Last FM experimenteert met abonnementsformules, Apple komt met een dienst voor microbetalingen, Facebook zet zijn eerste stappen in de wereld van het virtuele geld. Het ‘gratis’-verhaal op het internet lijkt zijn beste tijd te hebben gehad.
Enkele cijfers. Facebook spendeert meer dan 1 miljoen dollar per maand aan elektriciteit. Idem dito voor bandbreedtekosten. Zuckerberg heeft 100 miljoen dollar aan de kant gezet om 50.000 nieuwe servers te kunnen kopen, eenzelfde bedrag is nodig voor het uitbreiden van de storage-infra-structuur. En dan vergeten we nog het huren van kantoorruimte en datacentercapaciteit: minstens 50 miljoen dollar per jaar.
Facebook geeft dus heel wat geld uit. Er zijn wel inkomsten (265 miljoen dollar in 2008), maar die volstaan niet om de kosten te dekken. En grote adverteerders lijken niet meteen geneigd om hun budgetten voor social media fors op te trekken. Het ‘vijfde land in de wereld’ is dus volop op zoek naar nieuwe inkomstenbronnen. Want iemand zal de rekening moeten betalen.
“Als je naar de cijfers kijkt, dan besef je meteen dat sociale webplatformen niet gratis kunnen blijven”, bevestigt Jo Caudron van One Agency. “We zitten volop in een recessie, gratis sites kunnen niet langer in de markt gezet worden, én de gebruikers zijn verslaafd aan social media. Is het in die context dan niet logisch dat we evolueren naar een model waarbij er kleine bedragen betaald worden voor diensten die we in het verleden gratis kregen? De eerste voortekenen wijzen volop in die richting.”
Microbetalingen
Caudron doelt onder meer op het feit dat de populaire social musicsite Last FM onlangs begon te experimenteren met betalende abonnementsformules, en op het gegeven dat een krant als The New York Times (die haar content vooralsnog gratis ter beschikking stelt), serieus denkt aan microbetalingen voor artikels. “Zou jij geen tien cent betalen voor een degelijk artikel?”, vraagt de online specialist. “Als er een manier gevonden wordt waarop zulke transacties gemakkelijk afgehandeld kunnen worden, zal de bal snel aan het rollen gaan. En dan is de kans groot dat de hele markt op enkele jaren tijd veranderd van gratis naar betalend.”
Eén van de ondernemingen die dat goed begrepen heeft, is Apple. Bij de aankondiging van het nieuwe besturingssysteem voor de iPhone werd duidelijk dat Cupertino een service gaat integreren waarmee er kan betaald worden ín applicaties. (In-App Purchases)
Een voorbeeld. De software voor de mobiele site van De Standaard is gratis. De headlines raadplegen ook, maar als je een heel artikel wil lezen op je smartphone, betaal je automatisch tien cent. Bij de lancering in juli van het iPhone OS 3.0 kan zulk een scenario onmiddellijk realiteit worden. En opvallend: Apple zal instaan voor de microbetalingen, niet Visa of Mastercard.
“Mensen die smartphones gebruiken raken stilaan gewend aan microbijdragen”, aldus nog Cau-dron. “Ze betalen immers al voor toepassingen in de App Store, of voor liedjes via iTunes. Blackberry, Nokia en Google moeten volgen. Allemaal bouwen ze platformen die microbetalingen mogelijk maken. Binnenkort gaan heel wat financiële transacties dus via de hardwareproviders verlopen. Een schrikwekkende gedachte voor de telco’s, die er nog steeds van uit gaan dat zij de grote winnaar worden op die markt.”
Credits
Enerzijds heb je de microbe-talingen, anderzijds is er het virtuele geld. Facebook is intussen al volop bezig met de uitrol van een virtuele munt die op termijn gebruikt kan worden als universeel betalingssysteem. Facebook als marktplaats voor microbetalingen, dat is zowat het idee.
Door credits aan te kopen, verdwijnt alvast de nood aan ingewikkelde transacties met de kredietkaart. In plaats van je stukje plastic boven te halen voor een aankoop, kan je als gebruiker virtueel geld spenderen dat je al eerder op de kop hebt getikt. En dat alles met één druk op de knop. Geld uitgeven op Facebook wordt zo heel wat eenvoudiger. Wat op zijn beurt voor aanzienlijke nieuwe inkomsten-stromen zorgt, zeker als je transactiekosten mee in rekening neemt. In China is dit model intussen al gemeengoed. In die mate zelfs dat de overheid begint te vrezen dat de sociale webplatformen de stabiliteit van de Yuan in gevaar brengen. De grootste Chinese speler, Tencent, verkoopt en masse virtuele muntjes waarmee online allerlei dingen aangekocht kunnen worden.
“Op grote sociale sites met een geëngageerd publiek kan erg veel geld omgaan”, weet ook e-business specialist Charles Crouch van de Boston University. “En zo ontstaan er weer nieuwe businessmodellen. Stel je voor dat je een uitgever bent, en je maakt je content toegankelijk voor Facebook-gebruikers. Zij betalen met credits om de content te lezen, en met die credits kan die uitgever dan weer reclame kopen op het platform.” Met meer dan 200 miljoen gebruikers is Facebook groter dan Brazilië, “en waarom zou je dan géén eigen munt creëren”, aldus nog Crouch. “Anderzijds mag je nooit de klant uit het oog verliezen, er moet waarde gecreëerd worden. Als koffiehuis zou je bijvoorbeeld tien credits bij een kopje koffie kunnen geven. Credits die gebruikt kunnen worden voor online nieuwsdiensten. Zo duiken er tal van interessante combinaties met derden op. De rode draad is dat iemand de rekening zal moeten betalen. Is het niet de adverteerder of de eindgebruiker, dan wel het koffiehuis. Het ‘gratis’-verhaal is dood en begraven.”
Frederik Tibau