Als er binnenkort een veiling wordt gehouden dan gaat dat geld naar het federale niveau, met een stukje voor de deelstaten. Maar er is politieke discussie over hoeveel dat moet zijn. Voor 4G, destijds goed voor 360 miljoen euro, was dat 80 procent voor de federale overheid en 20 procent (72 miljoen euro) voor Vlaanderen, Brussel en Wallonië.

Telecom is een federale bevoegdheid waardoor de veiling van de licenties op het nationaal niveau ligt. Maar media is een bevoegdheid van de deelstaten en sommige frequenties die worden geveild werden aanvankelijk gebruikt voor het tv-signaal via de ether, dus ook media. Dat zorgde het afgelopen jaar voor discussie: hoeveel geld krijgen de deelstaten van de bijna 810 miljoen euro die de veiling de staatskas zal opleveren. Voor de volledigheid moeten we ook zeggen dat het niet enkel om 5G gaat. Ook de vernieuwing van de frequenties voor onder meer 2G en 3G vallen onder die veiling.

De argumentatie vanuit Vlaanderen is onder meer dat we door betere netwerken ook meer video (lees: media) zullen gebruiken en dat Vlaanderen en andere deelstaten dus meer recht hebben dan de 20 procent (en 80 procent voor het federale niveau) waar het bij 4G recht op had. Er werd vanuit Vlaanderen geopperd voor een 50/50 verdeling, maar ook voor een 20/80 (met 80 procent voor de deelstaten), want media zal het merendeel van de 5G-volumes en inkomsten genereren, zo werd beweerd.

Vijf tot dertig procent

Dat wordt nu tegengesproken door een studie die minister voor Telecommunicatie Philippe De Backer door het BIPT liet uitvoeren, dat zich op zijn beurt liet bijstaan door Capgemini. In een uitgebreid en nog niet eerder uitgevoerd onderzoek bekeek het consultancybureau hoe zwaar media doorweegt bij 5G. Vandaag, en in de komende twintig jaar. Voor individuen, die video kijken op YouTube, Netflix, Facebook en Pornhub (want dat is ook videostreaming), maar ook voor objecten, waarmee vooral de zakelijke toepassingen worden bedoeld. Denk daarbij aan sensoren, productieprocessen enz...

In het kort stellen het BIPT en Capgemini vier cijfers voor om het aandeel van media in 5G te meten. Enerzijds op basis van datavolume en de financiële omzet, anderzijds op een eerder nauwe kijk, waarbij enkel professionele video wordt meegeteld, of een meer brede kijk waarbij ook amateurbeelden (zoals kattenvideo's) worden meegeteld.

Op vlak van volume komt het BIPT uit op 4,94 procent in het meest nauwe geval en 17,79 procent voor de meest brede kijk. Als we kijken naar omzet dan gaat het om 7,94 procent bij een nauwe kijk, of 28,20 procent voor de meest ruime blik.

., BIPT/Capgemini
. © BIPT/Capgemini

Geen beslissing, wel objectivering

De telecomregulator doet zelf geen uitspraak welke van die vier cijfers het meest relevant is. "We hopen dat dit een objectieve basis zal bieden voor de politieke discussie," zegt Michel Van Bellinghen, voorzitter van het BIPT. "Dit moet helpen om een beslissing te nemen zodat er volgend jaar een veiling kan georganiseerd worden." Een veiling die vooral werd uitgesteld omdat er geen politiek akkoord werd gevonden voor de verkiezingen in 2019.

"De studie heeft niet als doel om te bepalen wie recht heeft op wat. De studie kijkt vooral naar wat media is," vult Axel Desmedt, raadslid van het BIPT, aan. "Er is al jaren discussie over wat media precies is en wat het aandeel daarvan is (op mobiele netwerken en voor 5G in de toekomst, nvdr), dat willen we hiermee objectiveren."

Hoewel het BIPT zijn handen afhoudt van het politieke spel, lijkt de teerling hiermee wel te rollen in het voordeel van de federale overheid. Vlaanderen, de Franstalige gemeenschap en de Duitstalige gemeenschap kunnen op basis van het onderzoek niet langer claimen dat media nu en in de toekomst goed is voor de helft of meer van het 5G-netwerk. In het beste geval komt het op net geen dertig procent. In het slechtste geval op amper vijf procent. Al staat het politici uiteraard vrij om de studie zelf te betwisten, naast zich neer te leggen, of alsnog een ander percentage uit de brand te slepen mits wat politieke koehandel.

Operatoren zien de 5G-factuur met 130 miljoen euro stijgen

Er wordt nu gemikt op een minimumbedrag van 810 miljoen voor de veiling van de frequenties voor mobiele operatoren. De operatoren moeten daardoor meer betalen voor het spectrum dat ze nodig hebben, onder meer voor het snellere 5G-netwerk.

Het bedrag van 810 miljoen werd terloops vernoemd in de marge van de briefing van het BIPT over een nieuwe berekening voor de verdeelsleutel van de veiling van het spectrum. De voorbije jaren werd er uitgegaan van een minimumbedrag van 679 miljoen euro. De 810 miljoen euro is nog steeds een totaalbedrag. Naast de nieuwe frequentieband voor 5G, worden immers ook de oude frequenties voor onder meer het tragere 2G en 3G netwerk opnieuw geveild. Dat kan wellicht ten vroegste in 2021.

Die verhoging is belangrijk, de extra inkomsten kunnen een compromis over de verdeling van de inkomsten politiek verteerbaar maken. De bestaande verdeelsleutel kan zo min of meer dezelfde blijven omdat in absolute cijfers zowel de gemeenschappen als de federale overheid er fors op vooruitgaan. Het nadeel is wel dat de operatoren nog meer moeten betalen en dat zouden ze op de een of andere manier kunnen doorrekenen aan hun klanten.

De verhoging van om en bij de 130 miljoen euro, komt onder meer door het herwaarderen van een frequentieband. Minister van Telecom Philippe De Backer had afgelopen zomer gevraagd om de berekeningen te herbekijken voor een deel van het spectrum. Dezelfde frequentieband was aan hogere prijzen in het buitenland geveild. Maar toen klonk nog bij het BIPT die herwaardering niet zo'n grote impact zou hebben.

De verhoging kan wel nog wat lager uitvallen. De operatoren kunnen nog een korting krijgen in ruil voor een betere dekking. In het bijzonder zouden de operatoren dan extra investeren in het verbeteren van de connectiviteit langs de spoorlijnen.

Update 20/4/20:

De veiling van de 4G-band (800 MHz) bracht 360 miljoen euro op en geen 600 miljoen euro. Het artikel is hiervoor aangepast. Ook gaat de veiling over de 2G en 3G frequenties in plaats van 3G en 4G. De 4G-band (800 MHz) werd al in 2013 geveild voor een periode van 20 jaar.

Als er binnenkort een veiling wordt gehouden dan gaat dat geld naar het federale niveau, met een stukje voor de deelstaten. Maar er is politieke discussie over hoeveel dat moet zijn. Voor 4G, destijds goed voor 360 miljoen euro, was dat 80 procent voor de federale overheid en 20 procent (72 miljoen euro) voor Vlaanderen, Brussel en Wallonië.De argumentatie vanuit Vlaanderen is onder meer dat we door betere netwerken ook meer video (lees: media) zullen gebruiken en dat Vlaanderen en andere deelstaten dus meer recht hebben dan de 20 procent (en 80 procent voor het federale niveau) waar het bij 4G recht op had. Er werd vanuit Vlaanderen geopperd voor een 50/50 verdeling, maar ook voor een 20/80 (met 80 procent voor de deelstaten), want media zal het merendeel van de 5G-volumes en inkomsten genereren, zo werd beweerd.Dat wordt nu tegengesproken door een studie die minister voor Telecommunicatie Philippe De Backer door het BIPT liet uitvoeren, dat zich op zijn beurt liet bijstaan door Capgemini. In een uitgebreid en nog niet eerder uitgevoerd onderzoek bekeek het consultancybureau hoe zwaar media doorweegt bij 5G. Vandaag, en in de komende twintig jaar. Voor individuen, die video kijken op YouTube, Netflix, Facebook en Pornhub (want dat is ook videostreaming), maar ook voor objecten, waarmee vooral de zakelijke toepassingen worden bedoeld. Denk daarbij aan sensoren, productieprocessen enz...In het kort stellen het BIPT en Capgemini vier cijfers voor om het aandeel van media in 5G te meten. Enerzijds op basis van datavolume en de financiële omzet, anderzijds op een eerder nauwe kijk, waarbij enkel professionele video wordt meegeteld, of een meer brede kijk waarbij ook amateurbeelden (zoals kattenvideo's) worden meegeteld.Op vlak van volume komt het BIPT uit op 4,94 procent in het meest nauwe geval en 17,79 procent voor de meest brede kijk. Als we kijken naar omzet dan gaat het om 7,94 procent bij een nauwe kijk, of 28,20 procent voor de meest ruime blik.De telecomregulator doet zelf geen uitspraak welke van die vier cijfers het meest relevant is. "We hopen dat dit een objectieve basis zal bieden voor de politieke discussie," zegt Michel Van Bellinghen, voorzitter van het BIPT. "Dit moet helpen om een beslissing te nemen zodat er volgend jaar een veiling kan georganiseerd worden." Een veiling die vooral werd uitgesteld omdat er geen politiek akkoord werd gevonden voor de verkiezingen in 2019."De studie heeft niet als doel om te bepalen wie recht heeft op wat. De studie kijkt vooral naar wat media is," vult Axel Desmedt, raadslid van het BIPT, aan. "Er is al jaren discussie over wat media precies is en wat het aandeel daarvan is (op mobiele netwerken en voor 5G in de toekomst, nvdr), dat willen we hiermee objectiveren."Hoewel het BIPT zijn handen afhoudt van het politieke spel, lijkt de teerling hiermee wel te rollen in het voordeel van de federale overheid. Vlaanderen, de Franstalige gemeenschap en de Duitstalige gemeenschap kunnen op basis van het onderzoek niet langer claimen dat media nu en in de toekomst goed is voor de helft of meer van het 5G-netwerk. In het beste geval komt het op net geen dertig procent. In het slechtste geval op amper vijf procent. Al staat het politici uiteraard vrij om de studie zelf te betwisten, naast zich neer te leggen, of alsnog een ander percentage uit de brand te slepen mits wat politieke koehandel.Update 20/4/20:De veiling van de 4G-band (800 MHz) bracht 360 miljoen euro op en geen 600 miljoen euro. Het artikel is hiervoor aangepast. Ook gaat de veiling over de 2G en 3G frequenties in plaats van 3G en 4G. De 4G-band (800 MHz) werd al in 2013 geveild voor een periode van 20 jaar.