De Chinese netwerkfabrikanten zijn al een tijdje niet langer welkom in Amerikaanse telecomnetwerken. Dat wil zeggen dat operatoren geen nieuwe apparatuur meer mogen gebruiken, maar ook dat hun bestaande netwerkinfrastructuur op termijn vrij moet zijn van Huawei en ZTE.

Dat is financieel vooral lastig voor kleine operatoren. Naast grote spelers als AT&T, T-Mobile of Verizon, zijn er ook tientallen lokale mobiele aanbieders die in specifieke gebieden voor mobiele dekking zorgen. Soms gaat het om spelers die nog geen honderdduizend klanten hebben. Zij zijn sowieso al vaak afhankelijk van overheidssteun, waardoor zij het niet zien zitten om te investeren in een vervanging van hun netwerk

Kleine operatoren tot tien miljoen klanten

In 2019 al werd een pakket van 700 miljoen dollar aan subsidies bekeken, maar later schatte de FCC de kosten op bijna twee miljard. Daarom heeft de regulator nu ingestemd met een steunpakket van 1,9 miljard dollar voor die lokale operatoren, schrijft Reuters.

Ook de drempel voor wie in aanmerking komt wordt verlaagd. Tot nu toe ging het op operatoren tot twee miljoen klanten. Voortaan kunnen Amerikaanse operatoren met minder dan tien miljoen klanten financiële steun vragen om Chinese netwerkapparatuur te vervangen.

Ook in Europa weren de meeste landen, onder stevige druk van de VS, nog samenwerking met de twee Chinese spelers. Al gaat het er hier iets minder streng aan toe. Doorgaans mag bestaande netwerkapparatuur nog wel blijven staan, maar mag het core netwerk niet van een Chinese speler zijn of mag het marktaandeel van die spelers niet te hoog liggen.

In praktijk betekent dat echter dat veel operatoren Huawei en ZTE vrijwel volledig links laten liggen in Europa, wat dan weer goed nieuws is voor Ericsson en Nokia, die nu de enige twee grote leveranciers zijn van mobiele netwerkapparatuur.

De Chinese netwerkfabrikanten zijn al een tijdje niet langer welkom in Amerikaanse telecomnetwerken. Dat wil zeggen dat operatoren geen nieuwe apparatuur meer mogen gebruiken, maar ook dat hun bestaande netwerkinfrastructuur op termijn vrij moet zijn van Huawei en ZTE.Dat is financieel vooral lastig voor kleine operatoren. Naast grote spelers als AT&T, T-Mobile of Verizon, zijn er ook tientallen lokale mobiele aanbieders die in specifieke gebieden voor mobiele dekking zorgen. Soms gaat het om spelers die nog geen honderdduizend klanten hebben. Zij zijn sowieso al vaak afhankelijk van overheidssteun, waardoor zij het niet zien zitten om te investeren in een vervanging van hun netwerkIn 2019 al werd een pakket van 700 miljoen dollar aan subsidies bekeken, maar later schatte de FCC de kosten op bijna twee miljard. Daarom heeft de regulator nu ingestemd met een steunpakket van 1,9 miljard dollar voor die lokale operatoren, schrijft Reuters.Ook de drempel voor wie in aanmerking komt wordt verlaagd. Tot nu toe ging het op operatoren tot twee miljoen klanten. Voortaan kunnen Amerikaanse operatoren met minder dan tien miljoen klanten financiële steun vragen om Chinese netwerkapparatuur te vervangen.Ook in Europa weren de meeste landen, onder stevige druk van de VS, nog samenwerking met de twee Chinese spelers. Al gaat het er hier iets minder streng aan toe. Doorgaans mag bestaande netwerkapparatuur nog wel blijven staan, maar mag het core netwerk niet van een Chinese speler zijn of mag het marktaandeel van die spelers niet te hoog liggen.In praktijk betekent dat echter dat veel operatoren Huawei en ZTE vrijwel volledig links laten liggen in Europa, wat dan weer goed nieuws is voor Ericsson en Nokia, die nu de enige twee grote leveranciers zijn van mobiele netwerkapparatuur.