In hun steunbrieven vragen veertien security-experts, twee activistische organisaties en ESET dat het Hooggerechtshof de zaak uit 2019 nader bekijkt.

Aan de basis ligt een al langer aanslepend conflict tussen Malwarebytes enerzijds, en een anti-spywareprogramma genaamd Spyhunter, uitgegeven door het bedrijf Enigma. In 2017 kloeg Enigma zijn concurrent aan voor de rechtbank in San Jose, in de Amerikaanse staat Californië, omdat Malwarebytes in zijn scans aangaf dat de software van Enigma mogelijk ongewenst is en gebruikers vroeg of ze de tool wilden verwijderen.

Die eerste rechtszaak werd onontvankelijk verklaard, onder meer op basis van het ondertussen vrij beruchte artikel 230 van de Amerikaanse Telecommunicatiewet. Een opvolgzaak in hoger beroep geeft dan weer aan dat de Telecommunicatiewet niet zo breed mag worden geïnterpreteerd.

Waardoor er weer gediscussieerd wordt over Section 230. Dat artikel geldt als een van de basiswetten waarop onder meer het huidige internet is gebouwd, omdat het bijvoorbeeld socialemediaplatformen beschermd tegen rechtszaken voor content die hun gebruikers posten. De wet geeft bedrijven het recht om niet aangeklaagd te worden als ze in hun product actie ondernemen tegen materiaal dat ze zien als "obsceen of anderzijds problematisch, ongeacht of dat materiaal bij wet beschermd is".

Section 230 bestaat uit meerdere delen, waaronder eentje over het verwijderen van content op bijvoorbeeld sociale media, en eentje die meer technisch gaat en draait rond filters die automatisch bepaalde content aanduiden. Het is dat stuk dat Malwarebytes inroept als het besluit om software te markeren als mogelijk gevaarlijk. Volgens Malwarebytes moet het dat kunnen doen zonder voor de rechter te worden gedaagd door de producenten van die software. Het wordt daarin nu bijgestaan door ESET, een reeks experten en twee organisaties, de Electronic Frontier Foundation en TechFreedom.

In grote lijnen komt hun argument er op neer dat securitysoftware in staat moet zijn om 'concurrenten' aan te duiden als een dreiging, zij het omdat het gaat om malware die zich voordoet als securitysoftware of eventueel echte software die echter bugs bevat waardoor ze weer onveilig is. Zo vrezen ze dat er meer rechtszaken zullen volgen van bedrijven die niet gelukkig zijn met bijvoorbeeld een malwaretag, waardoor de securitysoftwarebedrijven minder streng zullen zijn, en de software op zich uiteindelijk minder veilig wordt. Gezamenlijk vragen de indieners dus dat het Hooggerechtshof het besluit van het beroepshof weer terugdraait.

De huidige motie komt op een moment dat president Donald Trump zich tegen de Telecommunicatiewet, en dan specifiek sectie 230 heeft gekeerd. Hij tekende eind mei een decreet waarmee hij het artikel wil inperken. Aanleiding daarvoor is een tweet van de president die door Twitter van een waarschuwing werd voorzien omdat hij zou oproepen tot geweld.

In hun steunbrieven vragen veertien security-experts, twee activistische organisaties en ESET dat het Hooggerechtshof de zaak uit 2019 nader bekijkt. Aan de basis ligt een al langer aanslepend conflict tussen Malwarebytes enerzijds, en een anti-spywareprogramma genaamd Spyhunter, uitgegeven door het bedrijf Enigma. In 2017 kloeg Enigma zijn concurrent aan voor de rechtbank in San Jose, in de Amerikaanse staat Californië, omdat Malwarebytes in zijn scans aangaf dat de software van Enigma mogelijk ongewenst is en gebruikers vroeg of ze de tool wilden verwijderen. Die eerste rechtszaak werd onontvankelijk verklaard, onder meer op basis van het ondertussen vrij beruchte artikel 230 van de Amerikaanse Telecommunicatiewet. Een opvolgzaak in hoger beroep geeft dan weer aan dat de Telecommunicatiewet niet zo breed mag worden geïnterpreteerd. Waardoor er weer gediscussieerd wordt over Section 230. Dat artikel geldt als een van de basiswetten waarop onder meer het huidige internet is gebouwd, omdat het bijvoorbeeld socialemediaplatformen beschermd tegen rechtszaken voor content die hun gebruikers posten. De wet geeft bedrijven het recht om niet aangeklaagd te worden als ze in hun product actie ondernemen tegen materiaal dat ze zien als "obsceen of anderzijds problematisch, ongeacht of dat materiaal bij wet beschermd is". Section 230 bestaat uit meerdere delen, waaronder eentje over het verwijderen van content op bijvoorbeeld sociale media, en eentje die meer technisch gaat en draait rond filters die automatisch bepaalde content aanduiden. Het is dat stuk dat Malwarebytes inroept als het besluit om software te markeren als mogelijk gevaarlijk. Volgens Malwarebytes moet het dat kunnen doen zonder voor de rechter te worden gedaagd door de producenten van die software. Het wordt daarin nu bijgestaan door ESET, een reeks experten en twee organisaties, de Electronic Frontier Foundation en TechFreedom. In grote lijnen komt hun argument er op neer dat securitysoftware in staat moet zijn om 'concurrenten' aan te duiden als een dreiging, zij het omdat het gaat om malware die zich voordoet als securitysoftware of eventueel echte software die echter bugs bevat waardoor ze weer onveilig is. Zo vrezen ze dat er meer rechtszaken zullen volgen van bedrijven die niet gelukkig zijn met bijvoorbeeld een malwaretag, waardoor de securitysoftwarebedrijven minder streng zullen zijn, en de software op zich uiteindelijk minder veilig wordt. Gezamenlijk vragen de indieners dus dat het Hooggerechtshof het besluit van het beroepshof weer terugdraait. De huidige motie komt op een moment dat president Donald Trump zich tegen de Telecommunicatiewet, en dan specifiek sectie 230 heeft gekeerd. Hij tekende eind mei een decreet waarmee hij het artikel wil inperken. Aanleiding daarvoor is een tweet van de president die door Twitter van een waarschuwing werd voorzien omdat hij zou oproepen tot geweld.