Het hergebruik van openbare gegevens zorgt voor tal van uitdagingen op het gebied van bescherming en naleving van bestaande rechten.

De toegang tot openbare gegevens (een principe dat werd omgedoopt tot “open data”) was al het voorwerp van een Europese richtlijn in 2003. Dit jaar treedt een nieuwe tekst in voege, die de reikwijdte ervan uitbreidt naar nieuwe sectoren (namelijk cultuur) en die de voorwaarden voor hergebruik van open data verduidelijkt.

Onlangs boog een conferentie die in Brussel werd georganiseerd door het netwerk LAPSI (Legal Aspects of Public Sector Information Re-Use) zich over kwesties als privacy en intellectuele eigendomsrechten (IE) in verband met hergebruik.

Bestaande rechten vrijwaren

Hergebruik levert weinig problemen op wanneer de betrokken documenten vrij zijn van IE-rechten of wanneer ze worden bewaard door overheidsinstellingen, maar de moeilijkheden beginnen wanneer de gegevens werden gecreëerd of geleverd door andere actoren, in opdracht van de openbare instellingen. In dit verband bepaalt de voorgestelde nieuwe richtlijn enkel dat “hun morele en economische belangen moeten worden gerespecteerd”. Er wordt dus volop over nagedacht hoe de openbare diensten kunnen worden aangemoedigd om eigenaar te worden van de documenten om ze eenvoudiger en gemakkelijker te kunnen hergebruiken.

Een ander probleem is het feit dat de Staten soms sterk uiteenlopende regels inzake auteursrechten toepassen op gelijkaardige documenten. Moeten we dan aan iedereen dezelfde regels opleggen, de auteursrechten veralgemenen of de bescherming van openbare gegevens systematisch op non-actief zetten? “De bescherming uitschakelen zou betekenen dat iedereen er vrije toegang toe heeft, zonder beperkingen. Maar beschermen heeft ook zijn voordelen, meer bepaald een correcte en betrouwbare verspreiding waarborgen”, aldus Miriam Bitton, professor in de rechten aan de Bar-Ilan Universiteit (Israël).

Commercieel en dus winstgevend hergebruik roept op zijn beurt vele vragen op. “Onze belastingen financieren de creatie van openbare gegevens. Waarom zou de burger een tweede keer moeten betalen om toegang te krijgen?”, vroeg Miriam Bitton zich af.

Josef Drexl van de Max Planck Society for the Advancement of Science benadrukte dat het openstellen van openbare gegevens ook betekent dat ze ter beschikking worden gesteld van handelsondernemingen die baat hebben bij hun kosteloosheid en intrinsieke rijkdom om er een product van te maken dat ze tegen hoge prijzen verkopen. “Dit wordt ook wel de subsidiëring genoemd”. Waaronder private actoren buiten Europa…

Heel wat waarnemers zijn dan ook van mening dat het belangrijk is om categorieën, regels en uitzonderingen vast te stellen op basis van het soort gegevens en het doel van het hergebruik.

Een voorbeeldje: een geboorteakte, die gratis verkregen werd door een openbare dienst, kan gratis toegankelijk worden gemaakt, in tegenstelling tot een werk dat een museum tegen hoge kostprijs heeft aangekocht.

Enkele andere aspecten die worden aangehaald door Séverine Dusollier, directrice van de CSIR (Universitaire Faculteiten van Namen): de modulatie van de licenties die worden toegekend in functie van het soort hergebruik en de noodzaak om te beslissen of men laat betalen voor de toegang of het hergebruik zelf.

Privacy

De richtlijn betreffende open data stelt de bepalingen inzake de behandeling van persoonsgegevens geenszins in vraag (regels betreffende transparantie, evenredigheid, bewaringsduur, enz.). Een van de uitdagingen, benadrukt Cécile Terwangne, professor aan de Faculteiten van Namen, bestaat erin om “onmiddellijk te weten wat het doel is van het hergebruik. Vaak zal een hergebruik van commerciële aard niet beschouwd worden als verenigbaar met de oorspronkelijke doeleinden van de openbare dienst. Een voorafgaande toestemming zal dus vereist zijn. Maar hoe krijgen we toestemming wanneer het doel van het hergebruik niet duidelijk is?”

In dezelfde geest pleitte Herke Kranenborg van het bureau van de European Data Protection Supervisor voor het principe van “privacy by design”. Namelijk: een proactief gedrag van elke openbare instelling die, vanaf de creatie van om het even welk document, erover zou waken dat de toestemming van elke genoemde persoon verkregen wordt met het oog op de toekomstige verspreiding, en dit “door duidelijk te informeren wat er met zijn gegevens zou kunnen gebeuren.”

Bart van der Sloot, onderzoeker bij het IVIR (Instituut voor Informatierecht) van Amsterdam, stelde dan weer een baanbrekend voorstel voor. Gezien de moeilijkheden (toenemende mogelijkheid om een persoon te identificeren vanuit diverse datasets, onverenigbaarheid tussen recht op bescherming van persoonsgegevens en commercieel hergebruik, tegenstrijdigheid tussen opslagbeperkingen van persoonsgegevens en de geest van open delen, onmogelijkheid om een “geïnformeerde” voorafgaande toestemming te krijgen gezien de onzekerheid over het hergebruik ervan,…), ziet hij slechts drie mogelijkheden. “Ofwel elk hergebruik van openbare gegevens blokkeren, ofwel het recht op privacy negeren, ofwel… enige inventiviteit aan de dag leggen.” Zijn voorstel? “Een openbare site creëren waar elke burger zijn persoonlijk profiel en voorkeuren zou registreren, door te preciseren welke gegevens van hem hergebruikt mogen worden, en door wie: al zijn gegevens of alleen niet-gevoelige gegevens, hergebruik door particulieren of ook door bedrijven, enkel Europese of van eender waar… Dit zou het voordeel bieden dat de processen beveiligd zijn omdat de burger de graad van openheid van de gegevens over hem onder controle heeft.”

Utopische visie? Er kwamen in ieder geval veel reacties op. Kan een gewone burger wel alle hergebruikscenario’s voorspellen? Hoe kan gewaarborgd worden dat zijn “voorkeuren” zich mettertijd aanpassen, meer bepaald vanwege nieuwe technologische mogelijkheden die de bescherming van gegevens in vraag stellen?

Brigitte Doucet

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content