"Voor zo'n zware beslissing als een ban, heb je bewijs nodig", zegt Arne Shoenbohm aan Der Spiegel. Shoenbohm staat aan het hoofd van de BSI, de Duitse Federale Dienst voor Informatiebeveiliging. Hij voegt eraan toe dat zijn organisatie niet in het bezit is van die bewijzen.

De uitspraak is opmerkelijk, omdat Huawei steeds vaker onder druk komt te staan om zijn vermoede links met Chinese spionagediensten. Onder meer de Verenigde Staten, Australië en Japan hebben het bedrijf verboden om nieuwe infrastructuur te leveren voor hun netwerken. In Canada werd de CFO van het bedrijf, Meng Wanzhou, enkele weken geleden nog gearresteerd op verdenking van spionage (wederom door de VS).

Volgens Der Spiegel zet de VS nu ook druk op Duitsland om een gelijkaardig verbod uit te vaardigen. BSI zou bij zijn analyses van Huawei producten echter geen bewijzen gevonden hebben voor inmenging. En dat is belangrijk op een moment dat veel landen en operatoren beslissen over de leveranciers van hun (dure) 5G-infrastructuur. Op dit moment gebruiken de drie grootste mobiele operatoren in Duitsland Huawei infrastructuur voor hun netwerk.

Huawei heeft zelf altijd ontkent dat het achterpoortjes in zijn producten stopt, en het heeft in november een 'safety lab' geopend in Bonn, waar klanten onder meer de broncode van Huawei producten kunnen inkijken. In maart zou er zo ook eentje in Brussel komen. Het initiatief doet alvast denken aan de inspanningen van bijvoorbeeld Kaspersky dat, deze keer via zijn oorsprong in Rusland, ook al eens van spionage wordt beticht.