Dat de Belgische app voor contactopsporing tegen september klaar moest zijn, was al bekend. Dinsdag heeft het interfederaal comité testing en tracing nu ook beslist wie die app moet gaan bouwen. De door Smals - de IT-dienstenleverancier van de overheid - uitgeschreven overheidsopdracht is gegund aan het Brusselse softwarebedrijf Devside. Dat vernam De Tijd en werd ondertussen ook aan Belga bevestigd door Carmen De Rudder, de woordvoerder van het comité.

Dat interfederaal comité met de Vlaamse topambtenaar Karine Moykens aan het hoofd, moet een systeem op poten zetten om besmette mensen zo snel mogelijk te detecteren en in quarantaine te zetten. Het systeem moet ook speuren naar mensen met wie ze in nauw contact zijn geweest. De te bouwen app is een deel van die opsporingspuzzel.

Keuze voor DP3T

Wat de app zelf betreft, staat Devside dus in voor de ontwikkeling maar die moet gebouwd worden als een Belgische variant op de al bestaande Duitse 'Corona Warn'-app. Die is sinds midden juni al beschikbaar en was na een week al ruim 10 miljoen keer gedownload en geïnstalleerd. De Duitse app - en dus binnenkort ook de Belgische variant - is gebaseerd op de DP3T-technologie waaronder Apple en Google ook hun schouders gezet hebben.

Dit DP3T-protocol ('Decentralized Privacy-Preserving Proximity Tracing', nvdr) zorgt ervoor dat de app de locatie van mensen niet volgt en geen persoonlijke gegevens opslaat op een centrale server. De rol van Apple en Google is dat ze hun besturingssystemen iOS en Android aangepast hebben om apps met DP3T mogelijk te maken. De oplossing werkt met Bluetooth-signalen waarbij DP3T inherent de privacy beschermt. De Leuvense professor en encryptiespecialist Bart Preneel is een grote voorstander van DP3T en brak eind april al een lans voor dit model, samen met andere wetenschappers uit 26 landen. Eind mei lanceerde hij in een opiniebijdrage een duidelijke oproep om een op DP3T gebaseerde corona-app te omarmen.

Er is overigens ook nog een tweede aanbesteding. Die is gegund aan het securitybedrijf NVISO dat moet testen of de app aan alle veiligheidsregels voldoet. Of de voorop gestelde datum van 1 september gehaald wordt is wel nog maar de vraag. Projectleider Bart Preneel zegt daarover dit in De Tijd: "Ik heb altijd gezegd dat je acht à negen weken nodig hebt. Ik zie de lancering eerder midden september of in de derde week van die maand gebeuren." De beslissingen over de Belgische opsporingsapp moet overigens vandaag wel nog officieel bekrachtigd worden op het Interministerieel Comité, waar de acht bevoegde ministers voor Volksgezondheid in ons land bijeenkomen.

Dat de Belgische app voor contactopsporing tegen september klaar moest zijn, was al bekend. Dinsdag heeft het interfederaal comité testing en tracing nu ook beslist wie die app moet gaan bouwen. De door Smals - de IT-dienstenleverancier van de overheid - uitgeschreven overheidsopdracht is gegund aan het Brusselse softwarebedrijf Devside. Dat vernam De Tijd en werd ondertussen ook aan Belga bevestigd door Carmen De Rudder, de woordvoerder van het comité.Dat interfederaal comité met de Vlaamse topambtenaar Karine Moykens aan het hoofd, moet een systeem op poten zetten om besmette mensen zo snel mogelijk te detecteren en in quarantaine te zetten. Het systeem moet ook speuren naar mensen met wie ze in nauw contact zijn geweest. De te bouwen app is een deel van die opsporingspuzzel.Wat de app zelf betreft, staat Devside dus in voor de ontwikkeling maar die moet gebouwd worden als een Belgische variant op de al bestaande Duitse 'Corona Warn'-app. Die is sinds midden juni al beschikbaar en was na een week al ruim 10 miljoen keer gedownload en geïnstalleerd. De Duitse app - en dus binnenkort ook de Belgische variant - is gebaseerd op de DP3T-technologie waaronder Apple en Google ook hun schouders gezet hebben.Dit DP3T-protocol ('Decentralized Privacy-Preserving Proximity Tracing', nvdr) zorgt ervoor dat de app de locatie van mensen niet volgt en geen persoonlijke gegevens opslaat op een centrale server. De rol van Apple en Google is dat ze hun besturingssystemen iOS en Android aangepast hebben om apps met DP3T mogelijk te maken. De oplossing werkt met Bluetooth-signalen waarbij DP3T inherent de privacy beschermt. De Leuvense professor en encryptiespecialist Bart Preneel is een grote voorstander van DP3T en brak eind april al een lans voor dit model, samen met andere wetenschappers uit 26 landen. Eind mei lanceerde hij in een opiniebijdrage een duidelijke oproep om een op DP3T gebaseerde corona-app te omarmen.Er is overigens ook nog een tweede aanbesteding. Die is gegund aan het securitybedrijf NVISO dat moet testen of de app aan alle veiligheidsregels voldoet. Of de voorop gestelde datum van 1 september gehaald wordt is wel nog maar de vraag. Projectleider Bart Preneel zegt daarover dit in De Tijd: "Ik heb altijd gezegd dat je acht à negen weken nodig hebt. Ik zie de lancering eerder midden september of in de derde week van die maand gebeuren." De beslissingen over de Belgische opsporingsapp moet overigens vandaag wel nog officieel bekrachtigd worden op het Interministerieel Comité, waar de acht bevoegde ministers voor Volksgezondheid in ons land bijeenkomen.