De scholen openen vandaag, 1 september de spreekwoordelijke deuren die van een nieuw laagje verf voorzien zijn: code geel. Lokale uitbraken van corona of een nieuwe grootschalige besmettingsgolf kunnen daar al snel oranje van maken. Voor leerlingen van de tweede en derde graad secundair onderwijs bijvoorbeeld betekent dat dat zij maar de helft van de onderwijstijd op school zijn: week om week lijkt dan het scenario. Niemand die weet hoe we de herfst en winter zullen doorkomen en hoe het komende schooljaar er precies zal uitzien. Dat is zeker ook een aandachtspunt voor de digitale school- en leerplatformen die als gevolg van de lockdown veel meer dan louter ondersteunende middelen geworden zijn.
...

De scholen openen vandaag, 1 september de spreekwoordelijke deuren die van een nieuw laagje verf voorzien zijn: code geel. Lokale uitbraken van corona of een nieuwe grootschalige besmettingsgolf kunnen daar al snel oranje van maken. Voor leerlingen van de tweede en derde graad secundair onderwijs bijvoorbeeld betekent dat dat zij maar de helft van de onderwijstijd op school zijn: week om week lijkt dan het scenario. Niemand die weet hoe we de herfst en winter zullen doorkomen en hoe het komende schooljaar er precies zal uitzien. Dat is zeker ook een aandachtspunt voor de digitale school- en leerplatformen die als gevolg van de lockdown veel meer dan louter ondersteunende middelen geworden zijn.In volle lockdownperiode en meer bepaald bij de start van preteaching - u weet wel, de leraren die nieuwe leerstof via digitale kanalen moesten aanbrengen - kwamen onder meer Smartschool, Bingel en Diddit kort in de problemen. De rode draad bij deze IT-platformen die in het middelbaar onderwijs en in secundaire scholen ingezet worden: capaciteitstekort. "We zagen een enorme toename, tot 40x in gebruik en zonder noemenswaardige problemen", zegt Jan Schuer, oprichter en CEO van Smartbit, het bedrijf achter Smartschool. "De eerste ochtend na de paasvakantie ging het dan toch even mis; een piek die we nooit voordien gezien hadden. De bandbreedte nam met een factor x10 toe. Het volume aan huistaken met x5. Het ging ook ineens niet meer over kleine Powerpoint- en Word-documenten, maar grote videobestanden. Het resultaat is dat in de 6 weken van preteaching er 4 keer meer data geüpload dan de 17 jaar er voor".Bij uitgeverij Van In klinkt een soortgelijk geluid. "Het gebruik van Bingel is met een factor 10 toegenomen. Diddit kreeg dan weer een grote toename in het aantal gebruikers, zeker ook omdat we beslist hadden om de platformen open te stellen voor iedereen", vertelt CEO Wilfried Mortelmans. "De eerste coronadagen hadden we wat moeite om te schalen en dat resulteerde op die eerste dag na de paasvakantie ook voor enkele problemen. We hebben toen tegen de scholen gezegd dat ze beter niet al hun leerlingen aansporen om allemaal om 9 uur hun oefeningen te maken, een raad die goed opgevolgd werd."Maar daarmee waren de structurele capaciteitsproblemen uiteraard nog niet opgelost. Zowel bij Smartbit als Van In drongen investeringen zich op. "Alle tot voorheen gekende gedragspatronen op het platform waren weg. Ineens werd Diddit bijvoorbeeld ook na 23 uur gebruikt. Voor corona was er een piek in de vooravond, maar nu zagen we bij Diddit ook doorheen de dag ineens pieken", herinnert Wilfried Mortelmans zich."Door de complete verandering in het gebruik van ons platform kwamen we eigenlijk tot de conclusie dat we bijvoorbeeld ineens met de verkeerde appliances werkten. Deduplicatie bijvoorbeeld. Dat werkte vlot voor door leerlingen ingevulde Word-documenten die er voor pakweg 80% identiek uit zien, maar voor videotaken is dat een compleet ander verhaal", geeft de Smartbit-CEO ons een voorbeeld.Om de piekmomenten op te vangen werd onder meer de capaciteit van de bestaande VxRail nodes van Dell Technologies verhoogd. Maar er werden ook nieuwe core en top-of-rack switches en snelle deployment-diensten geïmplementeerd. "We hebben eigenlijk onze volledige stack moeten verzwaren: van netwerk over virtuele omgeving tot back-up & archiving toe", zegt Jan Schuer. "Dat was allemaal niet evident, want als gevolg van corona waren er ook wereldwijde tekorten aan componenten bij bijvoorbeeld Intel. Maar in Dell Technologies hebben we wel een partner die ons goed door die periode geholpen heeft", klinkt het nog. Ondertussen kan het platform al vlot 1 miljoen bestanden per dag absorberen en kunnen video's door transcoding en slimme compressie ook beter op mobiele devices afgespeeld worden. Geen overbodige luxe, want tijdens de lockdown gebruikte 1 op de 4 leerlingen een mobiel device om de lessen in Smartschool Live te volgen. "Dat is zeker een aandachtspunt, ook omdat in heel wat gezinnen er maar één laptop of desktop aanwezig is en kinderen soms noodgedwongen hun smartphone moeten gebruiken", aldus Jan Schuer."De platformen Bingel en Diddit zijn allemaal ondergebracht in de Amazon-cloud, dus van sommige bottlenecks hadden wij minder last", vult Koen Rousseau, IT-manager bij Van In, aan. "Maar ook AWS heeft haar limieten. De database-infrastructuur bijvoorbeeld schaalt niet automatisch, dat moet je zelf finetunen. Die hebben we zwaar opgeschaald met een factor 7. We zijn ook naar een managed service model overgeschakeld. Het resultaat was dat we de intense load na een aantal dagen wel weer vlot aan konden, tot grote tevredenheid van leerkrachten en leerlingen", aldus Rousseau."Ja, dat heeft een financiële impact gehad, maar onze eerste bekommernis was vooral zorgen dat we er stonden. Als onze tools onderuit gingen, kwam afstandsonderwijs onder druk te staan", aldus de CEO van Van In. "Van een aanvullend platform gingen op één dag tijd naar het primaire platform om de fysieke lessen te vervangen. Zonder Smartschool kon er geen degelijk thuisonderwijs worden georganiseerd zoals dat nu is gebeurd", zegt ook Jan Schuer.De platformen zijn er klaar voor, de leerkrachten ook en de leerlingen komen weer fysiek naar de les. Of dat ook voor de rest van het schooljaar zo zal zijn, is een vraagteken. En hoe de onderwijstoekomst er op langere termijn uitziet is een minstens zo groot vraagteken. "Er is wel een forse digitale inhaalbeweging gebeurd. We stonden in Vlaanderen al ver met digitale leertools, maar het op afstand les geven was voor iedereen nieuw", aldus Mortelmans. "We hebben daar wel moeten op inspelen door bijvoorbeeld Google Meet en Microsoft Teams mee te integreren; een ontwikkeling die we in de paasvakantie gedaan hebben. In de toekomst willen we zeker meer inzetten op dashboarding. Voor een stuk hebben we dat al, maar dat wil nog niet zeggen dat leerkrachten daar ook efficiënt gebruik van maken.""Onze tools zijn niet alleen voor thuis, maar ook voor in de klas. Het digitale aspect is wat ons betreft niet iets wat de klas volledig kan vervangen. Digitaal is wel een meerwaarde voor dingen die niét op papier kunnen. We hebben zeker de afgelopen maanden een groei in het gebruik van digitale tools door leerkrachten gezien. Ook leerkrachten die liever de boot afhouden zijn deze keer moeten meegaan en hebben ook gezien dat het best wel goed gelukt is en voordelen kan hebben. Iedereen heeft ook gezien dat afstandsonderwijs wel lukte. Of dat ook zo gaat blijven? Wel, als ik zie hoe onze webinars zo blot bijgewoond worden en naar wat wij horen: ja, de mentaliteit is duidelijk veranderd. We hopen nu heel sterk dat scholen dat gaan vasthouden en digitaal optimaal gaan inzetten. Het blended learning concept is dat: op de juiste manier de combinatie maken van digitale oplossingen en een klassieke klasomgeving.""Dit was de grootste ICT-nascholing die ons onderwijs ooit gekend heeft", zegt Jan Schuer daar over. "Dit hadden we echt nodig als maatschappij, het preteachingplan heeft daar voor gezorgd."Volgens ondernemer Katja Schipperheijn van het leerplatform sCool, is dit hét momentum om ons onderwijs radicaal te vernieuwen met nieuwe technologie die schaalbaar is en aangepast aan de tijdsgeest. "Dan heb ik het over meer dan alleen maar het vervangen van synchroon onderwijs, maar over een platform dat verbindt en integreert vanuit zowel technisch als menselijk oogpunt: een sociaal én inclusief platform", vertelt Schipperheijn."De coronamaatregelen hebben ons doen ons nadenken over hoe we ons onderwijs kunnen heruitvinden. Iedereen in de klas op hetzelfde moment is niet langer een evidentie meer. En dus kan je maar beter deze kans grijpen om tijd en ruimte voor onderwijs optimaal in te vullen", klinkt het. "Hybride leren, op maat van de leerlingen. Het is tijd om het onderwijs op te bouwen vertrekkende vanuit de leerling. Wie goed kijkt, ziet nu veel online inspanningen die gebouwd zijn op offline modellen en dat is niet hoe onderwijs er in de toekomst zou mogen uitzien", aldus Schipperheijn: "Onderwijs op maat van het kind, ongeacht waar dat kind zich op dat moment bevindt: dát is waar we naartoe moeten. En dat is wat de technologie moet kunnen faciliteren."Het risico dat scholen willen terugplooien naar het oude model is volgens haar ook reëel. "Dat is iets wat je ook in China gezien hebt. Edtech werd daar enorm gepusht tijdens hun strenge lockdown. Maar wat we daar zagen is dat na de lockdown de hele edtech-sector er zware klappen kreeg op de beurs omdat er teruggegrepen werd naar oude manieren van werken. Sommige scholen willen ook bij ons terug naar vroeger en vergeten dat technologie bestaat. Aan de andere kant zie je wel leerkrachten en ook ouders die zich de vraag stellen of kinderen en leerkrachten nog wel terug moéten naar de frontlinie. Willen we écht terug naar overvolle klassen in een tijd als deze?"