De Franse regering overweegt een nieuwe belasting in te voeren op tablets en smartphones. De inkomsten moeten gebruikt worden om culturele producten en de creatieve sector te financieren. De taksen zouden er moeten komen omdat gebruikers van het internet slordig omspringen met auteursrechten. Maar ik vind zo'n taks geen goed idee. Ze zullen een rem betekenen op de technologische evolutie, consumenten worden de dupe, en de taksen zullen bovendien massaal ontdoken worden. Ik ben eerder voorstander van Europese aanpak van het auteursrechtelijk probleem. Net daarom vind ik het zo jammer dat het ACTA, het 'Anti-Counterfeiting Trade Agreement', van tafel is geveegd door het Europees Parlement.

Een team van experts in Frankrijk kwam tot de conclusie dat internetgebruikers niet bereid zijn om te betalen voor digitale content, maar dat ze wel honderden euro's op tafel leggen om een tablet of smartphone aan te schaffen. Voormalig journalist en Canal Plus-directeur Pierre Lescure, die het expertenteam leidde, stelde voor een belasting te heffen op smartphones, tablets, computers, televisies met kabelaansluiting, terminals en gameconsoles. Kortom, geen enkel device zou ontsnappen aan de voorgestelde nieuwe regeling. De belasting - variërend tussen 1 en 3 procent op de verkoopprijs - zou geheven worden op het moment dat de apparatuur wordt verkocht. Het zou de fabrikant zijn die moet zorgen voor de inning van de gelden.

Het idee om taksen te heffen op hardware is niet nieuw, en bovendien meestal ook omstreden. In Spanje bestond ook een heffingstelsel maar daar werd het terug afgeschaft. In Groot-Brittannië besliste de regering eind vorig jaar om geen soortgelijke heffing in te voeren. "Heffingen zijn een onnodig en inefficiënte belasting voor consumenten", zei minister voor Economische Zaken Vince Cable. "Bovendien is het in dit economische klimaat niet juist om 'arme' consumenten nog meer geld uit de zak te kloppen."

Ook in België wordt het debat, sinds op 1 februari 2010 de Auvibeltaks werd ingevoerd. De heffing bestond al enkele jaren voor cd's en dvd's, maar gold vanaf dan ook voor onder andere externe harde schijven, settopboxen, mp3-spelers, geheugenkaartjes, usb-sticks en telefoons met muziek- en videocapaciteiten. Experten doen de maatregel af als achaaterhaald en getuigend van een gebrek aan toekomstvisie.

Contraproductief
Er zijn naar mijn mening heel wat problemen verbonden aan het algemeen invoeren van een taks op hardware. In de eerste plaats vind ik het onjuist dat iedereen die taks moet betalen, los van het feit of de consument effectief de beschermde werken zal opslaan of niet. In elk geval betalen de consumenten de rekening, en dat vind ik onlogisch. Zeker als je beseft dat nu al allerhande belastingen worden geheven op digitale dragers. Het is ook contraproductief, bijvoorbeeld op het moment dat het hoogtijd is dat ook scholen moeten overschakelen naar het gebruik van meer digitale dragers. Elke meerkost is dan nefast.

Bovendien gaan dergelijke maatregelen nog maar eens de digitale kloof vergroten tussen diegene die wel mee zijn met de de technologische evolutie, en zij die niet mee zijn, onder meer omdat ze de devices niet meer kunnen betalen.

De taksen zijn een ook rem op de technologische ontwikkeling. Door taksen te heffen zullen de digitale dragers automatische duurder worden en dus minder gekocht worden. Het kan een aanzienlijke omzetderving betekenen voor de consumentenelektronica industrie. Nieuwe technologische producten worden niet meer op markt gebracht omdat ze niet kunnen concurreren met producten uit andere landen. Slecht dus voor innovatie, wat toch de groeimotor moet zijn van onze economie.

Tot slot - en ook dat is des mensen - zal de belasting massaal worden ontdoken. Consumenten gaan via alternatieve routes (online bestellen of kopen in het buitenland) de taksen proberen te vermijden.

Europese maatregelen
We moeten afstappen van het idee dat lokale heffingen op digitale dragers een oplossing zijn voor het auteursrechtelijke probleem. De strijd tegen alle mogelijke schendingen van intellectuele eigendommen moet op het internationale niveau getild worden. Een poging was het ACTA of 'Anti-Counterfeiting Trade Agreement', een verdrag dat reeds door 31 landen werd ondertekend, waaronder de VS, Japan, Australië, Singapore en Zuid-Korea. De bedoeling van dat verdrag was om internationale standaarden in te voeren en zo intellectuele eigendomsrechten te versterken en online-piraterij te bemoeilijken. Het gaat daarbij niet alleen over illegaal downloaden van films of muziek, maar bijvoorbeeld ook over geneesmiddelen en mode.

Maar het Europees Parlement heeft het internationale ACTA-akkoord niet aanvaard.. Er kwam heel wat protest op het verdrag, onder meer door de Europese liberalen. Het protest tegen ACTA ontstond vooral vanuit de internetgemeenschap. Daar werd gevreesd voor een te repressief optreden tegen surfers die illegaal downloaden. Enkele ngo's vreesden ook dat ACTA de toegang van ontwikkelingslanden tot goedkope, generische geneesmiddelen zou bemoeilijken.

Het is doodjammer dat dit verdrag niet door het Europees parlement is geraakt. Want de Europese, of internationale, aanpak van het auteursrechtelijk probleem is de enige juiste.

De Franse regering overweegt een nieuwe belasting in te voeren op tablets en smartphones. De inkomsten moeten gebruikt worden om culturele producten en de creatieve sector te financieren. De taksen zouden er moeten komen omdat gebruikers van het internet slordig omspringen met auteursrechten. Maar ik vind zo'n taks geen goed idee. Ze zullen een rem betekenen op de technologische evolutie, consumenten worden de dupe, en de taksen zullen bovendien massaal ontdoken worden. Ik ben eerder voorstander van Europese aanpak van het auteursrechtelijk probleem. Net daarom vind ik het zo jammer dat het ACTA, het 'Anti-Counterfeiting Trade Agreement', van tafel is geveegd door het Europees Parlement. Een team van experts in Frankrijk kwam tot de conclusie dat internetgebruikers niet bereid zijn om te betalen voor digitale content, maar dat ze wel honderden euro's op tafel leggen om een tablet of smartphone aan te schaffen. Voormalig journalist en Canal Plus-directeur Pierre Lescure, die het expertenteam leidde, stelde voor een belasting te heffen op smartphones, tablets, computers, televisies met kabelaansluiting, terminals en gameconsoles. Kortom, geen enkel device zou ontsnappen aan de voorgestelde nieuwe regeling. De belasting - variërend tussen 1 en 3 procent op de verkoopprijs - zou geheven worden op het moment dat de apparatuur wordt verkocht. Het zou de fabrikant zijn die moet zorgen voor de inning van de gelden. Het idee om taksen te heffen op hardware is niet nieuw, en bovendien meestal ook omstreden. In Spanje bestond ook een heffingstelsel maar daar werd het terug afgeschaft. In Groot-Brittannië besliste de regering eind vorig jaar om geen soortgelijke heffing in te voeren. "Heffingen zijn een onnodig en inefficiënte belasting voor consumenten", zei minister voor Economische Zaken Vince Cable. "Bovendien is het in dit economische klimaat niet juist om 'arme' consumenten nog meer geld uit de zak te kloppen." Ook in België wordt het debat, sinds op 1 februari 2010 de Auvibeltaks werd ingevoerd. De heffing bestond al enkele jaren voor cd's en dvd's, maar gold vanaf dan ook voor onder andere externe harde schijven, settopboxen, mp3-spelers, geheugenkaartjes, usb-sticks en telefoons met muziek- en videocapaciteiten. Experten doen de maatregel af als achaaterhaald en getuigend van een gebrek aan toekomstvisie. Contraproductief Er zijn naar mijn mening heel wat problemen verbonden aan het algemeen invoeren van een taks op hardware. In de eerste plaats vind ik het onjuist dat iedereen die taks moet betalen, los van het feit of de consument effectief de beschermde werken zal opslaan of niet. In elk geval betalen de consumenten de rekening, en dat vind ik onlogisch. Zeker als je beseft dat nu al allerhande belastingen worden geheven op digitale dragers. Het is ook contraproductief, bijvoorbeeld op het moment dat het hoogtijd is dat ook scholen moeten overschakelen naar het gebruik van meer digitale dragers. Elke meerkost is dan nefast. Bovendien gaan dergelijke maatregelen nog maar eens de digitale kloof vergroten tussen diegene die wel mee zijn met de de technologische evolutie, en zij die niet mee zijn, onder meer omdat ze de devices niet meer kunnen betalen. De taksen zijn een ook rem op de technologische ontwikkeling. Door taksen te heffen zullen de digitale dragers automatische duurder worden en dus minder gekocht worden. Het kan een aanzienlijke omzetderving betekenen voor de consumentenelektronica industrie. Nieuwe technologische producten worden niet meer op markt gebracht omdat ze niet kunnen concurreren met producten uit andere landen. Slecht dus voor innovatie, wat toch de groeimotor moet zijn van onze economie. Tot slot - en ook dat is des mensen - zal de belasting massaal worden ontdoken. Consumenten gaan via alternatieve routes (online bestellen of kopen in het buitenland) de taksen proberen te vermijden. Europese maatregelen We moeten afstappen van het idee dat lokale heffingen op digitale dragers een oplossing zijn voor het auteursrechtelijke probleem. De strijd tegen alle mogelijke schendingen van intellectuele eigendommen moet op het internationale niveau getild worden. Een poging was het ACTA of 'Anti-Counterfeiting Trade Agreement', een verdrag dat reeds door 31 landen werd ondertekend, waaronder de VS, Japan, Australië, Singapore en Zuid-Korea. De bedoeling van dat verdrag was om internationale standaarden in te voeren en zo intellectuele eigendomsrechten te versterken en online-piraterij te bemoeilijken. Het gaat daarbij niet alleen over illegaal downloaden van films of muziek, maar bijvoorbeeld ook over geneesmiddelen en mode. Maar het Europees Parlement heeft het internationale ACTA-akkoord niet aanvaard.. Er kwam heel wat protest op het verdrag, onder meer door de Europese liberalen. Het protest tegen ACTA ontstond vooral vanuit de internetgemeenschap. Daar werd gevreesd voor een te repressief optreden tegen surfers die illegaal downloaden. Enkele ngo's vreesden ook dat ACTA de toegang van ontwikkelingslanden tot goedkope, generische geneesmiddelen zou bemoeilijken. Het is doodjammer dat dit verdrag niet door het Europees parlement is geraakt. Want de Europese, of internationale, aanpak van het auteursrechtelijk probleem is de enige juiste.