Onder de term ultra dense vectoring of 2MX6 heeft Nokia in samenwerking met Proximus technologie ontwikkeld om de capaciteit van straatcabines op termijn te verdubbelen. Vandaag ligt die capaciteit op tweehonderd aansluitingen, met ultra dense vectoring gaat dat naar driehonderd en op termijn vierhonderd aansluitingen.

Geen tweede straatcabine nodig

Dat is in de eerste plaats goed nieuws voor Proximus zelf. Als uitbater van 28.000 ROP's (straatcabines) doorheen het land betekent dit dat het geen bijkomende cabine moet plaatsen als een bestaande ROP 'vol' zit. Het stroomverbruik ligt bovendien een stuk lager.

Maar het is ook goed nieuws voor de klanten, want hun maximumsnelheid komt een pak hoger te liggen. 'We gaan van 17MHz naar 35MHz waardoor de bandbreedte verdubbelt', vertelt Patrick Delcoigne, director Network Engineering & Operations bij Proximus. 'Tegelijk kunnen we veel meer klanten bedienen met dezelfde infrastructuur.'

Binnenin een straatcabine komen tot 200 verbindingen samen. Met ultra dense vectoring wordt dat aantal opgetrokken tot 300 en op termijn 400, waarbij ook de technisch haalbare snelheid dubbel zo hoog komt te liggen., PVL
Binnenin een straatcabine komen tot 200 verbindingen samen. Met ultra dense vectoring wordt dat aantal opgetrokken tot 300 en op termijn 400, waarbij ook de technisch haalbare snelheid dubbel zo hoog komt te liggen. © PVL

Sneller internet via koperparen

Proximus heeft sinds 2004 glasvezel tot aan de straatcabines. Voor de afstand tot aan de woningen zijn er twee soorten netwerken. Eerst is er het nieuwe glasvezelnetwerk, dat tegen 2028 zeventig procent van de huishoudens moet bedienen. Het andere is het kopernetwerk, de klassieke telefoondraad waarlangs Proximus ook zijn internetverbinding stuurt.

Die koperparen hebben hun technologische beperkingen. Hoe verder je woning van de straatcabine ligt, hoe lager de internetsnelheid. Proximus kon dat de afgelopen 25 jaar stevig rekken, mede dankzij de kwaliteit van het Belgisch kopernetwerk. Het ging van ADSL naar ADSL2, ADSL2+, VDSL, VDSL2 en pakte in 2013 uit met vectoring, een technologie waarmee het intussen snelheden tot 100Mbps kan aanbieden.

Ultra dense vectoring bouwt daarop verder en haalt zo de maximumsnelheid en het aantal aansluitbare woningen omhoog. Dat is bijzonder goed nieuws voor wie meer afgelegen woont. Daar haalt de verbinding vaak niet de geadverteerde maximumsnelheid.

Zo heeft, volgens de meest recente cijfers van het BIPT, 2,8 procent van de bevolking (zo'n 137.569 huishoudens) geen toegang tot 100Mbps. 0,9 procent (46.535 huishoudens) haalt geen 30Mbps. Als Proximus ultra dense vectoring in die buurten uitrolt, kunnen die cijfers drastisch verbeteren. Een ambitie die ook de federale regering heeft. Zo wil minister Petra De Sutter de witte zones, plaatsen waar geen 100Mbps kan worden gehaald, wegwerken.

Made in Antwerp

Proximus zal de technologie vooral inzetten in gebieden waar er niet meteen plannen zijn voor een grootschalige glasvezeluitrol. Zo demonstreerde het de installatie in een straatcabine in het Naamse Andenne. Maar de innovatie zelf komt van Nokia, specifiek van de Alcatel-Lucent-tak in Antwerpen, in nauwe samenwerking met Proximus.

'Nokia België is zeer sterk in access, voor fiber en koper zijn we het hoofdkwartier, met een sterke expertise in IP en routing', aldus Geert Heyninck, general manager van de Broadband Access Business Unit van Nokia. 'Maar Proximus heeft ons operationeel bijgestaan. We kregen input over de werking, waar het beter kan, dat helpt enorm om van technologie naar een degelijk product te gaan.'

'Een oplossing als deze ontwikkelen, met een eigen chipset, is een proces van jaren. Je moet dus voortdurend nagaan of het nog steeds in lijn is met wat de markt wenst. Als je van een operator als Proximus al feedback kan krijgen nog voor je je ASIC (Application-Specific Integrated Circuit, nvdr) uitbrengt, dan kan je nog steeds dingen verbeteren. Achteraf terug naar de tekentafel gaan is moeilijker', klinkt het.

'Dit is de kwaliteit die we willen bekomen in België', vult Delcoigne aan. 'We moeten kunnen concurreren, dus willen we een stabiele oplossing, zelfs op de oudere kopernetwerken.'

1 lijn 199 keer filteren, maal 200

Hoewel een straatcabine op het eerste zicht een banaal stuk straatmeubilair lijkt, benadrukken Delcoigne en Heyninck graag hoeveel technologie er in zo'n kast schuilt. Delcoigne: 'De verwerkingskracht is het equivalent van ettelijke PlayStations'.

Patrick Delcoigne (Proximus) en Geert Heyninck (Nokia) tonen de eerste straatcabine in Andenne die is uitgerust met ultra dense vectoring., PVL
Patrick Delcoigne (Proximus) en Geert Heyninck (Nokia) tonen de eerste straatcabine in Andenne die is uitgerust met ultra dense vectoring. © PVL

'Voor vectoring hebben we tweehonderd koperparen in een kast, maar al die paren veroorzaken interferentie op andere paren (wat de snelheid beperkt, nvdr). Met vectoring luister je in realtime naar de ruis van 199 andere paren om dat in realtime te filteren. En dat doe je vervolgens voor alle tweehonderd aansluitingen. Dat vergt een enorme rekenkracht. Eigenlijk is een straatcabine pure high tech.'

Wereldwijd aangeboden

Proximus is de eerste speler die de technologie zal inzetten, waarbij Nokia de technologie voor ultra dense vectoring wereldwijd zal aanbieden. Maar heeft zo'n technologie nog veel nut nu telecombedrijven wereldwijd inzetten op glasvezel?

'Natuurlijk gaat heel de wereld richting Fibre-to-the-Home (FTTH). Maar In sommige gebieden is dat nog niet voor meteen, of is zo'n uitrol te duur ten opzichte van het aantal aansluitbare klanten', vertelt Heyninck. 'Op dat moment kan je als operator kiezen: je houdt je klanten op 60Mbps, waar Proximus er in België in slaagt om tot 100 Mbps aan te bieden. Of je gaat voor een tussenoplossing zoals deze. Er bestaat dus wel degelijk een grote markt voor.'

Onder de term ultra dense vectoring of 2MX6 heeft Nokia in samenwerking met Proximus technologie ontwikkeld om de capaciteit van straatcabines op termijn te verdubbelen. Vandaag ligt die capaciteit op tweehonderd aansluitingen, met ultra dense vectoring gaat dat naar driehonderd en op termijn vierhonderd aansluitingen.Dat is in de eerste plaats goed nieuws voor Proximus zelf. Als uitbater van 28.000 ROP's (straatcabines) doorheen het land betekent dit dat het geen bijkomende cabine moet plaatsen als een bestaande ROP 'vol' zit. Het stroomverbruik ligt bovendien een stuk lager.Maar het is ook goed nieuws voor de klanten, want hun maximumsnelheid komt een pak hoger te liggen. 'We gaan van 17MHz naar 35MHz waardoor de bandbreedte verdubbelt', vertelt Patrick Delcoigne, director Network Engineering & Operations bij Proximus. 'Tegelijk kunnen we veel meer klanten bedienen met dezelfde infrastructuur.'Proximus heeft sinds 2004 glasvezel tot aan de straatcabines. Voor de afstand tot aan de woningen zijn er twee soorten netwerken. Eerst is er het nieuwe glasvezelnetwerk, dat tegen 2028 zeventig procent van de huishoudens moet bedienen. Het andere is het kopernetwerk, de klassieke telefoondraad waarlangs Proximus ook zijn internetverbinding stuurt.Die koperparen hebben hun technologische beperkingen. Hoe verder je woning van de straatcabine ligt, hoe lager de internetsnelheid. Proximus kon dat de afgelopen 25 jaar stevig rekken, mede dankzij de kwaliteit van het Belgisch kopernetwerk. Het ging van ADSL naar ADSL2, ADSL2+, VDSL, VDSL2 en pakte in 2013 uit met vectoring, een technologie waarmee het intussen snelheden tot 100Mbps kan aanbieden.Ultra dense vectoring bouwt daarop verder en haalt zo de maximumsnelheid en het aantal aansluitbare woningen omhoog. Dat is bijzonder goed nieuws voor wie meer afgelegen woont. Daar haalt de verbinding vaak niet de geadverteerde maximumsnelheid.Zo heeft, volgens de meest recente cijfers van het BIPT, 2,8 procent van de bevolking (zo'n 137.569 huishoudens) geen toegang tot 100Mbps. 0,9 procent (46.535 huishoudens) haalt geen 30Mbps. Als Proximus ultra dense vectoring in die buurten uitrolt, kunnen die cijfers drastisch verbeteren. Een ambitie die ook de federale regering heeft. Zo wil minister Petra De Sutter de witte zones, plaatsen waar geen 100Mbps kan worden gehaald, wegwerken.Proximus zal de technologie vooral inzetten in gebieden waar er niet meteen plannen zijn voor een grootschalige glasvezeluitrol. Zo demonstreerde het de installatie in een straatcabine in het Naamse Andenne. Maar de innovatie zelf komt van Nokia, specifiek van de Alcatel-Lucent-tak in Antwerpen, in nauwe samenwerking met Proximus.'Nokia België is zeer sterk in access, voor fiber en koper zijn we het hoofdkwartier, met een sterke expertise in IP en routing', aldus Geert Heyninck, general manager van de Broadband Access Business Unit van Nokia. 'Maar Proximus heeft ons operationeel bijgestaan. We kregen input over de werking, waar het beter kan, dat helpt enorm om van technologie naar een degelijk product te gaan.''Een oplossing als deze ontwikkelen, met een eigen chipset, is een proces van jaren. Je moet dus voortdurend nagaan of het nog steeds in lijn is met wat de markt wenst. Als je van een operator als Proximus al feedback kan krijgen nog voor je je ASIC (Application-Specific Integrated Circuit, nvdr) uitbrengt, dan kan je nog steeds dingen verbeteren. Achteraf terug naar de tekentafel gaan is moeilijker', klinkt het.'Dit is de kwaliteit die we willen bekomen in België', vult Delcoigne aan. 'We moeten kunnen concurreren, dus willen we een stabiele oplossing, zelfs op de oudere kopernetwerken.'Hoewel een straatcabine op het eerste zicht een banaal stuk straatmeubilair lijkt, benadrukken Delcoigne en Heyninck graag hoeveel technologie er in zo'n kast schuilt. Delcoigne: 'De verwerkingskracht is het equivalent van ettelijke PlayStations'.'Voor vectoring hebben we tweehonderd koperparen in een kast, maar al die paren veroorzaken interferentie op andere paren (wat de snelheid beperkt, nvdr). Met vectoring luister je in realtime naar de ruis van 199 andere paren om dat in realtime te filteren. En dat doe je vervolgens voor alle tweehonderd aansluitingen. Dat vergt een enorme rekenkracht. Eigenlijk is een straatcabine pure high tech.'Proximus is de eerste speler die de technologie zal inzetten, waarbij Nokia de technologie voor ultra dense vectoring wereldwijd zal aanbieden. Maar heeft zo'n technologie nog veel nut nu telecombedrijven wereldwijd inzetten op glasvezel?'Natuurlijk gaat heel de wereld richting Fibre-to-the-Home (FTTH). Maar In sommige gebieden is dat nog niet voor meteen, of is zo'n uitrol te duur ten opzichte van het aantal aansluitbare klanten', vertelt Heyninck. 'Op dat moment kan je als operator kiezen: je houdt je klanten op 60Mbps, waar Proximus er in België in slaagt om tot 100 Mbps aan te bieden. Of je gaat voor een tussenoplossing zoals deze. Er bestaat dus wel degelijk een grote markt voor.'