De volgende presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten komen er in 2020 aan, maar de campagne daarvoor, zeker bij de oppositiekandidaten, is al volop aan de gang. Opvallend thema daarbij is het inperken van de macht van grote Silicon Valley-giganten. Onder meer Elisabeth Warren, een van de Democratische presidentskandidaten, belooft dat ze, als ze president wordt, grote acquisities van de bedrijven zal terugdraaien. Zo zou bijvoorbeeld Facebook niet langer eigenaar kunnen zijn van WhatsApp en Instagram.

Ook Amy Klobuchar, een voorlopig meer niche kandidaat, heeft een programma waarin ze streng belooft te zijn voor 'big tech'. Zo zou ze een belasting willen invoeren op inkomsten die uit persoonsgegeven worden gehaald. Het idee lijkt wat op de ondertussen afgevoerde plannen van de EU om extra belastingen in te voeren op geld dat verdiend wordt door advertenties of het verkopen van gebruikersdata.

Duidelijk is alvast dat de vele schandalen van de voorbije jaren de reputatie van Silicon Valley geen goed hebben gedaan. Een logisch gevolg is dat regulering ervan nu een dankbaar onderwerp is voor veel beleidsmakers. Zeker als het in een boutade gegoten kan worden. Sociaaldemocratische presidentskandidaat Bernie Sanders riep bij de vorige verkiezingen in 2016 nog op tot een splitsing van de grote banken, een logisch gevolg van de bankencrisis waar uiteindelijk nooit iets van in huis is gekomen. Nu lijkt het de beurt aan Amazon, Facebook, Apple en Google. Maar hoe praktisch is dat?

Regulering van het web

De VS is traditioneel erg terughoudend als het op regulering van bedrijven aankomt. Waar de Europese Unie, in de persoon van Commissaris Margrethe Vestager en enkele jaren terug Neelie Kroes, bedrijven als Microsoft en Google miljoenen- of zelfs miljardenboetes oplegt, gaat dat in het thuisland van deze bedrijven veel minder ver. Maar Cambridge Analytica en de daaropvolgende schandalen hebben, voor een deel van het electoraat alvast, de ster van deze bedrijven doen tanen. Vooral Facebook lijkt dan ook kop van jut, en enkele beslissingen, specifiek rond advertenties van Elisabeth Warren, gooien daarbij alleen maar olie op het vuur.

Zo bracht Politico deze week het nieuws dat het sociale netwerk enkele advertenties van Elizabeth Warren's presidentiele campagne van het netwerk had verwijderd. In die advertenties merkt Warren op dat ze geen campagne zou kunnen voeren zonder Facebook-advertenties, omdat het netwerk zo groot is geworden.

Een binnenkoppertje voor Warren, die zo haar argument bewezen acht.

Volgens Facebook werden de advertenties verwijderd omdat ze het logo van Facebook gebruiken, wat tegen de regels is. Na protest zijn ze weer hersteld 'om robuust debat toe te staan', aldus een persverantwoordelijke van het bedrijf.

Hoe splits je een bedrijf

Hoe dat in de praktijk in zijn werk moet gaan, is nog een andere vraag. Het lijkt geen toeval dat Mark Zuckerberg vorige week plannen bekend maakte om de back-end van Facebook, Instagram en WhatsApp te verweven. Dat zou eventuele tussenkomsten in de toekomst een pak moeilijker maken. Daarbij komt natuurlijk dat Warren en Klobuchar in de eerste aanloop van hun presidentscampagne zitten, en het dus helemaal niet duidelijk is of ze wel de kandidaat van hun partij zullen worden, laat staan of ze het in 2020 halen van, vermoedelijk, huidig president Donald Trump.

Wel lijkt het duidelijk dat de druk op beleidsmakers groeit om antitrustmaatregelen te nemen tegen enkele van de grotere techbedrijven.

Ondertussen heeft ook Europees Commisaris Margrethe Vestager op de heisa gereageerd. De Commissaris is een van de politici die al het verst is gegaan in het bestraffen van techgiganten, met onder meer miljardenboetes voor Google. Zij ziet alvast geen brood in de voorstellen van Warren. "Een bedrijf opsplitsen, privaat eigendom splitsen, dat gaat erg ver, en je hebt erg goede argumenten nodig. Je moet zeker zijn dat het betere resultaten zal opleveren voor consumenten dan wat je zou kunnen doen met andere middelen", zo zegt ze in een interview met techsite Recode tijdens haar passage op de conferentie SXSW in Texas.

Volgens Vestager is het in Europa alvast niet aan de orde. In plaats daarvan kijkt ze naar het reguleren van datastromen. "Als het gaat om verregaande voorstellen om bedrijven op te splitsen dan is dat voor ons, vanuit een Europees perspectief, een allerlaatste oplossing", zegt ze. "Wat we nu doen, zijn antitrust-zaken, we vervolgen misbruik van dominante positie, of zelfpromotie, het degraderen van anderen, en zien of die aanpak de markt corrigeert om er een eerlijke plaats van te maken voor concurrenten. Want zij kunnen de volgende grote zijn, de volgende met een geweldig idee voor consumenten."

Dat is alvast Vestagers visie. Zij is nog tot november dit jaar Europees Commissaris. Wie haar zal vervangen is niet duidelijk, maar Europa heeft alvast andere voorbeelden van hoe om te gaan met een datamonopolie. Het Duitse Bundeskartellamt reageerde bijvoorbeeld eerder al op Facebooks back-end plan met zijn eigen maatregelen. De Duitse mededingingsautoriteit heeft Facebook al verboden om data uit verschillende bronnen samen te brengen, zonder vrijwillige inspraak van gebruikers. Dat zou het in principe moeilijker maken om Facebook, WhatsApp en Instagram samen te voegen, en zou hen opgesplitst houden op gegevensniveau.