Europa wil dat elk huishouden tegen 2020 toegang heeft tot een internetverbinding van 30 Mbps heeft. Voor 50 procent moet dat 100 Mbps zijn. De dekking in ons land daarvoor is momenteel 99,3 procent. Of anders gezegd, 0,7 procent of 1 op 140 huishoudens moet het met minder doen. Het gaat doorgaans om woningen in meer afgelegen gebieden waar het voor operatoren minder interessant is om te investeren in het netwerk.

Dat blijkt uit een parlementaire vraag van federaal CD&V-kamerlid Roel Deseyn aan minister voor (onder meer) Telecommunicatie en Digitale Agenda Alexander De Croo.

4G als alternatief

Om die gaten op te vullen wijst De Croo naar maatregelen van regulator BIPT die operatoren moeten stimuleren om die gebieden op te vullen. Hij wijst ook op de testen van Proximus met Tessares. Technologie waarbij het 4G-signaal wordt opgevangen in een speciale modem om de vaste verbinding te ondersteunen en zo de snelheid te verhogen. "We zullen blijven praten met de betrokken spelers om de 0,7% van de niet-gedekte huishoudens te kunnen bedienen tegen 2020." Aldus De Croo.

Volgens de minister is er vandaag zelfs al een aanbod om een 4G-modem "tegen tariefvoorwaarden en met datavolumes die aanleunen bij deze van de internetverbindingen via een vast netwerk" te gebruiken.

Plan snel internet is 'lege doos'

Roel Deseyn stelde ook vragen over de betrokkenheid van de Federale (en andere) regeringen bij het zogenaamde Memory of Understanding (MoU) dat Vlaams minister van Innovatie Philippe Muyters had afgesloten met de operatoren.

Muyters droomde vorig jaar luidop van een Vlaams overheidsbedrijf dat zelf glasvezel tot aan de woningen en bedrijven (FTTH) kon leveren. Maar na overleg met (en protest door) de operatoren werd dat plan opgeborgen en kwam het tot een Memory of Understanding waarbij iedereen meer inspanningen beloofde.

Uit het antwoord, eveneens afkomstig van vicepremier De Croo, leren we dat noch het BIPT, noch de Federale regering betrokken was. Maar ook dat het MoU geen verplichtingen inhoudt voor de operatoren.

Bij wat er dan wel wordt beloofd verwijst De Croo naar het plan van Proximus om in de komende 15 jaar de kernen van alle steden en gemeenten aan te sluiten op glasvezel, net als alle grote en middelgrote bedrijven in de komende tien jaar. Al gaat het om dezelfde aankondiging die het bedrijf eind 2016 deed. Voor Telenet had de minister geen informatie voorhanden.

"Het antwoord van de federale minister bevoegd voor telecom De Croo bevestigt wat sommigen al vermoedden: het akkoord dat de Vlaamse minister Muyters bereikte, is een beetje een lege doos. Proximus herhaalt haar reeds bestaande doelstellingen voor de aanleg van glasvezel komende 15 jaar." Volgens Deseyn had Muyters beter de aanleg kunnen stimuleren door in het verleden buizen van bestaande infrastructuur ook in te zetten voor de uitrol.

Europa wil dat elk huishouden tegen 2020 toegang heeft tot een internetverbinding van 30 Mbps heeft. Voor 50 procent moet dat 100 Mbps zijn. De dekking in ons land daarvoor is momenteel 99,3 procent. Of anders gezegd, 0,7 procent of 1 op 140 huishoudens moet het met minder doen. Het gaat doorgaans om woningen in meer afgelegen gebieden waar het voor operatoren minder interessant is om te investeren in het netwerk.Dat blijkt uit een parlementaire vraag van federaal CD&V-kamerlid Roel Deseyn aan minister voor (onder meer) Telecommunicatie en Digitale Agenda Alexander De Croo.4G als alternatiefOm die gaten op te vullen wijst De Croo naar maatregelen van regulator BIPT die operatoren moeten stimuleren om die gebieden op te vullen. Hij wijst ook op de testen van Proximus met Tessares. Technologie waarbij het 4G-signaal wordt opgevangen in een speciale modem om de vaste verbinding te ondersteunen en zo de snelheid te verhogen. "We zullen blijven praten met de betrokken spelers om de 0,7% van de niet-gedekte huishoudens te kunnen bedienen tegen 2020." Aldus De Croo.Volgens de minister is er vandaag zelfs al een aanbod om een 4G-modem "tegen tariefvoorwaarden en met datavolumes die aanleunen bij deze van de internetverbindingen via een vast netwerk" te gebruiken.Plan snel internet is 'lege doos'Roel Deseyn stelde ook vragen over de betrokkenheid van de Federale (en andere) regeringen bij het zogenaamde Memory of Understanding (MoU) dat Vlaams minister van Innovatie Philippe Muyters had afgesloten met de operatoren.Muyters droomde vorig jaar luidop van een Vlaams overheidsbedrijf dat zelf glasvezel tot aan de woningen en bedrijven (FTTH) kon leveren. Maar na overleg met (en protest door) de operatoren werd dat plan opgeborgen en kwam het tot een Memory of Understanding waarbij iedereen meer inspanningen beloofde.Uit het antwoord, eveneens afkomstig van vicepremier De Croo, leren we dat noch het BIPT, noch de Federale regering betrokken was. Maar ook dat het MoU geen verplichtingen inhoudt voor de operatoren.Bij wat er dan wel wordt beloofd verwijst De Croo naar het plan van Proximus om in de komende 15 jaar de kernen van alle steden en gemeenten aan te sluiten op glasvezel, net als alle grote en middelgrote bedrijven in de komende tien jaar. Al gaat het om dezelfde aankondiging die het bedrijf eind 2016 deed. Voor Telenet had de minister geen informatie voorhanden."Het antwoord van de federale minister bevoegd voor telecom De Croo bevestigt wat sommigen al vermoedden: het akkoord dat de Vlaamse minister Muyters bereikte, is een beetje een lege doos. Proximus herhaalt haar reeds bestaande doelstellingen voor de aanleg van glasvezel komende 15 jaar." Volgens Deseyn had Muyters beter de aanleg kunnen stimuleren door in het verleden buizen van bestaande infrastructuur ook in te zetten voor de uitrol.