De samenwerking werd afgelopen zomer al aangekondigd. In plaats van elk een eigen mobiel toegangsnetwerk (in praktijk: de zendmasten en daarbij horende infrastructuur) te onderhouden, slaan de twee de handen in elkaar om dit voortaan samen te doen. Dat slaat zowel op de huidige infrastructuur als op 5G dat op termijn wordt uitgerold.

"Met dit gedeelde mobiele toegangsnetwerk kunnen we streven naar een snellere en bredere uitrol van 5G, om zo de capaciteit en het bereik van het mobiele netwerk voor onze klanten te verbeteren. Proximus zal zich blijven onderscheiden om de beste mobiele ervaring te bieden." aldus Sandrine Dufour, CEO ad interim bij Proximus.

"De overeenkomst zal de concurrentieomgeving versterken en een sterke differentiatie qua dienstverlening en klantenervaring garanderen," vult Michael Trabbia, CEO van Orange Belgium aan.

Vandaag werken de drie mobiele operatoren al met zogenaamde site-sharing. Dat wil zeggen dat op één zendmast apparatuur van de drie spelers mag staan. Proximus en Orange gaan nog een stap verder door nu net netwerk zelf samen uit te baten. Dat moet ook leiden tot een energiebesparing van twintig procent.

Met de komst van 5G is die samenwerking nog crucialer. Voor bepaalde 5G-toepassingen is het bijvoorbeeld beter om het netwerk aan te vullen met kleine 5G base stations die een korter bereik hebben.

Ook Telenet, dat eigenaar is van Base, liet verstaan dat het graag wil toetreden tot die joint-venture, maar hoewel er gesprekken zijn geweest, was die piste niet erg levensvatbaar. Proximus en Orange maken momenteel (hoofdzakelijk) gebruik van apparatuur van Huawei. Base doet dat met infrastructuur van ZTE.

De vakbonden bij Proximus, waar momenteel ook wordt onderhandeld over het nieuwe sociaal akkoord, waren bij de aankondiging van de joint-venture minder enthousiast. Zo worden er bij Proximus alleen al 82 voltijdse werknemers verhuisd naar het nieuwe bedrijf dat het mobiele toegangsnetwerk zal uitbaten.