In de zomer beklonken Telenet en Fluvius hun samenwerking. Ze richten een nieuw infrastructuurbedrijf op waarin ze hun vaste netwerkactiva onderbrengen. Telenet krijgt 66,8 procent in handen, Fluvius 33,2 procent. Doel is om 78 procent van Vlaanderen tegen 2038 te voorzien van glasvezel.

Aanvankelijk zou het nieuwe bedrijf begin volgend jaar kunnen starten. Maar nu verwachten Telenet en Fluvius dat het pas 'tegen de zomer van 2023' uit de startblokken kan komen. Ze moeten hun samenwerking aanmelden bij het directoraat-generaal Mededinging van de Europese Commissie, zo melden ze donderdag.

Nog voor de glasvezeldeal volledig beklonken was, had de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) al bekendgemaakt dat ze een onderzoek opende naar de samenwerking. De concurrentiewaakhond neemt onder de loep of het marktverstorend is dat Fluvius via intercommunales in handen is van alle Vlaamse gemeenten.

De gemeenten spelen namelijk een belangrijke rol in de vergunningsprocedures en de coördinatie van de werken om de netwerken aan te leggen. Ook bij de plannen van Telenet-concurrent Proximus, die al een tijdje bezig is met het aanleggen van zijn glasvezelnetwerk in heel België.

Halve waarheden op de marketingafdeling

Intussen loopt de marketingstrijd tussen Telenet en Proximus wel hoog op. Terwijl kleine alternatieve operatoren amper kunnen overleven, promoot Proximus volop haar glasvezelnetwerk op plaatsen waar het dat intussen aanbiedt.

Telenet van haar kant communiceert intussen naar haar klanten dat ze zogezegd al glasvezel hebben. Zonder Proximus bij naam te noemen zegt het in een marketingbericht dat klanten dezer dagen termen als 'fiber' of 'glasvezel' te horen krijgen, maar dat ze als Telenet-klant al lang fiber hebben en 'surfen tegen gigasnelheid'.

Dat is een halve waarheid, en dat is nog zacht uitgedrukt. Telenet heeft (met uitzondering van nieuwe verkavelingen) enkel glasvezel in haar backbone, de grote verbindingen op haar netwerk. Dat is bij Proximus ook al jaren het geval. Maar de 'last mile', de verbinding tot in uw woonkamer, bestaat bij Telenet uit coax.

Dat speelt een grote rol, want hoewel Telenet vandaag tot 1 Gbps aanbiedt, is het onduidelijk hoeveel technologische rek er nog op coax zit. Dat kan misschien nog naar enkele gigabits per seconde gaan, maar binnen enkele jaren zal glasvezel normaliter sneller zijn.

Beweren dat je als Telenet-klant nu al op fiber zit klopt in de meeste gevallen helemaal niet want het laatste deel van de verbinding is geen glasvezel. Dat is net wat Telenet en Fluvius binnenkort, met enige vertraging, willen uitrollen. Het is zoals de luchthaven van Charleroi 'Brussels South' noemen. Het klinkt alsof je in Brussel landt, maar er gaapt nog een grote afstand tussen wat wordt geadverteerd en de realiteit.

In de zomer beklonken Telenet en Fluvius hun samenwerking. Ze richten een nieuw infrastructuurbedrijf op waarin ze hun vaste netwerkactiva onderbrengen. Telenet krijgt 66,8 procent in handen, Fluvius 33,2 procent. Doel is om 78 procent van Vlaanderen tegen 2038 te voorzien van glasvezel.Aanvankelijk zou het nieuwe bedrijf begin volgend jaar kunnen starten. Maar nu verwachten Telenet en Fluvius dat het pas 'tegen de zomer van 2023' uit de startblokken kan komen. Ze moeten hun samenwerking aanmelden bij het directoraat-generaal Mededinging van de Europese Commissie, zo melden ze donderdag.Nog voor de glasvezeldeal volledig beklonken was, had de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) al bekendgemaakt dat ze een onderzoek opende naar de samenwerking. De concurrentiewaakhond neemt onder de loep of het marktverstorend is dat Fluvius via intercommunales in handen is van alle Vlaamse gemeenten.De gemeenten spelen namelijk een belangrijke rol in de vergunningsprocedures en de coördinatie van de werken om de netwerken aan te leggen. Ook bij de plannen van Telenet-concurrent Proximus, die al een tijdje bezig is met het aanleggen van zijn glasvezelnetwerk in heel België.Intussen loopt de marketingstrijd tussen Telenet en Proximus wel hoog op. Terwijl kleine alternatieve operatoren amper kunnen overleven, promoot Proximus volop haar glasvezelnetwerk op plaatsen waar het dat intussen aanbiedt.Telenet van haar kant communiceert intussen naar haar klanten dat ze zogezegd al glasvezel hebben. Zonder Proximus bij naam te noemen zegt het in een marketingbericht dat klanten dezer dagen termen als 'fiber' of 'glasvezel' te horen krijgen, maar dat ze als Telenet-klant al lang fiber hebben en 'surfen tegen gigasnelheid'.Dat is een halve waarheid, en dat is nog zacht uitgedrukt. Telenet heeft (met uitzondering van nieuwe verkavelingen) enkel glasvezel in haar backbone, de grote verbindingen op haar netwerk. Dat is bij Proximus ook al jaren het geval. Maar de 'last mile', de verbinding tot in uw woonkamer, bestaat bij Telenet uit coax.Dat speelt een grote rol, want hoewel Telenet vandaag tot 1 Gbps aanbiedt, is het onduidelijk hoeveel technologische rek er nog op coax zit. Dat kan misschien nog naar enkele gigabits per seconde gaan, maar binnen enkele jaren zal glasvezel normaliter sneller zijn.Beweren dat je als Telenet-klant nu al op fiber zit klopt in de meeste gevallen helemaal niet want het laatste deel van de verbinding is geen glasvezel. Dat is net wat Telenet en Fluvius binnenkort, met enige vertraging, willen uitrollen. Het is zoals de luchthaven van Charleroi 'Brussels South' noemen. Het klinkt alsof je in Brussel landt, maar er gaapt nog een grote afstand tussen wat wordt geadverteerd en de realiteit.