ITU-index nuanceren graag!

03/04/09 om 10:00 - Bijgewerkt om 09:59

Bron: Datanews

Zowat de hele Belgische pers besteedde recentelijk aandacht en zorgelijke commentaren aan de jongste ict-index van de ITU, waarin België van de 15de naar de 24ste plaats is getuimeld. Zo hekelde Luc Blyaert ('België keldert in wereldwijde ict-index') in Data News het ontbreken van een beleid gericht op meer telecomaanbieders en lagere tarieven. Nadere beschouwing van de ITU-index leert echter dat enige nuancering op zijn plaats is.

Zowat de hele Belgische pers besteedde recentelijk aandacht en zorgelijke commentaren aan de jongste ict-index van de ITU, waarin België van de 15de naar de 24ste plaats is getuimeld. Zo hekelde Luc Blyaert ('België keldert in wereldwijde ict-index') in Data News het ontbreken van een beleid gericht op meer telecomaanbieders en lagere tarieven. Nadere beschouwing van de ITU-index leert echter dat enige nuancering op zijn plaats is.

Een eerste vaststelling is dat België zijn index gedurende de beschouwde periode (2002-2007) daadwerkelijk zag toenemen. In 2002 bedroeg de ITU-index voor België nog 4,91 terwijl deze vijf jaar later 6,14 bedroeg. Dit is een vooruitgang, maar de vooruitgang is trager dan de groei binnen een aantal andere West-Europese landen zoals die van Italie, Frankrijk en Ierland, die de positie van België dan ook zijn beginnen uithollen in 2007.

Twee majeure oorzaken voor de relatieve achteruitgang van België komen in de commentaren naar voor: het totale aantal gebruikers van mobiele communicatie, en het percentage daarvan dat gebruikmaakt van mobiel internet (via hsdpa, umts, en Edge-netwerken).

De groei van het aantal Belgen dat een mobiel abonnement en/of prepaidkaart heeft is inderdaad in vergelijking met verschillende landen 5 jaar lang minder sterk toegenomen. Onze mobiele markt was in 2002 echter al behoorlijk gesatureerd en liet voor de jaren erna dan ook minder groeikansen over, terwijl in landen zoals Ierland en Frankrijk het aantal mensen dat nog geen gsm in die periode gebruikte nog relatief hoog was. Anderzijds zien we dat in landen zoals Nederland en Italie het aantal inschrijvingen vlot over de 100% gaat, terwijl deze in Belgie rondom 100% blijven zweven. Het hebben van meerdere prepaidkaarten of abonnementen per persoon is hier dus (nog) niet sterk ingeburgerd, wat de index mee omlaag duwt. Dit zou echter ook gewoon met de bekende Belgische merkentrouw te maken kunnen hebben, en is op zich geen reden tot paniek.

De stagnatie in mobiel internetgebruik is verontrustender. Terwijl de groei van het aantal mobiele gebruikers die ook van internetgebruiken maken in de andere West-Europese landen de afgelopen 5 jaar gestaag toenam, bleef deze volgens de ITU in België zweven rond de 2,7%. De meest plausibele oorzaak zijn de duurdere tarieven in België voor mobiele internetdiensten. In de perscommentaren werd daarom sterk gefocust op een gebrekkige liberalisering van de mobiele markt in België. Gezien de recente aanbiedingen van Mobistar, Proximus en Base/Mobile Vikings op dit vlak, kan je veronderstellen dat de kloof met de buitenlandse tarieven is afgenomen. Bovendien kan je je ten zeerste afvragen of het verhogen van het aantal mobiele aanbieders, zoals in het commentaar van Luc Blyaert naar voor geschoven wordt, de panacee zal zijn voor deze problematiek. Het ontbreken van echte infrastructuurconcurrentie op het vlak van mobiel internet (door achterblijven van investeringen in 3G bij de uitdagers van Proximus) is ons inziens nefaster voor de ontwikkeling van mobiel internet. Paradoxaal genoeg zou het dus kunnen dat een liberaliseringsbeleid gericht op het in leven houden van kleine spelers zoals Base in ons land, in plaats van een beleid gericht op het stimuleren van sterke infrastructuurconcurrenten, mede de oorzaak is geweest van de hoge tarieven voor mobiel internet.

Tenslotte wordt in de meeste commentaren een derde factor veronachtzaamd die weliswaar minder doorweegt in de weging, maar de composite index toch ook benadeelt. Dat is deze van de gross enrolment ratio, die in België tijdens de periode 2002-2007 globaal sterk is afgenomen. Deze index meet in wezen de democratisering van het onderwijs binnen een bepaald land en dient als indicator om na te gaan hoeveel percent van de bevolking de vaardigheden opbouwt om met informatie- en communicatietechnologie om te gaan. De Europese Commissie kondigde deze week aan dat ze haar inspanningen voor ict en innovatie zwaar zou optrekken om verzwakking van haar concurrentiepositie op wereldvlak tegen te gaan. Indien het België ernst is met het verdedigen van haar plaats op dergelijke indices, .mogen zulke structurele factoren niet buiten focus blijven.

Lode De Waele is onderzoeker bij het IBBT-SMIT, Vrije Universiteit Brussel en medewerker ITU- ICT- index Pieter Ballon is onderzoeksleider IBBT-SMIT, Vrije Universiteit Brussel

Onze partners