Stel u voor dat u in een nabije toekomst een mensachtige robot zo uit het rek van een elektrowinkel kunt halen, hem/haar mee naar huis neemt, en uw nieuwe aanwinst meteen aan het werk zet in het huishouden. Geen gezeur, geen halfslachtig werk, geen bemoeienissen met de rest van uw gezinsleven: hij of zij is gewoon geprogrammeerd om zijn/haar job te doen, en verder niets. Dat is het uitgangspunt van 'Detroit: Become Human', een videogame die zopas verscheen voor de PlayStation 4-console. In die game kruipt u in de huid van Kara en Markus, twee androïden die in de wereld die de scenaristen van het spel hebben geschapen bestemd zijn als huishoud- en andersvalidenhulp, en die in het begin van het spel ook een paar - zeker voor een videogame - compleet onzinnig lijkende taken opgelegd krijgen. Nieuwe verf gaan kopen voor de andersvalide schilder die eigenaar is van Markus, bijvoorbeeld. Of het onderkomen van de werkloze nietsnut Todd Williams en diens mishandelde dochter Alice opruimen. Ze doen gewoon hetgene waarvoor ze geprogrammeerd zijn, en in het begin van het spel heeft de speler ook geen andere keuze dan de opgelegde missies te volgen. Maar dan gebeurt er plotseling iets. Kara en Markus breken, tijdens een crisismoment, uit hun programmering.
...