De plannen voor een vierde telecomoperator staan duidelijk in het regeerakkoord en al sinds 2018 is het de bedoeling om een deel van het spectrum voor 5G te reserveren voor zo'n vierde speler.

Maar volgens De Tijd staat dat opnieuw op losse schroeven. De krant wijst naar een parlementaire vraag van Maurits Vande Reyde (Open VLD) aan minister van Media Benjamin Dalle (CD&V) over het overlegcomité op 12 februari.

Op dat overlegcomité vroeg de Vlaamse regering dat de Raad van State de passages over die vierde operator toetst aan de Europese regels rond concurrentie op de interne markt. Tegelijk wordt aan federaal minister van Telecommunicatie Petra De Sutter (Groen) gevraagd om een nieuwe studie uit te voeren die de impact op de investeringen en de tewerkstelling in de sector bestudeert.

Een belangrijk detail daarbij is dat zo'n studie in 2018 al werd uitgevoerd. Vlaams Parlementslid Vande Reyde vreest dan ook dat het vooral een poging is van het Vlaamse niveau om de vierde operator alsnog tegen te houden.

Ook de drie klassieke operatoren (Proximus, Telenet en Orange) zien zo'n nieuwe speler liever niet komen. De kost om een nationaal mobiel netwerk uit te bouwen en te onderhouden blijft immers even groot, terwijl het aantal gebruikers in zo'n landschap door vier in plaats van drie netwerken moet gedeeld worden.

Inhoudelijke of politieke discussie?

Een belangrijke nuance in heel het debat is dat ze niet alleen te maken heeft met de discussie of zo'n vierde operator er moet komen, maar ook uit de verhoudingen in de verschillende regeringen. Vlaanderen, waar N-VA de regering leidt, staat al langer op de rem en deed al eerder pogingen om een vierde operator tegen te houden. Tot vorig jaar klonk het vooral dat de regio meer geld wou uit de veiling. Al sprak een studie dat tegen.

Zakelijke spelers

Tot slot is het niet helemaal duidelijk hoe de rol van zo'n vierde operator moet worden ingevuld. Dat kan een nationale speler zijn zoals Proximus, Telenet en Orange. Maar er zijn meer kapers op de kust, zoals Cegeka en Citymesh, die zich samen opwerpen als vierde operator, maar specifiek op de zakelijke markt.

Zij hebben momenteel, net zoals de drie grote operatoren, voorlopig 5G-spectrum. Maar als ze niet de kans krijgen om dat spectrum definitief te verwerven, dan fnuikt dat hun plannen op de telecommarkt (en de bijhorende jobs en investeringen).

Op dit moment lijken er weinig andere grote partijen geïnteresseerd om een vierde volwaardig telecomnetwerk op te zetten. De kans lijkt niet klein dat die rol dus voornamelijk wordt ingevuld door Cegeka/Citymesh. Dat lijkt dan vooral een Belgisch compromis. Er is dan een vierde operator, die zal marktaandeel afsnoepen van de drie overigen, maar enkel op de zakelijke markt, terwijl de consumentenmarkt in handen blijft van de drie spelers die al meer dan twintig jaar het landschap domineren.

De plannen voor een vierde telecomoperator staan duidelijk in het regeerakkoord en al sinds 2018 is het de bedoeling om een deel van het spectrum voor 5G te reserveren voor zo'n vierde speler.Maar volgens De Tijd staat dat opnieuw op losse schroeven. De krant wijst naar een parlementaire vraag van Maurits Vande Reyde (Open VLD) aan minister van Media Benjamin Dalle (CD&V) over het overlegcomité op 12 februari.Op dat overlegcomité vroeg de Vlaamse regering dat de Raad van State de passages over die vierde operator toetst aan de Europese regels rond concurrentie op de interne markt. Tegelijk wordt aan federaal minister van Telecommunicatie Petra De Sutter (Groen) gevraagd om een nieuwe studie uit te voeren die de impact op de investeringen en de tewerkstelling in de sector bestudeert.Een belangrijk detail daarbij is dat zo'n studie in 2018 al werd uitgevoerd. Vlaams Parlementslid Vande Reyde vreest dan ook dat het vooral een poging is van het Vlaamse niveau om de vierde operator alsnog tegen te houden.Ook de drie klassieke operatoren (Proximus, Telenet en Orange) zien zo'n nieuwe speler liever niet komen. De kost om een nationaal mobiel netwerk uit te bouwen en te onderhouden blijft immers even groot, terwijl het aantal gebruikers in zo'n landschap door vier in plaats van drie netwerken moet gedeeld worden.Een belangrijke nuance in heel het debat is dat ze niet alleen te maken heeft met de discussie of zo'n vierde operator er moet komen, maar ook uit de verhoudingen in de verschillende regeringen. Vlaanderen, waar N-VA de regering leidt, staat al langer op de rem en deed al eerder pogingen om een vierde operator tegen te houden. Tot vorig jaar klonk het vooral dat de regio meer geld wou uit de veiling. Al sprak een studie dat tegen.Tot slot is het niet helemaal duidelijk hoe de rol van zo'n vierde operator moet worden ingevuld. Dat kan een nationale speler zijn zoals Proximus, Telenet en Orange. Maar er zijn meer kapers op de kust, zoals Cegeka en Citymesh, die zich samen opwerpen als vierde operator, maar specifiek op de zakelijke markt.Zij hebben momenteel, net zoals de drie grote operatoren, voorlopig 5G-spectrum. Maar als ze niet de kans krijgen om dat spectrum definitief te verwerven, dan fnuikt dat hun plannen op de telecommarkt (en de bijhorende jobs en investeringen).Op dit moment lijken er weinig andere grote partijen geïnteresseerd om een vierde volwaardig telecomnetwerk op te zetten. De kans lijkt niet klein dat die rol dus voornamelijk wordt ingevuld door Cegeka/Citymesh. Dat lijkt dan vooral een Belgisch compromis. Er is dan een vierde operator, die zal marktaandeel afsnoepen van de drie overigen, maar enkel op de zakelijke markt, terwijl de consumentenmarkt in handen blijft van de drie spelers die al meer dan twintig jaar het landschap domineren.