Cyberoorlog lijkt een steeds groter deel te worden van defensie bij veel landen. Voor het Verenigd Koninkrijk komt dat er onder meer op neer dat ook de fondsen voor cyberveiligheid de hoogte in gaan. Richting vijf miljard pond, zo zegt de Britse minister van Defensie Ben Wallace aan de krant The Telegraph. Opvallen hier is dat het niet alleen om pure defensie gaat, maar dat het VK ook hoopt een team te bouwen dat vergeldingsaanvallen kan uitvoeren.

Bedoeling is onder meer om in het offensief te gaan na grote aanvallen van natiestaten op cruciale sectoren. Bij die natiestaten wordt dan vooral gekeken naar Rusland, China en Noord-Korea, de landen die meestal genoemd worden wanneer er ergens een ransomware-aanval honderden bedrijven platlegt.

Maar ook doelwitten zoals elektriciteitsnetwerken, telecomdiensten en andere basisinfrastructuur zouden hiermee extra bescherming krijgen. De WannaCry-aanval van enkele jaren geleden had in het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld een stevige impact op de nationale gezondheidszorg.

Met zijn nationale Cyber Force gaat het VK de Verenigde Staten achterna. Ook dat land heeft de voorbije maanden aangegeven dat het strenger tegen hackers gaan optreden en meer wil investeren in nationale cyberveiligheid. Wel is het zo dat de Britse overheid al langer actief is in de cyberwereld. Ze treedt bijvoorbeeld op tegen IS en allerlei cyberbendes, en het land is ook niet vies van wat spionage. De Britse geheime dienst GCHQ zou bijvoorbeeld achter de hack van enkele Proximus-servers zitten, enkele jaren geleden. Met de investering van vijf miljard, moeten die acties echter frequenter worden, en hoop het land mogelijk ook op een ontradend effect.

Cyberoorlog lijkt een steeds groter deel te worden van defensie bij veel landen. Voor het Verenigd Koninkrijk komt dat er onder meer op neer dat ook de fondsen voor cyberveiligheid de hoogte in gaan. Richting vijf miljard pond, zo zegt de Britse minister van Defensie Ben Wallace aan de krant The Telegraph. Opvallen hier is dat het niet alleen om pure defensie gaat, maar dat het VK ook hoopt een team te bouwen dat vergeldingsaanvallen kan uitvoeren.Bedoeling is onder meer om in het offensief te gaan na grote aanvallen van natiestaten op cruciale sectoren. Bij die natiestaten wordt dan vooral gekeken naar Rusland, China en Noord-Korea, de landen die meestal genoemd worden wanneer er ergens een ransomware-aanval honderden bedrijven platlegt. Maar ook doelwitten zoals elektriciteitsnetwerken, telecomdiensten en andere basisinfrastructuur zouden hiermee extra bescherming krijgen. De WannaCry-aanval van enkele jaren geleden had in het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld een stevige impact op de nationale gezondheidszorg. Met zijn nationale Cyber Force gaat het VK de Verenigde Staten achterna. Ook dat land heeft de voorbije maanden aangegeven dat het strenger tegen hackers gaan optreden en meer wil investeren in nationale cyberveiligheid. Wel is het zo dat de Britse overheid al langer actief is in de cyberwereld. Ze treedt bijvoorbeeld op tegen IS en allerlei cyberbendes, en het land is ook niet vies van wat spionage. De Britse geheime dienst GCHQ zou bijvoorbeeld achter de hack van enkele Proximus-servers zitten, enkele jaren geleden. Met de investering van vijf miljard, moeten die acties echter frequenter worden, en hoop het land mogelijk ook op een ontradend effect.