Het rapport van het BIPT onderzoekt de vaste en mobiele netwerken in ons land. In dit stuk gaan we dieper in op het eerste deel daarvan.

Het overgrote deel van de bevolking is goed af en haalt vlot snelheden tot 200 Mbps of meer. slechts 201.000 huishoudens halen die snelheid niet. Ligt de lat op 100 Mbps dan gaat het om 138.000 gezinnen. Het gaat voor alle duidelijkheid om wat je kan halen, ongeacht bij welke operator. Dus de werkelijke snelheid kan later liggen afhankelijk van je provider en abonnement.

Kijken we naar de lagere snelheden dan zakt het aantal uiteraard. Zo halen 70.000 gezinnen geen 50 Mbps en 47.000 zelfs geen 30 Mbps. Dat laatste is anno 2021 de minimumdrempel om van snel internet te kunnen spreken.

1 tot 10 Mbps

Maar helaas zijn enkele tienduizenden gezinnen nog slechter af. 31.000 van hen halen zelfs geen tien megabit per seconde. Het gaat om zo'n zevenduizend Vlaamse , 24.000 Waalse en 366 Brusselse huishoudens. Gaan we nog lager, dan zijn er 17.285 huishoudens die in het beste geval nog geen 1 Mbps halen. Met die snelheid wordt surfen op het hedendaagse internet al lastig. Aan videostreaming moet zelfs niet worden gedacht. Delen we dat op per gewest dan komt het BIPT uit op 5.785 Vlaamse huishoudens, 11.162 Waalse en 365 Brusselse huishoudens.

Het BIPT merkt op dat de lagere snelheden vooral in het Waals gewest voorkomen en dat ze sterk gelinkt zijn aan de bevolkingsdichtheid. Dat is logisch, in drukbevolkte regio's is het in verhouding tot de inkomsten goedkoper om een netwerk aan te leggen of te investeren. Helaas zullen de plaatsen waar vandaag de snelheden achterop hinken, vermoedelijk ook de laatsten zijn om te worden uitgerust met glasvezel, als dat er ooit al komt voor hen.

(Glasvezel)snelheid en datalimieten

Wie vandaag als consument een internetaansluiting zoekt, merkt meteen het verschil tussen de netwerken. Bij het huidige kopernetwerk van Proximus krijg je maximum 100 Mbps. Bij de kabelnetwerken van Voo en Telenet is dat 1 Gbps. Het glasvezelnetwerk van Proximus biedt diezelfde snelheid (en een veel hogere uploadsnelheid van 100 Mbps), maar de uitrol daarvan is momenteel nog volop bezig en dus verre van overal beschikbaar.

Hoewel de doorsnee abonnementen vandaag zonder datalimiet zijn, merkt het BIPT wel op dat ons land het enige EU-land is waar vast internet met een maandelijkse datalimiet wordt gecommercialiseerd. Het gaat dan over Scarlet Poco (50 GB), Telenet Easy Internet (150 GB) Proximus Internet Start (100 GB) en Voo Solo Light (100 GB). Orange is de enige speler zonder abonnement met datalimiet, al bieden alle spelers wel limietloze abonnementen aan.

België is traditioneel een land waar datalimieten lang hebben standgehouden. Vandaag heeft nog 20 procent van de klanten een abonnement met een beperkt volume. Ter vergelijking: in 2016 lag dat op 38 procent volgens het BIPT.

Al moeten we daar ook bij opmerken dat limietloos nauwelijks bestaat. Bijna alle operatoren hanteren een fair use policy (FUP) waarbij extreem verbruik wel wordt beperkt. Bij Telenet, Orange en Proximus ligt dat op 3 terabyte per maand. EDPnet hanteert geen limiet, zo lang andere klanten er geen last van ondervinden. Bij Voo is er geen beperking.

Storingen

Tussen de verschillende operatoren zit ook wel wat verschil in de tijd om een storing op te lossen en daar scoort Proximus opvallend slechter. Als maatstaf hanteert het BIPT het aantal uren waarin tachtig procent van de storingen worden opgelost.

Orange is daar momenteel de beste leerling van de klas met 17,5 uur. De operator gebruikt het kabelnetwerk van Telenet, wat mogelijk kan verklaren dat veel pannes niet rechtstreeks aan hen gelinkt zijn.

Voo (48,5 uur) en Telenet (45 uur) doen er ongeveer twee dagen over om de meeste storingen te verhelpen. Maar Proximus en Scarlet (beiden op hetzelfde netwerk) doen het een pak slechter met maar liefst 93 uur om storingen te verhelpen.

Daar horen wel grote nuances bij. Het BIPT benadrukt zelf wel dat het om storingen gaat waarbij de verantwoordelijkheid bij de operator zelf ligt. Tegelijk komt de data van de operatoren zelf, waardoor er geen garantie is op de nauwkeurigheid. Ook fluctueren de cijfers sterk. Bovenstaande gegevens slaan op de eerste helft van 2021. Twee jaar eerder deden Voo en Telenet het een stuk slechter bijvoorbeeld. Tegelijk is een panne ook ruim interpreteerbaar. Geen internet is bijvoorbeeld een pak storender dan trager internet of korte onderbrekingen.

Proximus zelf doet het dan weer wel duidelijk beter bij nieuwe klanten. Het percentage klachten binnen de twee weken na een aansluiting ligt daar op 1,2 procent. Bij dochter Scarlet zelfs op 0,1 procent. Bij Voo loopt dat op tot 3,1 procent en bij Telenet en Orange zelfs 4,6 procent. Omgekeerd valt hier op dat Proximus het beter doet dan twee jaar geleden, waar de klachten bij Telenet en Orange zijn verdubbeld op twee jaar tijd.

Exit kopernetwerk

In de marge van het rapport staat ook te lezen dat het kopernetwerk van Proximus op termijn wordt uitgefaseerd. Dat gebeurt vijf jaar na de aanleg van glasvezel in een wijk. Na vier jaar is er sowieso geen nieuwe koperaansluiting meer mogelijk.

De eerste plaats waar dat zal gebeuren is op de Anspachlaan in Brussel vanaf 31 maart 2022, nadat Proximus er in 2016 haar eerste glasvezelprojecten uitrolde. In totaal zal in 2022 in 14 wijken het kopernetwerk worden uitgeschakeld en volledig worden vervangen door glasvezel. In 2023 zullen er daar 17 bijkomen. Dat aantal zal vermoedelijk oplopen de komende jaren naargelang het FTTH-netwerk van Proximus op meer plaatsen actief wordt.

Het rapport van het BIPT onderzoekt de vaste en mobiele netwerken in ons land. In dit stuk gaan we dieper in op het eerste deel daarvan.Het overgrote deel van de bevolking is goed af en haalt vlot snelheden tot 200 Mbps of meer. slechts 201.000 huishoudens halen die snelheid niet. Ligt de lat op 100 Mbps dan gaat het om 138.000 gezinnen. Het gaat voor alle duidelijkheid om wat je kan halen, ongeacht bij welke operator. Dus de werkelijke snelheid kan later liggen afhankelijk van je provider en abonnement.Kijken we naar de lagere snelheden dan zakt het aantal uiteraard. Zo halen 70.000 gezinnen geen 50 Mbps en 47.000 zelfs geen 30 Mbps. Dat laatste is anno 2021 de minimumdrempel om van snel internet te kunnen spreken.Maar helaas zijn enkele tienduizenden gezinnen nog slechter af. 31.000 van hen halen zelfs geen tien megabit per seconde. Het gaat om zo'n zevenduizend Vlaamse , 24.000 Waalse en 366 Brusselse huishoudens. Gaan we nog lager, dan zijn er 17.285 huishoudens die in het beste geval nog geen 1 Mbps halen. Met die snelheid wordt surfen op het hedendaagse internet al lastig. Aan videostreaming moet zelfs niet worden gedacht. Delen we dat op per gewest dan komt het BIPT uit op 5.785 Vlaamse huishoudens, 11.162 Waalse en 365 Brusselse huishoudens.Het BIPT merkt op dat de lagere snelheden vooral in het Waals gewest voorkomen en dat ze sterk gelinkt zijn aan de bevolkingsdichtheid. Dat is logisch, in drukbevolkte regio's is het in verhouding tot de inkomsten goedkoper om een netwerk aan te leggen of te investeren. Helaas zullen de plaatsen waar vandaag de snelheden achterop hinken, vermoedelijk ook de laatsten zijn om te worden uitgerust met glasvezel, als dat er ooit al komt voor hen.Wie vandaag als consument een internetaansluiting zoekt, merkt meteen het verschil tussen de netwerken. Bij het huidige kopernetwerk van Proximus krijg je maximum 100 Mbps. Bij de kabelnetwerken van Voo en Telenet is dat 1 Gbps. Het glasvezelnetwerk van Proximus biedt diezelfde snelheid (en een veel hogere uploadsnelheid van 100 Mbps), maar de uitrol daarvan is momenteel nog volop bezig en dus verre van overal beschikbaar.Hoewel de doorsnee abonnementen vandaag zonder datalimiet zijn, merkt het BIPT wel op dat ons land het enige EU-land is waar vast internet met een maandelijkse datalimiet wordt gecommercialiseerd. Het gaat dan over Scarlet Poco (50 GB), Telenet Easy Internet (150 GB) Proximus Internet Start (100 GB) en Voo Solo Light (100 GB). Orange is de enige speler zonder abonnement met datalimiet, al bieden alle spelers wel limietloze abonnementen aan.België is traditioneel een land waar datalimieten lang hebben standgehouden. Vandaag heeft nog 20 procent van de klanten een abonnement met een beperkt volume. Ter vergelijking: in 2016 lag dat op 38 procent volgens het BIPT.Al moeten we daar ook bij opmerken dat limietloos nauwelijks bestaat. Bijna alle operatoren hanteren een fair use policy (FUP) waarbij extreem verbruik wel wordt beperkt. Bij Telenet, Orange en Proximus ligt dat op 3 terabyte per maand. EDPnet hanteert geen limiet, zo lang andere klanten er geen last van ondervinden. Bij Voo is er geen beperking.Tussen de verschillende operatoren zit ook wel wat verschil in de tijd om een storing op te lossen en daar scoort Proximus opvallend slechter. Als maatstaf hanteert het BIPT het aantal uren waarin tachtig procent van de storingen worden opgelost. Orange is daar momenteel de beste leerling van de klas met 17,5 uur. De operator gebruikt het kabelnetwerk van Telenet, wat mogelijk kan verklaren dat veel pannes niet rechtstreeks aan hen gelinkt zijn.Voo (48,5 uur) en Telenet (45 uur) doen er ongeveer twee dagen over om de meeste storingen te verhelpen. Maar Proximus en Scarlet (beiden op hetzelfde netwerk) doen het een pak slechter met maar liefst 93 uur om storingen te verhelpen.Daar horen wel grote nuances bij. Het BIPT benadrukt zelf wel dat het om storingen gaat waarbij de verantwoordelijkheid bij de operator zelf ligt. Tegelijk komt de data van de operatoren zelf, waardoor er geen garantie is op de nauwkeurigheid. Ook fluctueren de cijfers sterk. Bovenstaande gegevens slaan op de eerste helft van 2021. Twee jaar eerder deden Voo en Telenet het een stuk slechter bijvoorbeeld. Tegelijk is een panne ook ruim interpreteerbaar. Geen internet is bijvoorbeeld een pak storender dan trager internet of korte onderbrekingen.Proximus zelf doet het dan weer wel duidelijk beter bij nieuwe klanten. Het percentage klachten binnen de twee weken na een aansluiting ligt daar op 1,2 procent. Bij dochter Scarlet zelfs op 0,1 procent. Bij Voo loopt dat op tot 3,1 procent en bij Telenet en Orange zelfs 4,6 procent. Omgekeerd valt hier op dat Proximus het beter doet dan twee jaar geleden, waar de klachten bij Telenet en Orange zijn verdubbeld op twee jaar tijd.In de marge van het rapport staat ook te lezen dat het kopernetwerk van Proximus op termijn wordt uitgefaseerd. Dat gebeurt vijf jaar na de aanleg van glasvezel in een wijk. Na vier jaar is er sowieso geen nieuwe koperaansluiting meer mogelijk.De eerste plaats waar dat zal gebeuren is op de Anspachlaan in Brussel vanaf 31 maart 2022, nadat Proximus er in 2016 haar eerste glasvezelprojecten uitrolde. In totaal zal in 2022 in 14 wijken het kopernetwerk worden uitgeschakeld en volledig worden vervangen door glasvezel. In 2023 zullen er daar 17 bijkomen. Dat aantal zal vermoedelijk oplopen de komende jaren naargelang het FTTH-netwerk van Proximus op meer plaatsen actief wordt.