In de markt van de tabakswaren is Altria (het voormalige Philip Morris) met bijna vijftig miljard dollar de onderneming met de grootste omzet. British American Tobacco komt op de tweede plaats, met een kleine dertig miljard. In marktaandeel gaat China Natio-nal Tobacco de Amerikaanse en Britse collega's vooraf. Het bedrijf heeft in China een quasi-monopolie, wat meteen goed is voor een derde van de wereldmarkt. BAT heeft een marktaandeel van zestien procent. De onderneming produceert en verdeelt ongeveer driehonderd verschillende merken - waaronder bekende namen als Dunhill, Kent, Pall Mall en Lucky Strike - in honderdtachtig landen. BAT heeft zestien productiesites en tien landen en telt een kleine 45.000 medewerkers. In Brussel is er een marketingkantoor voor België en Luxemburg. Met Belga, Tigra en Johnson behoren ook diverse Belgische merken tot het portfolio van BAT. De productie van de sigaretten verhuisde echter in 2004 naar Nederland, na de sluiting van de fabriek van Vander Elst in Merksem.
...

In de markt van de tabakswaren is Altria (het voormalige Philip Morris) met bijna vijftig miljard dollar de onderneming met de grootste omzet. British American Tobacco komt op de tweede plaats, met een kleine dertig miljard. In marktaandeel gaat China Natio-nal Tobacco de Amerikaanse en Britse collega's vooraf. Het bedrijf heeft in China een quasi-monopolie, wat meteen goed is voor een derde van de wereldmarkt. BAT heeft een marktaandeel van zestien procent. De onderneming produceert en verdeelt ongeveer driehonderd verschillende merken - waaronder bekende namen als Dunhill, Kent, Pall Mall en Lucky Strike - in honderdtachtig landen. BAT heeft zestien productiesites en tien landen en telt een kleine 45.000 medewerkers. In Brussel is er een marketingkantoor voor België en Luxemburg. Met Belga, Tigra en Johnson behoren ook diverse Belgische merken tot het portfolio van BAT. De productie van de sigaretten verhuisde echter in 2004 naar Nederland, na de sluiting van de fabriek van Vander Elst in Merksem. BAT is sinds jaar en dag SAP-klant. Het bedrijf implementeerde onlangs een wereldwijd SAP applicatieportaal om de kosten voor de distributie en het onderhoud van de SAP-software in te perken. Toen BAT besliste om via het portaal twee nieuwe hr-toepassingen te lanceren, wilde het bedrijf er echter zeker van zijn dat de netwerkinfrastructuur de benodigde performantie zou kunnen garanderen. "We breiden het gebruik van SAP steevast uit", zegt Brian Lane, Global Portal Solution Centre Manager bij het Britse hoofdkwartier van BAT. "Maar tegelijk moeten we uiteraard het totale kostenplaatje van onze it-activiteiten in de gaten houden. Vandaar de keuze om voor SAP met een wereldwijd applicatieportaal te werken." De portal verhindert de behoefte aan regionale portals voor specifieke toepassingen. Het nieuwe portaal vormt bovendien een unieke front-end voor alle nieuwe SAP-toepassingen. "Meer nog, oudere projecten die destijds een eigen portal hebben geïmplementeerd, gaan we nu naar de nieuwe omgeving overbrengen. Voor één legaattoepassing hebben we dat intussen al gedaan, met een onmiddellijke besparing op het vlak van hardware en softwarelicenties als gevolg." Het idee rond het wereldwijde portaal kwam in een stroomversnelling toen BAT besliste om twee nieuwe hr-applicaties in gebruik te nemen. TalenT is een eigen NetWeaver-ontwikkeling die de managers van BAT moet toelaten de performantie van de medewerkers te meten in functie van de vooraf gedefinieerde streefcijfers. De tweede toepassing kreeg de naam Enable mee. Het gaat om een self-service tool op basis van standaard SAP-functionaliteit. "Bij BAT zijn er voor beide oplossingen 12.000 potentiële gebruikers", legt Brian Lane uit. "Het was daarom erg belangrijk dat het portaal de nodige performantie zou kunnen bieden." Op vraag van BAT implementeerde de Britse netwerkspecialist ITC daarop de oplossing BIG-IP Local Traffic Manager van leverancier F5, inclusief de WebAccelerator-module. "Via F5 zijn we zeker van de stabiliteit van het netwerk waarop SAP Portal steunt. Tegelijk reduceert F5 de it-kosten in onze datacenters." De it-activiteiten van BAT zijn verspreid georganiseerd in drie zones: Europa, Zuid-Amerika en Azië. Iedere zone beschikt over een eigen zogenaamd tier one datacenter, waarin de belangrijkste toepassingen draaien, zoals SAP ERP en SAP Portal. Voor Europa bevindt dat datacenter zich in Frankfurt. ITC stemde de oplossing van F5 af op de behoeften van BAT en implementeerde het geheel in de datacenters in Frankfurt en Singapore. Op iedere locatie draaien twee BIG-IP Local Traffic Managers. Ze verdelen het webverkeer over verschillende servers, zodat de beschikbaarheid van de portal optimaal blijft. De oplossing beheert ook de load balancing van BAT's SAP-servers voor internettransacties. "Concreet beheert de toepassing van F5 alle binnenkomende sessies en verdeelt ze die over de webservers. Dat zorgt voor meer performantie en een grotere stabiliteit van het netwerk. Tijdens het proefproject bleek al dat F5 de downloadtijd en de responstijden voor de oplossingen via het portaal tot 45 procent inkort." "Daarnaast zorgt F5 ook voor een verlaging van de operationele kosten," beklemtoont Brian Lane. Op bepaalde locaties betaalt BAT in functie van het netwerkverkeer van en naar de datacenters. De caching en compressie van F5 zorgt aldus voor een belangrijk voordeel. "F5 reduceert ons gemiddelde netwerkverkeer van tien gigabyte per week per datacenter tot één à twee gigabyte. We betalen dus heel wat minder dan voorheen. Bovendien zijn er nu ook minder kosten voor hardware en besturingssystemen." De oplossing biedt BAT ook de mogelijkheid om het onderhoud aan de servers efficiënter te organiseren. Wanneer een server niet beschikbaar is wegens onderhoudswerken, leidt F5 het verkeer af naar andere servers. De eindgebruiker heeft zo geen last meer van downtime. De positieve resultaten die BAT met F5 behaalde in de datacenters in Frankfurt en Singapore, wil het bedrijf nu ook overdoen in zijn Braziliaanse datacenter. Tegelijk onderzoekt BAT de mogelijkheden om het gebruik van BIG-IP Local Traffic Manager en de WebAccelerator-module niet langer te beperken tot SAP Portal, maar ook uit te breiden naar SAP Supplier Relationship Management. Dries Van Damme