De personal computer blaast veertig kaarsjes uit

De eerste pc was de IBM PC Model 5150, hier met printer. © Getty Images
Pieterjan Van Leemputten

Op 12 augustus 1981 kwam de IBM-pc op de markt. Het toestel werd een succes in bedrijven en huiskamers. Wat maakte dat deze machine de standaard voor computers zou worden?

De computer voor persoonlijk gebruik, in tegenstelling tot dure en grote bedrijfsmachines, is niet uitgevonden door IBM. Al in 1977 maakte Apple met de Apple II een massaproduct, maar ook Tandy, Commodore en anderen ontwikkelden al enkele jaren (naar toenmalige normen) kleine computers voor de massa.

4,77 MHz

In de zomer van 1981 kwam ook IBM met een eigen toestel, Model 5150, vanaf 1.565 dollar. Een stevig verschil met IBM’s goedkoopste zakelijke machine waarvan de prijs rond de tienduizend dollar lag. Voor dat bedrag kreeg je toen de nieuwe Intel 8088-chip met een kloksnelheid van 4,77 megahertz met 16 tot 64 kilobyte RAM.

Waar de IBM-PC in verschilde van concurrenten, was de open architectuur, waardoor het mogelijk was voor andere spelers om hard- en software voor het toestel te ontwikkelen. De computer was een commercieel succes, zodanig zelfs dat het moeilijk werd om er een op de kop te tikken.

Een IBM laptop model 5140 uit 1987-1988.
Een IBM laptop model 5140 uit 1987-1988.© Getty Images

Klonen

Die combinatie zorgde voor de opkomst van ‘klonen’: computers van derden die hun eigen modellen uitbrachten met vergelijkbare componenten die volledig of zo goed mogelijk compatibel waren met de IBM-PC en de software die erop draaide. Het kostte IBM een jaar om de pc te maken, maar amper een jaar later doken de eerste klonen al op. Het deed IBM er al snel toe besluiten om software zoals MS-DOS in licentie te geven aan merken als Compaq die hun eigen pc uitbrachten.

De IBM PCjr home computer uit 1984-1985.
De IBM PCjr home computer uit 1984-1985.© Getty Images

Het zorgde ervoor dat de pc op enkele jaren tijd de meest gangbare computer thuis en op de werkvloer werd, in combinatie met een markt waar verschillende fabrikanten hard- en software ontwikkelden die ook op toestellen van andere merken werkten. De term ‘Pc-compatibel’ werd een verkoopargument. Een vanzelfsprekendheid waar we vandaag amper nog bij stilstaan.

Tegen 1987 werd de IBM Personal Computer stopgezet, maar de pc als begrip bleef doorgroeien. Computers werden krachtiger en goedkoper. Het door Microsoft aangeleverde MS-DOS (dat Microsoft zelf had overgenomen van een ander bedrijf) werd aangevuld met de grafische interface Windows 1.0 die met elke versie verder verwijderd raakte van de onderliggende DOS-interface, maar vooral de gebruiksvriendelijkheid vergrootte. Zo konden ook niet-techneuten sneller met een pc aan de slag voor tekstverwerking, spelletjes of andere activiteiten. Hoewel het internet al bestond, was dat begin jaren negentig nog verre van relevant voor de doorsnee consument.

Sneller, kleiner, goedkoper

Terwijl de prijzen daalden en de hardware verbeterde, maakte de pc ook een aantal evoluties door. De bak met scherm bovenop werd dunner en verfijnder en gaandeweg kwam die bak naast het scherm te staan, desktops zoals we ze nu kennen. Er kwam ook een draagbare variant: de laptop. Die bestonden al voor de IBM-pc, maar naar het einde van de jaren negentig toe werd ook die vormfactor betaalbaar.

Een laptop van HP en Compaq in 2002.
Een laptop van HP en Compaq in 2002.© Getty Images

De verkoop boomde. In 1996 werden er zo’n zeventig miljoen pc’s verkocht* wereldwijd. Tegen 2006 waren dat er 240 miljoen per jaar. In de jaren nadien zou het design van de toestellen nog diverser worden. Laptops werden dunner, lichter en krachtiger. Bij desktops kon je kiezen uit honderden modellen, van budgetvriendelijke huiskamerpc’s tot krachtige gamingtoestellen.

Een Lenovo Ideacenter Y900, een gamingpc uit 2016.
Een Lenovo Ideacenter Y900, een gamingpc uit 2016.© Getty Images

Fabrikanten zoals Asus experimenteerden met netbooks, lichte en kleine laptops met een hoge autonomie, de voorloper van de ultrabooks en 2-in1’s van vandaag. IBM zelf verkocht zijn laptopafdeling, bekend van de ThinkPad-laptops met de pointing stick, aan Lenovo in 2005.

*De verkoopcijfers in dit stuk zijn hoofdzakelijk gebaseerd op metingen van Gartner.

Asus kwam als een van de eersten met minilaptops of netbooks.
Asus kwam als een van de eersten met minilaptops of netbooks.© Getty Images

De terugval

De markt bereikte zijn piek rond 2013 toen er 352 miljoen toestellen per jaar werden verkocht. Daarna begon de verkoop te haperen. Hoewel de meeste mensen nog wel een pc hadden, was niet langer hun enige toestel voor ‘personal computing’.

De lancering van de iPhone en eerste Android-apparaten in 2007 en 2008, gecombineerd met tablets, maakte de pc overbodig. Wifi en mobiele datanetwerken zorgden ervoor dat alles wat we tot dan op een pc deden, we ook elders konden doen. Dat maakte dat wie al een pc had via het werk, of nog een ouder toestel had, minder snel de nood zag om een nieuw eigen toestel aan te schaffen.

Vandaag lijkt het landschap opnieuw te veranderen. Rond 2017-2019 was de verkoop teruggevallen naar 260 miljoen stuks per jaar, maar door de coronacrisis kent de pc-markt een heropleving. Thuiswerken en thuisonderwijs creëren meer vraag en die is niet tijdelijk. Lenovo, de grootste pc-fabrikant ter wereld, verwacht dat die vraag nog vijf jaar zal aanhouden.

Op zijn veertigste verjaardag zijn de hoogdagen van de pc voorbij, maar dood is het toestel zeker niet. De personal computer maakte van de computer iets voor de massa en zelfs met nieuwe toestellen zoals de smartphone of spraakassistenten, blijft het apparaat een prominente plek hebben in ons persoonlijk of professioneel leven. De term ‘pc’ mag dan al snel zijn losgetrokken van IBM, het model van open architectuur zorgde voor een revolutie die ons leven grondig veranderd heeft.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content