De versnelling waarmee de Vlaamse overheid haar dienstverlening digitaliseert, dreigt een aanzienlijk deel van de bevolking structureel uit te sluiten. Daarvoor waarschuwt het Vlaams Mensenrechteninstituut (VMRI)
In een nieuw advies waarschuwt het Vlaams Mensenrechteninstituut (VMRI) dat de focus op ‘digital first’ steeds vaker ontaardt in ‘digital only’, waardoor fundamentele rechten onder druk komen te staan voor wie niet mee is met de technologische stroomversnelling. Bijna 40 procent van de Vlamingen loopt zo een risico op uitsluiting wanneer overheidsdiensten uitsluitend via digitale weg worden aangeboden. Het gaat hierbij niet enkel om een gebrek aan hardware of internettoegang, maar ook om een tekort aan de noodzakelijke digitale vaardigheden om complexe administratieve processen autonoom te doorlopen. Wanneer essentiële zaken zoals het aanvragen van premies of dienstencheques enkel nog via webportalen verlopen, ontstaat er een drempel die voor kwetsbare groepen onoverkomelijk blijkt.
Digitaal kwetsbaren
David Stevens, directeur van het Vlaams Mensenrechteninstituut, onderstreept de ernst van deze evolutie en legt een directe link tussen toegang tot technologie en de uitoefening van burgerrechten. ‘Minder toegang tot de digitale overheid betekent ook minder mensenrechten voor digitaal kwetsbaren’, stelt Stevens in het advies. Volgens hem is een gelijkwaardige niet-digitale toegang tot de overheid geen luxe, maar een noodzaak die met de dag belangrijker wordt. De vaststelling dat sommige diensten vandaag de dag fysiek of telefonisch nagenoeg onbereikbaar zijn, duidt op een beleid dat de technologische transitie belangrijker acht dan de universele toegankelijkheid van de publieke taak.
Wat na juni 2026?
De kritiek van het instituut richt zich ook op de houdbaarheid van het huidige ondersteuningsbeleid. Hoewel initiatieven zoals de Digibanken hun nut bewijzen in het dichten van de digitale kloof, hangt hen een onzekere toekomst boven het hoofd. De financiering voor deze projecten loopt af in juni 2026, en vooralsnog ontbreekt een structureel kader voor de periode daarna. Dit creëert een ambigue situatie waarbij de overheid enerzijds de digitalisering opdringt, maar anderzijds de middelen voor begeleiding dreigt terug te schroeven. Het VMRI pleit daarom voor een wettelijke verankering van het recht op niet-digitale alternatieven, waarbij ook lokale besturen strikte richtlijnen moeten krijgen om deze gelijkwaardigheid te garanderen. ’Garandeer het recht op gelijkwaardige, niet-digitale toegang tot de overheid. Zorg voor toezicht op de naleving hiervan. Geef richtlijnen aan alle publieke instanties – ook aan lokale besturen – hoe ze best die gelijkwaardige, niet-digitale toegang realiseren en betrek alle belanghebbenden, inclusief digitaal kwetsbare burgers’, luidt het advies van Stevens.