvoorbeeld de pandemie. Technologie heeft er voor gezorgd dat een groot deel van de mensen thuis konden werken. Er zijn sectoren die enorm lijden onder de lockdown, zoals de horeca, maar daarnaast zijn er mensen die gewoon kunnen doorwerken. En dat is iets wat je dertig jaar geleden niet voor mogelijk hield. De huidige technologie heeft ons toegelaten van de ene dag op de andere over te schakelen naar thuiswerk, en heeft ons op die manier continuïteit gegeven. Ook het vaccin kon zo snel geproduceerd worden met behulp van technologie. Algoritmes en machine learning hebben de ontwikkeling daarvan versneld. Je kan met technologie dus echt een verschil maken op het leven van mensen. Weliswaar met de disclaimer dat je daar verantwoordelijk mee moet omgaan. Want veel bedrijven zijn nu data driven, en daar moet je oppassen dat die beslissingen niet gemaakt worden met ingebouwde vooroordelen. Als je algoritmes beslissingen wil laten maken, moeten ze ethisch zijn. Daarnaast moet je ook op een ethische manier met bijvoorbeeld data-opslag omgaan. Het stockeren van data kost enorme hoeveelheden energie, en de hoeveelheid gegevens die we verzamelen groeit explosief. We moeten ook daar voorzichtig zijn met de manier waarop we die opslaan. U hebt lang een team geleid rond Data en AI. Hoe ging u daar met die ethische kant om? Farhat: Het was een leercurve. Toen ik bij dat team startte, stonden we aan het begin van data science en machine learning. We hebben dus samen geleerd en we waren daarbij erg voorzichtig om een diverse groep mensen rond de tafel te krijgen en onderzoek te doen. Je had toen bijvoorbeeld een digitale gezondheidsapp op je iPhone, die in de eerste versie veel data en inzichten gaf, maar geen functie had rond bijvoorbeeld menstruatie. En dat was omdat er bij de mensen die die app bouwden, geen enkele vrouw zat. Bij machine learning en data driven beslissingen worden de processen nog altijd vormgegeven door mensen. En als je daar een divers team hebt, niet alleen rond man en vrouw maar ook rond verschillende achtergronden en religies bijvoorbeeld, dan verrijk je de manier waarop je gegevens verzamelt en hoe je het algoritme traint. De meeste computerwetenschappers die afstuderen zijn blanke jongens. Bent u gaan samenwerken met bijvoorbeeld BeCode om een grotere en meer diverse 'funnel' te krijgen? Farhat: Dat was inderdaad de aanleiding. Toen ik jonger en misschien wat meer naïef was, vroeg ik me altijd af waarom we quota nodig hadden. Maar toen zag ik dat het heel makkelijk is om in die val te trappen van 'ik krijg alleen deze CV's toegestuurd, en die zijn goed'. Als je niet gedwongen wordt om daarbuiten te kijken, dan ga je altijd gelijkaardige mensen aannemen. Quota, of minstens een strategisch doel om meer te diversifiëren, dwingen je om creatiever na te denken. Want anders lukt het gewoon niet. Als je het tekort aan diversiteit bij de bron wil aanpakken, moet je naar de 12-jarigen kijken. In de school van mijn kinderen zie ik veel aandacht voor STEM, maar die kinderen komen pas over tien tot twintig jaar op de arbeidsmarkt. Dus om nu meer diverse mensen aan te nemen, moet je ook kijken naar waar je rekruteert. We zijn 18 maanden geleden gestart met Ladies in Tech, waarbij we op sociale media publiceerden dat we mensen zochten, zeker ook vrouwen, vanuit eender welke achtergrond, zolang ze geïnteresseerd zijn in technologie. We hebben daar enorm veel sollicitaties door gekregen. En de kandidaten die we daaruit weerhielden, werden dan getest via onder meer simulaties. Niet op hun technische kennis, maar op hun capaciteit om te leren, hun sociale vaardigheden enzovoort. Uiteindelijk hebben we daar 20 à 25 mensen uit weerhouden die we een contract hebben gegeven en enkele weken getraind hebben in bijvoorbeeld SAP zodat ze die technische achtergrond konden krijgen, en dan konden ze op projecten starten. Naast dat programma is er ook alles rond BeCode en organisaties die mensen vanuit verschillende achtergronden trainen. Wij geven hen dan een stage met eventueel een contract op het einde. Dat is een manier om die pijplijn te verbreden. Maar het begint wel met dat doelwit, dat we een bepaald aantal diverse mensen willen rekruteren, of promoten of opleiden. Ik geloof dat die doelwitten moeten getriggerd worden van bovenaf, want zoiets groeit niet op natuurlijke wijze. Maar eens je dat hebt en je mensen dwingt om dat toe te passen, kan je daar ten volle van genieten. U zei in uw voorstelling dat u business en IT engineering wilde combineren. Waar komt dat vandaan? Farhat: Dat is een grappig verhaal. Mijn vader was erg strikt in welke studies we mochten kiezen. We waren met vijf thuis en ik moest dokter worden, advocaat of ingenieur. Ik koos dan voor ingenieur. En we woonden toen in Luik, waar je een ingangsexamen moet doen voor de ingenieursrichting. Ik bereidde me daar op voor, maar toen ik daar binnenstapte zag ik alleen mannen. En ik vroeg me af of ik dat echt vijf jaar wou doen, daar alleen tussen zitten. Ik heb dat examen gedaan, maar ben ook gaan zoeken naar iets anders. En ik vond dan de cursus Business Engineering bij Solvay Business School, die engineering combineert met meer zakelijk georiënteerde vakken. En dat voelde als iets dat veel beter bij mij paste. Dus heb ik mijn vader ervan overtuigd dat het een betere keuze was voor mij. Dat combineren van twee werelden, dat was wel inspirerend. We willen meer meisjes in STEM krijgen, maar dan zie je dat veel vrouwen die het proberen het best eng vinden om de enige in de richting te zijn. Farhat: Ja, dat is ook de reden dat ik zoveel probeer te praten met jongere generaties. Dat was natuurlijk twintig jaar geleden, nu is het anders. Toen wilde ik mijn vriendinnen niet achterlaten en ik was een beetje bang. Ik begrijp het dus wanneer meisjes een richting niet willen volgen omdat ze alleen maar bestaat uit jongens. Ze willen ook wel eens met andere meisjes kunnen babbelen. Dus ik denk dat we daarom die soort demystificatie nodig hebben. Als er toen iemand zo'n gesprek met mij had gehad, dan was ik misschien toch in die klas vol jongens gaan zitten. Maar we moeten absoluut duidelijk maken dat ingenieursrichtingen net zo goed zijn voor jongens als voor meisjes en dat beiden daarin succesvol kunnen zijn Uw ouders komen uit een andere cultuur. Geeft je dat een ander perspectief? Farhat: Mijn vader is Libanees en mijn moeder is Algerijnse, maar mijn vader was leerkracht in Algerije. Het geeft je wel een bredere kijk op de zaak. Mijn vader vertelde mij als kind over de oorlog in Libanon. Mijn moeder komt uit een erg strikte familie met veel kinderen, en werd ook op die meer traditionele Midden-Oosterse manier opgevoed. En ze hebben het tegenovergestelde gedaan met ons. Ze hadden vier meisjes en wilden dat we sterke vrouwen werden. Dus ze wilden dat wij onze eigen beslissingen namen, eigen keuzes maakten, korte rokjes konden dragen als we dat wilden. Maar op het einde van de dag moet je daarvoor heel sterk zijn. Want er zijn verschillende mensen die vanuit een heel andere context en perspectief naar je kijken. We hebben onze vrienden en collega's hier, maar op Facebook heb je ook mensen uit Libanon, die op hun eigen manier tegen je aankijken. Het geeft je een breed perspectief, maar je moet al snel leren dat je niet iedereen blij zal kunnen maken. Mensen gaan je beoordelen, en dat is ok. En dat haalt wel een last van je schouders. Als ik jongeren coach draait dat vaak rond het beeld dat je van jezelf presenteert. Wat gaan mensen van mij denken? Wat gaan ze zeggen? En als je accepteert dat je niet iedereen blij kan maken, dat geeft rust. Als ik naar mezelf in de spiegel kijk en ik geloof dat ik het juiste doe en ik voel me goed bij wat ik doe, dan is dat ok, laat hen dan maar praten. U bent afgestudeerd als jonge moeder van twee kinderen. Had u dan een soort netwerk om op te steunen? Farhat: Mijn man werkte al toen ik studeerde, dus we hebben de beslissing genomen op een moment dat we er financieel redelijk goed voor stonden. Bij mijn familie was ik ook de eerste om kinderen te krijgen, dus als ik examens had, kon ik naar mijn ouders gaan en me daar concentreren terwijl zij op de kinderen pasten. Ik heb erg veel steun gekregen van mijn familie. Ik heb ook erg gekozen om de noodzakelijke dingen te doen. Ik was een moeder en een student, en daarnaast was er bijna niets. Ik ben niet naar feestjes geweest, ik had weinig met het studentenleven te maken. Maar dat was ook een keuze. Want ofwel studeerde ik en als ik niet studeerde dan bracht ik tijd door met mijn zoontje om het een beetje 'goed te maken'. Ik nam elke mogelijkheid om hem gelukkig te maken. Die combinatie kinderen en carrière is een klassiek probleem voor veel vrouwen. Wat is uw visie daarop? Farhat: Je hebt 24 uur en je moet keuzes maken. Je moet al minstens zes tot acht uur slapen om gezond te zijn, en de rest van de dag kies je hoe je hem vult. Kinderen nemen veel tijd in maar het is ook bijzonder fijn om die tijd met hen te spenderen. De rest moet ook naar werk gaan. Ik heb de luxe dat ik mijn werk graag doe. Het is wel zo dat de structuren die we vrouwen geven sterk zijn veranderd. De flexibiliteit rond bijvoorbeeld ouderschapsverlof, de keuze om even te pauzeren en dan terug te komen en verwelkomd te worden. Dat is het verschil tussen bedrijven waar je als vrouw kan evolueren in je carrière, en die waar je je carrière bedreigd ziet als je pauze neemt. Daarom was het voor mij belangrijk om een programma te lanceren rond terugkomen uit materniteit. Omdat ik die ervaring zelf meegemaakt heb. Ik heb ook een kind gekregen tijdens mijn carrière bij Accenture, mijn derde, en als je dan terugkomt, dat is een heel emotioneel moeilijke periode. Met dat materniteitprogramma wilden we vrouwen die ondersteuning bieden. We helpen daarmee ook het idee uit de wereld dat als je moeder bent, of zwanger bent, dat je dan niet meer meetelt in het bedrijf. Het is mogelijk om tijdelijk even je carrière te pauzeren en te focussen op andere dingen en dan terug te komen. Wat bent u met de titel ICT Woman of the Year van plan? Farhat: Ik wil hetzelfde doen dat ik nu al doe, maar voor een groter publiek. Ik zou bijvoorbeeld het Ladies in Tech programma graag groter maken, zodat het niet alleen Accenture is die die vrouwen een contract geeft en coaching, maar ook andere bedrijven. Dat soort programma's zijn erg belangrijk voor mij, omdat ze mensen gerust stellen. Het draait niet om 'ga trainen en kom dan maar terug', maar je gaat die vrouwen echt ondersteunen, ook op momenten dat ze zich onzeker voelen. Daardoor krijgt hun carrière in IT een grotere kans van slagen.