Die app zal er hetzelfde uitzien, maar werkt onder de motorkap op de technologie van Apple en Google. Dat systeem, dat gebouwd is rond de gedecentraliseerde DPT3-standaard, biedt iets meer privacy, maar geeft virusonderzoekers minder informatie.

Elke gebruiker van zo'n corona-app krijgt een unieke code. Als iemand op pad is, maakt zijn of haar telefoon via Bluetooth contact met de telefoons van anderen. Na dat contact wordt de code van de ander bewaard op de telefoon zelf. Als iemand het coronavirus blijkt te hebben en dat in de app ingeeft, krijgen de anderen die hun code hebben opgeslagen een waarschuwing dat ze misschien besmet zijn en zich kunnen laten testen. Wie de patiënt is en waar het contact is geweest, is bij dit systeem niet te achterhalen.

Groot-Brittannië werkt sinds maart aan een eigen app en testte die ook al uit op het Isle of Wight. Die app werkte echter met een ander systeem. De overheid wilde de contacten centraal bijhouden, vermoedelijk om er meer controle over te kunnen houden, maar zo'n systeem betekent ook dat overheden en hackers zouden kunnen achterhalen wie met wie contact heeft gehad.

Door over te stappen, volgt Groot-Brittannië het voorbeeld van landen als Duitsland, Italië en Denemarken. Op een persconferentie zegt de minister van Gezondheid Matt Hancock dat hij nog niet wil zeggen wanneer die nieuwe app er zal komen, maar dat zal waarschijnlijk dit najaar zijn.

Dat zoveel landen voor de aanpak van de techgiganten kiezen, heeft deels te maken met de privacyvragen rond een systeem van centrale databanken, en deels met het feit dat apps die niet aan de vereisten van Apple en Google voldoen, amper op iOS en Android werken. De techgiganten brachten in mei samen een basistechnologie uit waarmee overheden contact tracing apps kunnen maken. Om die API te gebruiken, moet zo'n app wel onder meer decentraal en anoniem blijven. Apps die de tech niet gebruiken, kunnen op een iPhone niet op de achtergrond blijven werken, waardoor ze een pak minder nuttig zijn.

Die app zal er hetzelfde uitzien, maar werkt onder de motorkap op de technologie van Apple en Google. Dat systeem, dat gebouwd is rond de gedecentraliseerde DPT3-standaard, biedt iets meer privacy, maar geeft virusonderzoekers minder informatie.Elke gebruiker van zo'n corona-app krijgt een unieke code. Als iemand op pad is, maakt zijn of haar telefoon via Bluetooth contact met de telefoons van anderen. Na dat contact wordt de code van de ander bewaard op de telefoon zelf. Als iemand het coronavirus blijkt te hebben en dat in de app ingeeft, krijgen de anderen die hun code hebben opgeslagen een waarschuwing dat ze misschien besmet zijn en zich kunnen laten testen. Wie de patiënt is en waar het contact is geweest, is bij dit systeem niet te achterhalen.Groot-Brittannië werkt sinds maart aan een eigen app en testte die ook al uit op het Isle of Wight. Die app werkte echter met een ander systeem. De overheid wilde de contacten centraal bijhouden, vermoedelijk om er meer controle over te kunnen houden, maar zo'n systeem betekent ook dat overheden en hackers zouden kunnen achterhalen wie met wie contact heeft gehad.Door over te stappen, volgt Groot-Brittannië het voorbeeld van landen als Duitsland, Italië en Denemarken. Op een persconferentie zegt de minister van Gezondheid Matt Hancock dat hij nog niet wil zeggen wanneer die nieuwe app er zal komen, maar dat zal waarschijnlijk dit najaar zijn. Dat zoveel landen voor de aanpak van de techgiganten kiezen, heeft deels te maken met de privacyvragen rond een systeem van centrale databanken, en deels met het feit dat apps die niet aan de vereisten van Apple en Google voldoen, amper op iOS en Android werken. De techgiganten brachten in mei samen een basistechnologie uit waarmee overheden contact tracing apps kunnen maken. Om die API te gebruiken, moet zo'n app wel onder meer decentraal en anoniem blijven. Apps die de tech niet gebruiken, kunnen op een iPhone niet op de achtergrond blijven werken, waardoor ze een pak minder nuttig zijn.