Tegen 2026 zullen er 202 miljoen FTTH/B (Fibre to the Home/Building) aansluitingen zijn in de 27 EU-lidstaten + het VK. Dat voorspelt de FTTH Council Europe, de sectorvereniging van glasvezelspelers dat de uitrol van dergelijke supersnelle netwerken promoot. Dat is meer dan een verdubbeling dan de 88,1 miljoen huizen die in 2019 waren aangesloten.

Naast de uitrol van glasvezelnetwerken zal ook het effectief gebruik stevig toenemen volgens de organisatie. Tegen 2026 zullen 73,3 procent van de huishoudens waar glasvezel beschikbaar is, er ook gebruik van maken. In 2012 was dit amper 23,4 procent.

Dat komt neer op 148 miljoen op 202 miljoen huishoudens in die 28 landen. Voor heel geografisch Europa (39 landen) verwacht de organisatie 208 miljoen aangesloten huishoudens tegen 2026.

Corona-momentum

De voornaamste oorzaken van die toename ligt aan de verdere uitrol in sommige landen, vooral in Duitsland, het VK en Italië verwacht de organisatie een stevige groei. Maar ook dat sommige landen hun kopernetwerk (de klassieke ADSL- en VDSL-verbindingen) zullen uitfaseren speelt mee.

Tot slot wijst de organisatie ook naar het momentum. Overheden tonen meer interesse en bereidwilligheid om glasvezel uit te rollen. Tegelijk heeft de coronacrisis het belang van een degelijke internetverbinding aangetoond, wat de algemene acceptatie van nieuwe technologie beter maakt.

België versnelt

De FTTH Council maakt de cijfers bekend naar aanleiding van haar eigen conferentie die deze week virtueel verloopt. Traditioneel maakt het daarbij ook de ranglijst van landen bekend die het verst staan met hun glasvezeluitrol. Die update komt er dit jaar niet omdat de organisatie in april pas cijfers heeft gepubliceerd.

Daaruit bleek toen dat de uitrol in België op één jaar tijd is verdrievoudigt, al bleef de totale uitrol relatief laag. Intussen heeft Proximus wel haar plannen voor FTTH versneld. Tegen 2024 wil het bedrijf 2,4 miljoen woningen en bedrijven aansluiten. Tegen 2028 moet dat op 4,2 miljoen liggen, zo'n zeventig procent van de Belgische huishoudens zou op dat moment aansluitbaar moeten zijn.

Tegen 2026 zullen er 202 miljoen FTTH/B (Fibre to the Home/Building) aansluitingen zijn in de 27 EU-lidstaten + het VK. Dat voorspelt de FTTH Council Europe, de sectorvereniging van glasvezelspelers dat de uitrol van dergelijke supersnelle netwerken promoot. Dat is meer dan een verdubbeling dan de 88,1 miljoen huizen die in 2019 waren aangesloten.Naast de uitrol van glasvezelnetwerken zal ook het effectief gebruik stevig toenemen volgens de organisatie. Tegen 2026 zullen 73,3 procent van de huishoudens waar glasvezel beschikbaar is, er ook gebruik van maken. In 2012 was dit amper 23,4 procent.Dat komt neer op 148 miljoen op 202 miljoen huishoudens in die 28 landen. Voor heel geografisch Europa (39 landen) verwacht de organisatie 208 miljoen aangesloten huishoudens tegen 2026.De voornaamste oorzaken van die toename ligt aan de verdere uitrol in sommige landen, vooral in Duitsland, het VK en Italië verwacht de organisatie een stevige groei. Maar ook dat sommige landen hun kopernetwerk (de klassieke ADSL- en VDSL-verbindingen) zullen uitfaseren speelt mee.Tot slot wijst de organisatie ook naar het momentum. Overheden tonen meer interesse en bereidwilligheid om glasvezel uit te rollen. Tegelijk heeft de coronacrisis het belang van een degelijke internetverbinding aangetoond, wat de algemene acceptatie van nieuwe technologie beter maakt.De FTTH Council maakt de cijfers bekend naar aanleiding van haar eigen conferentie die deze week virtueel verloopt. Traditioneel maakt het daarbij ook de ranglijst van landen bekend die het verst staan met hun glasvezeluitrol. Die update komt er dit jaar niet omdat de organisatie in april pas cijfers heeft gepubliceerd.Daaruit bleek toen dat de uitrol in België op één jaar tijd is verdrievoudigt, al bleef de totale uitrol relatief laag. Intussen heeft Proximus wel haar plannen voor FTTH versneld. Tegen 2024 wil het bedrijf 2,4 miljoen woningen en bedrijven aansluiten. Tegen 2028 moet dat op 4,2 miljoen liggen, zo'n zeventig procent van de Belgische huishoudens zou op dat moment aansluitbaar moeten zijn.