Data News verzamelde 40 'controversiële' stellingen over de toekomst van IT en technologie, en legt ze dagelijks voor aan experten ter zake. Vandaag: 'Binnen de vijf jaar koppelen we ons brein aan de computer'

Eens

De stelling is eigenlijk achterhaald, aangezien we ons brein nu al aan een computer koppelen", opent Mannes Poel het debat. Hij is universitair docent aan de Universiteit Twente en werkt mee aan de proeftuin rond brein-computer interfaces (BCI). "Computers analyseren ons non-verbale gedrag, onze houding, intonatie en gezichtsuitdrukking. Ze schatten op die manier vrij goed in of een relatie tussen geliefden standhoudt of leiden uit tweets af hoe we ons voelen."

We koppelen ons brein nu al aan een computer

Mannes Poel (Universiteit Twente)

"Er staat wel een verandering op stapel, " zegt hij. "In de aangehaalde voorbeelden maakt de computer gebruik van signalen die ons lichaam uitzendt. Het lichaam fungeert als een soort intermediair. Recente technische ontwikkelingen maken het mogelijk om de hersensignalen direct te meten en te analyseren. Hierdoor kunnen verlamde mensen protheses bewegen met behulp van hersensignalen of meten we de mentale toestand van een persoon, zonder dat het lichaam als intermediair fungeert."

"Zowel universiteiten als techbedrijven werken aan onderzoeksprogramma's om BCI op bredere schaal te realiseren. Technologische innovaties, waaronder draagbare sensoren, intelligente algoritmes en miniaturisering, zorgen ervoor dat we ons brein rechtstreeks aan de computer koppelen. BCI stelt ons in staat om op een efficiëntere manier apparaten in onze omgeving aan te sturen. De technologie vergroot de autonomie van mensen met fysieke handicaps, ouderen kunnen langer zelfstandig blijven wonen en we ontlasten de zorg omdat de zelfredzaamheid van patiënten toeneemt. BCI geeft tevens inzicht in de mentale toestand van operatoren die complexe en delicate taken uitvoeren."

Gematigd oneens

Voor het zover komt moeten we volgens Yoeri van de Burgt, assistent-professor aan de Technische Universiteit Eindhoven, nog een aantal hordes nemen. "Voor in het brein geïmplanteerde elektroden is stabiliteit op lange termijn er daar een van. Sommige op silicium gebaseerde elektroden lossen na verloop van tijd op in het vocht van het brein. Daarnaast is het koppelen van iets rigide (zoals die specifieke elektrodes) aan iets heel zachts (het brein) erg lastig. Het brein beweegt bovendien heel veel waardoor connectieplekken kunnen veranderen. Dat heeft tot gevolg dat accuraat meten en monitoren van locatiespecifieke functies een uitdaging blijft. De elektrodeconnecties moeten daarenboven ergens het brein uit en die plek is statisch, terwijl het brein dynamisch is."

Het koppelen van iets rigide zoals elektrodes aan iets heel zachts zoals het brein blijft erg lastig.

Yoeri van de Burgt (TU Eindhoven)

"We kennen gelukkig al wel veelbelovende resultaten, onder meer met nauwkeurige elektroden die op het hersenvlies kleven, " vertelt hij nog. "Bij muizen en ratten lukte het onderzoekers al om op die manier op lange termijn vrij stabiel hersensignalen te monitoren."